Niet alle kosten aangerekend = abnormale prijs? Zo eenvoudig is het niet (Publius)

Auteur: Dirk Van Heuven (Publius)

Publicatiedatum: 09/06/2021

Het belang van het arrest nr. 250.818 van 8 juni 2021 kan moeilijk onderschat worden:

‘De aanbestedende overheid beschikt over een beoordelingsruimte om de gegeven prijsverantwoordingen al dan niet te aanvaarden. De Raad van State mag zich bij een dergelijke beoordeling niet in de plaats stellen van het bestuur. Hij mag wel nagaan of de motieven, op grond waarvan de bestreden beslissing tot het besluit komt dat er geen sprake is van abnormale prijzen, in aanmerking mogen worden genomen wat onder meer vereist dat ze naar behoren zijn bewezen en dat daarbij de appreciatie van het bestuur de perken van een zorgvuldige beoordeling niet te buiten is gegaan.

Anders dan de verzoekende partij laat uitschijnen, blijken de prijsverantwoordingen van de gekozen inschrijver – waarvan de Raad ondanks het vertrouwelijk karakter mag kennis nemen – geenszins te zijn beperkt tot het gegeven dat bepaalde kosten niet zullen worden doorgerekend aan de verwerende partij.In haar kritiek op de motieven, wat het niet doorrekenen van bepaalde kosten aan de verwerende partij betreft, lijkt de verzoekende partij voorts voorbij te gaan aan de voormelde beoordelingsruimte waarover de aanbestedende overheid beschikt om de gegeven prijsverantwoordingen al dan niet te aanvaarden.

Overigens lijkt er ook geen wettelijke of reglementaire definitie van het begrip “abnormaal lage prijs” voorhanden, minstens brengt de verzoekende partij er geen naar voren. Het onderzoek naar een dergelijke prijs lijkt op de eerste plaats verband te houden met de vraag naar de betrouwbaarheid van de offerte en de al dan niet mogelijke correcte uitvoering van de opdracht tegen de voorgestelde prijs, doelstelling die de verwerende partij hier lijkt te hebben gehanteerd.

Waar de verzoekende partij nog betoogt dat een normale prijs een prijs is “die de opdrachtnemer toelaat om na aftrek van al zijn kosten een redelijkewinstmarge over te houden”, valt op te merken dat zij daarbij geenszins verwijst naar een wettelijke definitie maar naar een omzendbrief tegen sociale dumping met aanbevelingen gericht aan de federale aanbestedende overheden.

Er blijkt op het eerste gezicht dan ook niet dat de verwerende partij haar beoordelingsruimte is te buiten gegaan door de niet doorrekening van algemene overheadkosten en kosten voor dispatching af te zetten tegenover de betrouwbaarheid van de offerte en de al dan niet mogelijk correcte uitvoering van de opdracht tegen de voorgestelde prijs’.

Lees hier het originele artikel