Vastgoedtransacties
door én met administratieve overheden:
overheidsopdracht of uitgesloten vastgoeddienst?

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)

Webinar op donderdag 13 juni 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Actualia Overheidsopdrachten
2023/2024

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof) en mr. Peter Teerlinck (& De Bandt)

Webinar op donderdag 5 december 2024

De impact van een strafrechtelijke minnelijke schikking op overheidsopdrachten (Schoups)

Auteurs: Christine Molitor en Lea Trefon (Schoups)

Zoals aangekondigd in onze newsflash van 10 maart 2023, werden er in april flitscontroles uitgevoerd in de bouwsector.

Als u aan zo’n controle bent onderworpen en er overtredingen werden vastgesteld door de sociale inspectiediensten, kan de arbeidsauditeur u mogelijks een strafrechtelijke minnelijke schikking voorstellen.

Wat houdt dit juist in en welke gevolgen heeft een dergelijke schikking voor uw (toekomstige) overheidsopdrachten?

Hieronder een overzicht.

Wat is een strafrechtelijke minnelijke schikking?

De procedure van de strafrechtelijke minnelijke schikking is vastgelegd in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering en wordt gedefinieerd als een manier om een strafvordering te laten vervallen door betaling van een geldsom aan de FOD Financiën.

Let wel, het parket kan enkel een strafrechtelijke minnelijke schikking voorstellen indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan:

  • de procureur moet van oordeel zijn dat het strafbare feit niet van dien aard is dat er een gevangenisstraf van meer dan twee jaar op kan staan (de procureur beschikt hierin over discretionaire bevoegdheid);
  • het strafbare feit houdt geen zware aantasting in van de lichamelijke integriteit;
  • in het geval van sociale misdrijven waardoor  socialezekerheidsbijdragen werden ontdoken, moet de dader de verschuldigde socialezekerheidsbijdragen, inclusief interesten, met instemming van de socialezekerheidsinstanties hebben betaald.

Minnelijke schikkingen worden vaak gebruikt om verkeersovertredingen te behandelen, maar worden ook vaak door de arbeidsauditeur voorgesteld bij sociale overtredingen, zowel aan natuurlijke als aan rechtspersonen.

Het is aan het openbaar ministerie om een strafrechtelijke minnelijke schikking voor te stellen; in geen geval kunt u het openbaar ministerie dwingen om een schikking voor te stellen.

Welk bedrag kan het parket voorstellen?

Het openbaar ministerie bepaalt het bedrag dat volgens zijn voorstel moet worden betaald. Het mag niet meer bedragen dan het maximum van de in de wet voorziene geldboete, verhoogd met de opdeciemen, en moet in verhouding staan tot de ernst van het strafbare feit.

Voor de overtredingen waarnaar wordt verwezen in het Sociaal Strafwetboek, mag het bedrag niet lager zijn dan 40% van de minimumbedragen van de administratieve boete, indien van toepassing vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

Voorbeeld:

Tijdens een inspectie was voor 10 werknemers “checkinatwork” niet goed geregistreerd. Het niet nakomen van deze verplichting leidt tot een sanctie van niveau 3 van het Sociaal Strafwetboek, d.w.z. een strafrechtelijke boete van tussen de 100 en 1.000 euro of een administratieve boete van tussen de 50 en 500 euro.

Het voorstel van de arbeidsauditeur moet daarom binnen de volgende marge vallen :

  • minimumbedrag: 40% van de minimale administratieve boete X opdeciemen X aantal werknemers = 20 X 8 ( opdeciemen) X 10 ( werknemers) = 1.600 euro.
  • maximumbedrag = EUR 500 x 8 ( opdeciemen ) X10 ( werknemers) = EUR 40.000

De marge waarover de auditeur beschikt is dus groot en hij of zij zal het voorgestelde bedrag bepalen rekening houdend met de feiten van het dossier (de goede trouw van de werkgever, de voorgeschiedenis, etc.)

Wat zijn de gevolgen van een strafrechtelijke minnelijke schikking?

Als het parket een minnelijke schikking voorstelt, wat zijn dan de gevolgen?

Ten eerste houdt het accepteren van een minnelijke schikking de beëindiging van de strafvervolging in. Met andere woorden, het beëindigt de strafrechtelijke procedure zonder strafrechtelijke schulderkenning van uw kant. Dit is natuurlijk een groot voordeel, zeker voor uw reputatie.

Ten tweede wordt de minnelijke schikking niet opgenomen in het uittreksel van het strafregister, zodat het niet kan worden gebruikt als basis voor recidive. De informatie wordt alleen vastgelegd in het centrale strafregister.

