Overheidsopdrachten:
twee recente wetswijzigingen onder de loep
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Elke Casteleyn (Casteleyn Advocaten)
Webinar op dinsdag 2 februari 2027
Actualia Overheidsopdrachten 2025/2026.
Een overzicht van recente wet- en regelgeving, omzendbrieven en rechtspraak
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Peter Teerlinck (& De Bandt)
Webinar op vrijdag 4 december 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Overheidsopdrachten. Eenzijdige verbreking is niet het aanvangspunt van de tweejarige vervaltermijn. Cass. 7 september 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Feiten en procedure
Het OCMW van Brugge verbrak een architectenovereenkomst, onder meer op grond van artikel 20, § 6, 1°, AAV 1996, dat een eenzijdige verbreking als ambtshalve maatregel mogelijk maakt. De verbrekingsbeslissing werd op 17 oktober 2013 aan de architect betekend. Op 8 juni 2017 liet de architect een dagvaarding betekenen tot betaling van bijkomend ereloon.
Het hof van beroep te Gent beschouwde de betekening van de verbrekingsbeslissing als het aanvangspunt van de tweejarige vervaltermijn. Het verklaarde de vordering daarom laattijdig en vervallen.
Beoordeling door het Hof van Cassatie
Het Hof maakt een onderscheid tussen de verbreking en de oplevering van de opdracht:
- De oplevering houdt een controle in van de overeenstemming van de prestaties met de regels van de kunst en de contractuele voorwaarden. Zij veronderstelt dat de voorgeschreven controles, keuringen en proeven voldoening schenken.
- Voor dienstenopdrachten voorziet artikel 74, § 2, AAV 1996 in het opstellen van een proces-verbaal van oplevering of weigering van oplevering.
- De tweejarige vervaltermijn van artikel 18, § 2, AAV 1996 begint te lopen vanaf de betekening van het proces-verbaal van definitieve oplevering of, wanneer geen proces-verbaal is opgelegd, vanaf de datum van de definitieve oplevering.
Een beslissing tot verbreking vormt geen dergelijke oplevering. Door de vervaltermijn toch te laten lopen vanaf de betekening van die beslissing, schond het hof van beroep artikel 18, § 2, AAV 1996.
Beslissing en draagwijdte
Het Hof vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. De beslissing over de kosten wordt aan de feitenrechter overgelaten.
Het arrest beslist niet dat het gevorderde bijkomende ereloon verschuldigd is. Het verwerpt de grond waarop de appelrechters de vordering vervallen hadden verklaard: de betekening van de verbrekingsbeslissing kan niet als aanvangspunt van deze tweejarige vervaltermijn gelden.
De uitspraak betreft specifiek de regeling van de AAV 1996.
» Bekijk alle artikels: Overheid & Aanbesteding














