Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Overheidsopdrachten:
twee recente wetswijzigingen onder de loep

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)

Mr. Elke Casteleyn (Casteleyn Advocaten)

Webinar op dinsdag 2 februari 2027


Actualia Overheidsopdrachten 2025/2026.
Een overzicht van recente wet- en regelgeving, omzendbrieven en rechtspraak

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Peter Teerlinck (& De Bandt)

Webinar op vrijdag 4 december 2026

Overheidsopdracht. Afzien van gunning, heraanbesteding. Formele en materiële motiveringsverplichting. Ondernemingsrechtbank Antwerpen 8 mei 2025 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

De discussie

Aanbesteder Woonboog schreef een overheidsopdracht uit voor onderhoud en herstellingen van individuele cv-installaties. Het was een openbare procedure en de opdracht had de vorm van een raamovereenkomst. Er waren vier percelen per regio. De geraamde waarde was 1.519.080,00 euro.

Op de opdracht is de volgende regelgeving van toepassing:

  • Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016,
  • Rechtsbeschermingswet van 17 juni 2013
  • KB Plaatsing van 18 april 2017.
  • B, C en Firma A dienden offertes in.

Woonboog besloot op 22 november 2023 om de opdracht stop te zetten en niet te gunnen. Ze meende dat er te grote prijsverschillen waren voor een normale prijscontrole en dat er grondige wijzigingen nodig waren aan het bestek.

De stopzettingsbeslissing werd geschorst bij kortgedingbeschikking van 12 januari 2024 bij verstek.

De beschikking werd niet betekend.

Woonboog plaatste een nieuwe opdracht. Ze gunde die gedeeltelijk aan Firma A op 21 februari 2024.

Firma A meent dat ze voldoende belang heeft omdat ze een schadevergoeding eist. Dit is te onderscheiden van het belang in een administratieve vernietigingsprocedure voor de Raad van State.

Woonboog meent dat Firma A geen belang heeft omdat ze meedeed met de heraanbesteding en daarbij ook percelen gegund had gekregen. Hierdoor zou Firma A ook geen schade lijden.

De visie van de rechtbank

Het volgen van een procedure houdt geen verplichting in tot het gunnen of het sluiten van de opdracht.

De aanbestedende overheid kan zowel afzien van het gunnen of het sluiten van de opdracht als de procedure herbeginnen, desnoods op een andere wijze (art. 85 Overheidsopdrachtenwet). De plaatsing van een overheidsopdracht strekt ertoe te voldoen aan de behoeften van de aanbestedende overheid.

De aanbestedende overheid beschikt in principe dan ook over een aanzienlijke beoordelingsruimte bij het nemen van een beslissing om een opdracht al dan niet te gunnen en om de plaatsingsprocedure al dan niet stop te zetten. Het komt de rechtbank niet toe zich in de plaats te stellen van de aanbesteder. Wel mag de aanbesteder daarbij niet willekeurig te werk gaan en moet die beslissing steunen op deugdelijke motieven die de beslissing kunnen dragen. Ook de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht moet gemotiveerd zijn. Die beslissing moet de juridische en feitelijke motieven bevatten (art. 4 en 5 Rechtsbeschermingswet). Er moeten deugdelijke, afdoende en draagkrachtige motieven zijn die de beslissing onderbouwen. De rechtbank kan desgevraagd nagaan of de aanbestedende overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. Die beginselen die mee bepaald zijn in de Rechtsbeschermingswet, zijn ook van toepassing op niet-organieke overheden die als aanbesteder optreden.

De beslissing om af te zien van een gunningsprocedure en een nieuwe procedure op te starten is niet beperkt tot uitzonderlijke gevallen of tot gewichtige redenen. Het verdubbelen van de hoeveelheden in het kader van een raamopdracht is een aanzienlijke verruiming van het toepassingsgebied ervan, waardoor dit een wezenlijke wijziging is in de zin van artikel 38/5 en 38/6 KB Uitvoering. Een aanbesteder die tijdens de gunningsprocedure al opmerkt dat de hoeveelheden zouden verdubbelen en die de procedure vervolgens stopzet om er een nieuwe te beginnen, treedt zorgvuldig op. Dit maakt het motief om de gunningsprocedure stop te zetten, deugdelijk, afdoend en draagkrachtig, en de stopzettingsbeslissing die uit die motieven voortvloeit is redelijk.

De rechtbank kan op basis van die beoordeling besluiten dat de beslissing van aanbesteder Woonboog om de gunning stop te zetten, gesteund is op een deugdelijk, afdoend en draagkrachtig motief en dat die beslissing wettig was. Er is geen schending aangetoond. De hoofdeis van Firma A om voor recht te zeggen dat die beslissing van Woonboog ongeldig was en om de aanbesteder te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding, is gesteund op het tegendeel. Die hoofdeis is ongegrond.

Lees hier het vonnis

» Bekijk alle artikels: Overheid & Aanbesteding

Boeken in de kijker: