Overheidsopdrachten
anno 2022

Webinar on demand

Overheidscontracten: de impact van het nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Overheidsopdrachten:
10 knelpunten onder de loep

Webinar on demand

Privaat versus publiek bouwrecht

Webinar on demand

Publiek- en privaatrechtelijke overeenkomsten

Webinar on demand

Overheidsopdrachten: 3 praktijkgerichte topics

3 Webinars on demand

Overheidsopdrachten. Hof van Justitie wijst op 10 november 2022 op het onderscheid tussen een overheidsopdracht en een concessie voor diensten (Equator)

Auteur: Alexander Verschave (Equator)

In het arrest van 10 november 2022, C-486/21 duidt het Hof van Justitie nogmaals het onderscheid tussen een overheidsopdracht en een concessie voor diensten.

De feiten die aan de grondslag lagen, hadden betrekking op een openbaar systeem voor het huren en delen van elektrische voertuigen. Het Hof van Justitie verduidelijkte dat in dat kader er sprake is van een concessie voor diensten wanneer een aanbestedende dienst de totstandbrenging en het beheer van een dienst voor het huren en delen van elektrische voertuigen wil toevertrouwd aan een ondernemer wiens financiële bijdrage hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de aankoop van die voertuigen, en de inkomsten van deze ondernemer hoofdzakelijk zullen voortvloeien uit de vergoedingen die door de gebruikers van deze dienst worden betaald, aangezien op grond van die kenmerken kan worden vastgesteld dat het risico dat is verbonden aan de exploitatie van de toevertrouwde dienst op deze ondernemer is overgegaan.

Daarnaast is er ook nog het vraagstuk omtrent de raming van een concessie voor diensten. In het bijzonder rees de vraag wat er diende begrepen te worden onder “de totale tijdens de looptijd van het contract te behalen omzet van de concessiehouder”, zoals dit ook vervat zit in artikel 8 van Richtlijn 2014/23/EU.

Het Hof van Justitie verduidelijkte dat er alsdan rekening moet worden gehouden met de vergoedingen die de gebruikers aan de concessiehouder zullen bedragen, alsmede met de bijdragen die de aanbestedende dienst zal leveren en de kosten die de aanbestedende dienst zal dragen. Voorts verduidelijkt het Hof dat er ook kan worden volstaan met het standpunt dat de drempel kennelijk zal worden overschreden voor de toepasbaarheid van de richtlijn en in België de wet van 17 juni 2016 betreffende concessieovereenkomsten.

Lees hier het arrest