Ten derde houdt aanvaarding van de schikking geen formele erkenning van schuld van uw kant in. Eventuele schade aan derden moet echter wel volledig zijn hersteld voordat de schikking kan worden voorgesteld. De schikking impliceert dus een erkenning van burgerlijke schuld.

Het is daarom belangrijk om op te merken dat aanvaarding van een strafrechtelijke minnelijke schikking slachtoffers van een arbeidsongeval in staat kan stellen om voor de burgerlijke rechter een schadevergoeding te eisen voor eventuele schade die mogelijk niet werd vergoed door de arbeidsongevallenverzekering.

Wat is de impact van een strafrechtelijke minnelijke schikking op overheidsopdrachten?

Kan de aanvaarding van een strafrechtelijke minnelijke schikking door een onderneming die wil deelnemen aan een overheidsopdracht gevolgen hebben voor de gunningsprocedure? Kan de aanbestedende overheid de onderneming van de gunningsprocedure uitsluiten op grond van het aanvaarden van een dergelijke schikking ?

Verplichte uitsluitingsgronden. Om verplicht uitgesloten te worden van een overheidsopdracht, moet de inschrijver in kwestie door een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde veroordeeld zijn (cf. artikel 67 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten).

Een strafrechtelijke minnelijke schikking houdt geen veroordeling in. Ze vormt evenmin een beslissing met kracht van gewijsde. Een inschrijver die een schikking heeft gesloten, kan dus niet van een overheidsopdracht worden uitgesloten door de aanbestedende overheid op de gronden opgesomd in de punten 1° tot 6° van voormeld artikel 67.

Facultatieve gronden voor uitsluiting. Artikel 69 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten verwijst naar de gevallen waarin de aanbestedende overheid een inschrijver kan uitsluiten van toegang tot een overheidsopdracht, zonder daartoe verplicht te zijn.

Het bestaan van uitsluitingsgronden wordt in eerste instantie enkel gecontroleerd op basis van de verklaringen die de inschrijver in zijn offerte heeft afgelegd. Als de inschrijver in een later stadium door de aanbestedende overheid wordt geselecteerd voor de gunning van de opdracht, moet hij de documenten overleggen die zijn verklaringen staven, en met name een uittreksel uit het strafregister.

Het aangaan van een strafrechtelijke minnelijke schikking wordt niet vermeld in het uittreksel uit het strafregister. Zoals hierboven vermeld, wordt deze informatie alleen opgeslagen in het centrale strafregister, dat enkel toegankelijk is voor administratieve instanties voor specifieke en wettelijk bepaalde doeleinden. Controles in verband met de gunning van overheidsopdrachten behoren niet tot de specifieke doeleinden waarvoor een overheid toegang krijgt tot het centrale strafregister.

De aanbestedende overheid zal dus niet uit het uittreksel van het strafregister van de inschrijver kunnen opmaken dat de inschrijver mogelijk binnen de werkingssfeer van een facultatieve uitsluitingsgrond valt.

Praktische gevolgen. Strafrechtelijke minnelijke schikkingen zijn dus bijzonder discreet, aangezien ze niet worden vermeld in het uittreksel uit het strafregister dat aan het einde van de gunningsprocedure moet worden voorgelegd, ook al zou een strafrechtelijke schikking het bestaan van een facultatieve uitsluitingsgrond van de inschrijver kunnen staven (zoals bijvoorbeeld een ernstige beroepsfout of een niet-nakoming van verplichtingen op het gebied van sociaal recht en arbeidsrecht).

Het is daarom mogelijk dat de aanbesteder nooit op de hoogte zal zijn van het feit dat de inschrijver een strafrechtelijke schikking heeft getroffen en zich in een van de gevallen van facultatieve uitsluiting zal bevinden. Als de aanbesteder echter op een andere manier op de hoogte zou worden gebracht van het bestaan van een strafrechtelijke schikking, zonder dat de inschrijver hem deze informatie heeft meegedeeld, zou hij kunnen oordelen dat het feit dat de inschrijver het bestaan van deze schikking niet heeft vermeld, uitsluiting op grond van valse verklaringen rechtvaardigt (cf. artikel 69, 8° hierboven).

Om dit risico te vermijden, zou een inschrijver die een strafrechtelijke schikking heeft gesloten, dit op eigen initiatief aan de aanbesteder kunnen melden, waarbij hij het voorwerp van de schikking uitlegt en aan de aanbestedende dienst bewijst dat hij voldoende corrigerende maatregelen heeft genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen (cf. artikel 70 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten).

Door dit bekend te maken, neemt de inschrijver niettemin het risico dat de aanbesteder de genomen corrigerende maatregelen als onvoldoende zal beschouwen en de inschrijver zal uitsluiten op basis van een facultatieve uitsluitingsgrond.

Bron: Schoups

» Bekijk alle artikels: Overheid & Aanbesteding