>>>Het regime van winstuitkering in het WVV: welke veranderingen in de NV en BV? (Deminor)

Het regime van winstuitkering in het WVV: welke veranderingen in de NV en BV? (Deminor)

Auteur: Thibaut Claes (Deminor)

Publicatiedatum: 30/09/2020

Wat de instandhouding van het kapitaal betreft, is de belangrijkste wijziging ongetwijfeld de afschaffing van het kapitaalbegrip in de besloten vennootschap. Zoals we zullen zien, heeft deze revolutie geleid tot de invoering van nieuwe waarborgen bij de uitkering van de winst om zo het gebrek aan kapitaal op te vangen en de bescherming van derden te versterken.

1. De naamloze vennootschap

Met betrekking tot de winstuitkering binnen de naamloze vennootschap (NV) blijft het concept van kapitaal gehandhaafd. Het regime dat onder het oude Wetboek van Vennootschappen van kracht was, blijft dus van kracht, met uitzondering van enkele versoepelingen op het gebied van interimdividenden.

Bijgevolg blijft de winstuitkering binnen een NV alleen onderworpen aan de nettoactieftest. Het doel van deze test is na te gaan of het nettoactief van de onderneming niet negatief is en het ook niet zal worden ten gevolge van de voorgenomen uitkering.

Daarnaast dienen de volgende wijzigingen te worden opgemerkt met betrekking tot interimdividenden:

  • opheffing van het verbod op de uitkering van een interimdividend gedurende de eerste 6 maanden van het boekjaar;
  • afschaffing van de periode van minstens 3 maanden tussen twee uitkeringen;
  • mogelijkheid tot uitkering van een interimdividend op basis van de winst van het voorgaande boekjaar tot de datum waarop de algemene vergadering de jaarrekening van dat boekjaar goedkeurt.

Alle tijdsbeperkingen zijn dus opgeheven, waardoor vennootschappen op elk moment van het boekjaar één of meer interimdividenden kunnen uitkeren.

2. De besloten vennootschap

Het regime dat van toepassing is op de besloten vennootschap (BV) is ingrijpender gewijzigd.

Delegatie aan de raad van bestuur. De winstuitkering kan voortaan worden gedelegeerd aan de raad van bestuur aan de hand van de statuten, op voorwaarde dat de uitkering afkomstig is van de winst van het lopende boekjaar of van het voorgaande boekjaar (zolang de jaarrekening van dat boekjaar niet werd goedgekeurd), naar het voorbeeld van het regime van interimdividenden in de NV.

Dubbele test. Voorafgaand aan elke uitkering wordt de BV nu onderworpen aan een dubbele test van het nettoactief en de liquiditeit om te bepalen of de activa van de onderneming (al dan niet) kunnen worden uitgekeerd en tot welk bedrag:

(i) Nettoactieftest

Deze test wordt door de algemene vergadering uitgevoerd op het ogenblik dat zij de beslissing neemt om de winst uit te keren, met dien verstande dat in geval de vennootschap beschikt over eigen vermogen dat krachtens de statuten niet beschikbaar is voor uitkering of beschikt over onbeschikbare wettelijke reserves, de uitkering niet mag leiden tot een vermindering van het nettoactief tot onder het bedrag van dit onbeschikbaar vermogen.

(ii) Liquiditeitstest

De liquiditeitstest valt onder de bevoegdheid van de raad van bestuur en vindt plaats vóór de effectieve uitkering van de winst.

Deze test bestaat erin na te gaan of de onderneming, na de uitkering, in staat zal zijn haar schulden te betalen over een periode van ten minste 12 maanden en volgens toekomstige ontwikkelingen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht (voorbeelden: geplande investeringen, betaling van kortetermijnschulden, aan te vullen voorraad, oninbare vorderingen, enz.).

De raad van bestuur zal dus haar beslissing moeten motiveren in een bijzonder verslag – waarvan de boekhoudkundige en financiële gegevens zullen worden gecontroleerd door de commissaris (indien deze werd aangesteld) – dat tot doel heeft de liquiditeitspositie van de onderneming te beoordelen.

Dit nieuwe regime is van toepassing op alle uitkeringen, zonder dat er onderscheid wordt gemaakt tussen dividenden, tantièmes of andere soortgelijke transacties (zoals de inkoop van eigen aandelen, de financiering van de verwerving van aandelen door derden of het scheidingsaandeel).

Dubbel aansprakelijkheidsregime. In geval van een onregelmatige uitkering zijn (i) bestuurders hoofdelijk aansprakelijk (jegens de vennootschap en derden) voor het niet voldoen aan de liquiditeitstest wanneer zij wisten of hadden moeten weten dat ten gevolge van de uitkering, de vennootschap kennelijk niet meer in staat zou zijn haar schulden te voldoen (het bestuur zal zich dus niet meer kunnen tevredenstellen met een eenvoudige analyse van de balans die louter wiskundig is en gefixeerd is op één bepaald moment). Daarnaast kunnen (ii) de aandeelhouders ertoe gehouden worden om de gedane uitkering terug te betalen als deze tot gevolg heeft dat het nettoactief onder het wettelijke minimum daalt, ongeacht of zij te goeder of kwader trouw handelen.

***

Sinds het WVV in werking is getreden, vereist de winstuitkering binnen de BV meer aandacht en voorzichtigheid.  Het bestuursorgaan zal voorafgaand aan de betaling bijzonder attent moeten zijn en de naleving van de liquiditeitstoets in zijn bijzonder verslag gewetensvol moeten verantwoorden.

Hoewel de dubbele test de dividenduitkering zeker complexer maakt, vereenvoudigt het WVV niettemin de terugvordering van winst in de BV door de uitkering van interimdividenden toe te staan, naar het voorbeeld van de regeling voorzien in de NV.

In dit kader heeft het WVV ook de termijnen voor interimdividenden in de NV afgeschaft, waardoor het vroegere regime van het Wetboek van Vennootschappen wordt versoepeld.

De toekomst zal uitwijzen hoe deze ontwikkeling de aantrekkelijkheid van BV’s en de praktijk van winstuitkeringen binnen de BV en de NV zal beïnvloeden.

Lees hier het originele artikel

2020-10-14T16:15:05+00:00 20 oktober 2020|Categories: Vennootschapsrecht|Tags: , , , |