Overheidsopdrachten:
de meest voorkomende fouten
die Belgische ondernemingen maken

Mr. Elke Casteleyn (Casteleyn Advocaten)

Webinar op donderdag 7 mei 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille

Overheidsopdrachten. Raamovereenkomsten: arrest van 1 augustus 2025 van het Hof van Justitie (Advocalex)

Auteur: Alexander Verschave (Advocalex)

Wanneer je als aanbestedende overheid een raamovereenkomst gunt en daarvoor gebruik maakt van een procedure die enkel kan worden toegepast wanneer de waarde van de opdracht een bepaald bedrag niet overschrijdt, zorg er dan ook voor dat er tijdens de uitvoering van de opdracht over dit bedrag gewaakt wordt. De som van de deelopdrachten mag ook in dat geval de drempel niet overschrijden. Wanneer dit toch het geval zou zijn, dan dient er ofwel een nieuwe raamovereenkomst te worden aanbesteed, dan wel dienen de deelopdrachten afzonderlijk te worden gegund.

Deze situatie was aan de orde in het arrest van 1 augustus 2025 van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken Daka.

In het arrest geeft het Hof ook een verdere invulling aan de verplichtingen die in acht moeten worden genomen bij het sluiten van een raamovereenkomst en in het bijzonder wat de waarde van de raamovereenkomst betreft.

“Gelet op een en ander moet op de vijfde vraag in zaak C‑459/23 worden geantwoord dat artikel 1, lid 4, van richtlijn 2004/17, gelezen in samenhang met artikel 14 en artikel 17, lid 2, van deze richtlijn, aldus moet worden uitgelegd dat

  • een overeenkomst die de partijen verplicht om onder bepaalde voorwaarden inzake prijs en hoeveelheid uitvoeringsovereenkomsten te sluiten, om onder het begrip „raamovereenkomst” in de zin van artikel 1, lid 4, van die richtlijn te vallen, de periode moet aangeven waarin zij van toepassing is en de maximumhoeveelheid en/of de maximumwaarde van de leveringen moet bepalen waarop de volgende opdrachten betrekking kunnen hebben; de loutere vermelding van een prijsformule voor de berekening van de waarde van de te sluiten overeenkomsten en van een niet-gekwantificeerde verplichting om uitvoeringsovereenkomsten te sluiten, volstaat daarvoor niet;
  • de aanbestedende dienst, wanneer de geraamde waarde van de overeenkomsten die gedurende een bepaalde periode moeten worden gesloten krachtens een raamovereenkomst of in het kader van opdrachten die met een zekere regelmaat worden verleend of die bestemd zijn om gedurende een bepaalde periode te worden hernieuwd, zoals berekend op basis van respectievelijk lid 3 en lid 5 van artikel 17 van richtlijn 2004/17, de in artikel 16, onder a), van deze richtlijn vastgestelde drempel overschrijdt, ofwel elk van de opeenvolgende opdrachten moet plaatsen met inachtneming van de in deze richtlijn vastgestelde procedures, ofwel overeenkomstig deze richtlijn een raamovereenkomst moet sluiten in de zin en met inachtneming van de voorwaarden van artikel 1, lid 4, van deze richtlijn.”

Daarnaast is dit arrest ook relevant vanuit een ander oogpunt, namelijk de mogelijkheid van een aanbestedende overheid om zelf de nietigheid te vorderen van een overeenkomst gesloten in strijd met het Unierecht. Het Hof heeft hier geoordeeld dat dit geen rechtsmisbruik uitmaakt. Dit is op zich niet wereldschokkend, maar in lijn met eerdere inzichten.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Overheid & Aanbesteding

Boeken in de kijker: