Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Actualia Overheidsopdrachten 2025/2026.
Een overzicht van recente wet- en regelgeving, omzendbrieven en rechtspraak
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Peter Teerlinck (& De Bandt)
Webinar op vrijdag 4 december 2026
Overheidsopdrachten:
twee recente wetswijzigingen onder de loep
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Elke Casteleyn (Casteleyn Advocaten)
Webinar op dinsdag 2 februari 2027
Overheidsopdrachten. Belang bij een middel van openbare orde (CD Advocaten)
Auteur: Jorien Van Belle (CD Advocaten)
De wetgever beoogde met de invoering van het vereiste van het belang bij het middel in artikel 14, § 1, tweede lid RvS-Wet, geen wijzigingen aan te brengen aan de rechtspraak van de Raad van State op grond waarvan een verzoeker die zich beroept op een middel van openbare orde geen belang bij dat middel moet aantonen. Hoewel blijkt dat de Raad van State over het algemeen vasthoudt aan de voormalige vaste rechtspraak op grond waarvan een verzoeker niet over een belang bij een middel van openbare orde moet beschikken, vereist de Raad thans in een aantal specifieke gevallen wel een belang bij middelen van openbare orde. Een specifiek geval betreft de miskenning van de Bestuurstaalwetten.
Wat betreft het belang bij het middel in het kader van overheidsopdrachten lijkt de Raad van State het vereiste van het belang bij het middel zoals vervat in artikel 14, § 1, tweede lid RvS-Wet aan de kant te schuiven indien is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 14 en 15 van de Wet van 17 juni 2013. Deze laatste geniet als lex specialis voorrang op de RvS-Wet die de lex generalis vormt.
In een recent arrest van 24 februari 2026 (nummer 265.820) verduidelijkt de Raad van State de draagwijdte van het belang bij het middel genomen uit de schending van de Bestuurstaalwetten in het kader van overheidsopdrachten vallend onder het toepassingsgebied van de Wet van 17 juni 2016 en het Wet van 17 juni 2013.
De Raad oordeelt dat:
- De zorg om een evenwicht te bewaren tussen de respectieve belangen van de economische operatoren en de aanbestedende diensten, alsook tussen de doeltreffendheid van de beroepsprocedures en die van de plaatsingsprocedures, wordt gewaarborgd door de vereiste van het belang, waarbij dit belang – met het oog op het aldus nagestreefde evenwicht – bestaat in de benadeling die de door de verzoeker aangevoerde onrechtmatigheid aan hem heeft toegebracht of dreigde toe te brengen.
- Net zoals m.b.t. de vereisten die zijn vastgesteld voor de ontvankelijkheid ratione personae van het beroep (artikel 14 van de Wet van 17 juni 2013), rechtvaardigt het streven naar een evenwicht tussen de respectieve belangen van de economische operatoren en de aanbestedende diensten dat de benadeling of het risico op benadeling, niet het voorwerp uitmaakt van een verschillende behandeling naargelang de categorieën van rechtsregels waarvan de schending wordt aangevoerd.
- De vereiste van een benadeling of een risico op benadeling lijkt van toepassing te zijn, ongeacht de ernst van de betrokken onwettigheid.
Een verzoeker lijkt dan ook over een belang bij het middel te moeten beschikken ingeval hij de schending van een rechtsregel van openbare orde (te dezen, de Bestuurstaalwetten) aanvoert.
» Bekijk alle artikels: Overheid & Aanbesteding












