Overheidscontracten: de impact van het nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Overheidsopdrachten
anno 2022
(Incl. Jaarboek Overheidsopdrachten
2021 – 2022)

Studiedag op 2 december 2022

 

Overheidsopdrachten:
10 knelpunten onder de loep

Webinar on demand

Privaat versus publiek bouwrecht

Webinar on demand

Publiek- en privaatrechtelijke overeenkomsten

Webinar on demand

Overheidsopdrachten: 3 praktijkgerichte topics

3 Webinars on demand

Overheidsopdrachten. Hof van Justitie wijst op 17 november 2022 op het onderscheid tussen bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke informatie (Equator)

Auteur: Alexander Verschave (Equator)

In een recent arrest wijst het Hof van Justitie op het onderscheid tussen bedrijfsgeheimen in de zin van Richtlijn 2016/943 en de vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 21, lid 1, van Richtlijn 2014/24 (de Overheidsopdrachtenrichtlijn). Volgens de bewoordingen van laatstgenoemde bepaling omvat de daarin bedoelde informatie namelijk onder andere „fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de inschrijving”.

Om het algemene beginsel van behoorlijk bestuur te eerbiedigen en de bescherming van de vertrouwelijkheid te verzoenen met de vereisten van een effectieve rechterlijke bescherming moet de aanbestedende dienst bovendien niet alleen een motivering geven van zijn besluit om bepaalde gegevens als vertrouwelijk te behandelen, maar moet hij ook – voor zover mogelijk en voor zover die mededeling niet afdoet aan het vertrouwelijke karakter van de specifieke gegevens waarvan bescherming vanwege dat karakter gerechtvaardigd is – op neutrale wijze de essentie van de inhoud ervan meedelen aan een afgewezen inschrijver die erom verzoekt, in het bijzonder de inhoud van de gegevens betreffende de doorslaggevende aspecten van zijn besluit en de geselecteerde inschrijving.

Een afweging, maar het onderscheid tussen bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke informatie enerzijds en de belangenafweging tussen de vertrouwelijkheid van informatie en een effectieve rechterlijke bescherming anderzijds, leidt ertoe dat artikel 18, lid 1, en artikel 21, lid 1, gelezen in samenhang met artikel 50, lid 4, en artikel 55, lid 3, van richtlijn 2014/24, aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling inzake het plaatsen van overheidsopdrachten op grond waarvan de door inschrijvers aan aanbestedende diensten verstrekte informatie, met als enige uitzondering bedrijfsgeheimen, integraal moet worden gepubliceerd of meegedeeld aan de andere inschrijvers, alsmede tegen een praktijk van aanbestedende diensten om verzoeken om vertrouwelijke behandeling vanwege bedrijfsgeheimen systematisch te aanvaarden.

Voorts wordt er in het beschikkend gedeelte gewezen op het volgende:

  • een aanbestedende dienst moet beoordelen of de informatie waarvan men verzoekt ze vrij te geven een commerciële waarde heeft die de betrokken overheidsopdracht ontstijgt, zodat openbaarmaking ervan rechtmatige commerciële belangen of de eerlijke mededinging zou kunnen schaden;
  • een aanbestedende dienst kan de toegang tot deze informatie weigeren wanneer openbaarmaking ervan, ook al heeft de informatie niet een dergelijke commerciële waarde, rechtshandhaving in de weg zou staan of in strijd zou zijn met een algemeen belang, en
  • wanneer volledige toegang tot de informatie wordt geweigerd, de betrokken inschrijver toegang moet verlenen tot de wezenlijke inhoud ervan, zodat de eerbiediging van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte wordt gewaarborgd.

Lees hier het arrest