>, Vennootschapsrecht>Het nieuwe huwelijksvermogensrechtelijk statuut van vennootschapsaandelen (Gevaco Advocaten)

Het nieuwe huwelijksvermogensrechtelijk statuut van vennootschapsaandelen (Gevaco Advocaten)

Auteur: Veerle Janssen (Gevaco Advocaten)

Publicatiedatum: 21/01/2019

Het statuut van aandelen gaf in het oude huwelijksvermogensrecht aanleiding tot heel wat controverses in rechtspraak en rechtsleer. In de huidige bijdrage gaan we niet verder in op de oude regeling.

De nieuwe wet van 22 juli 2018 – in werking getreden op 1 september 2018 – heeft het statuut van deze goederen en rechten uitgetekend aan de hand van drie krachtlijnen.

  1. De nieuwe wet houdt rekening met de doorwerking van de leer titre (titularis zijn van de rechten) et finance (vermogenswaarde).
  2. Het principe van de correcte beroepsinkomstenallocatie : beroepsinkomsten die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd moeten integraal tot het gemeenschappelijk vermogen behoren.
  3. Het principe van de huwelijksvermogensrechtelijke neutraliteit van de beroepsuitoefening via een vennootschap. De keuze van een echtgenoot om zijn beroepsactiviteit uit te oefenen binnen of buiten een vennootschap moet vermogensrechtelijk neutraal zijn (principe van piercing the corporate veil). Het moet voor een echtgenoot onmogelijk zijn om zijn beroepsinkomsten aan het gemeenschappelijk vermogen te onttrekken door gebruik te maken van een vernnootschapsstructuur. Een voorbeeld : een dokter oefent zijn beroep uit onder de vorm van een managementsvennootschap en keert zich eerder een bescheiden loon uit.

Krachtens het nieuwe artikel 1401 § 1 nr 5 BW zijn de lidmaatschapsrechten, met inbegrip van het recht om als eigenaar van deze aandelen te handelen, verbonden aan de vennootschapsaandelen die met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen en op naam van één echtgenoot zijn ingeschreven eigen.

De vermogenswaarde van deze aandelen is gemeenschappelijk (artikel 1405, § 1 , nr 5 BW).

Het moet dan gaan om vennootschapsaandelen die minstens voor de helft met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen en op naam van één echtgenoot zijn ingeschreven.

Na de ontbinding van het stelsel wordt de vermogenswaarde van de aandelen niet langer begroot op het tijdstip van de verdeling maar wel op het tijdstip van de ontbinding.

Het is ook mogelijk dat een echtgenoot zijn beroepsactiviteiten uitoefent in een vennootschap waarvan de aandelen hem eigen zijn.

Bijvoorbeeld een dokter oefent zijn beroep uit onder de vorm van een managementsvennootschap en keert zich om fiscale redenen slechts de minimale bezoldiging uit van 45.000 EUR. De inkomsten worden in dit geval in de vennootschap gereserveerd.

De wet voorziet in dat geval uitdrukkelijk in een vergoedingsrecht namens het gemeenschappelijk vermogen.

Op basis van het nieuwe artikel 1432, lid 2 BW is de echtgenoot die zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen hem eigen zijn, een vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen voor de nettoberoepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen niet heeft ontvangen en redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet binnen een vennootschap was uitgeoefend.

Bijvoorbeeld in de situatie van de dokter die zich slechts een minimale vergoeding uitkeert uit de vennootschap.

Het komt aan de echtgenoot die een vergoeding eist voor het gemeenschappelijk vermogen om dit met alle middelen van recht te bewijzen.

De andere echtgenoot-aandeelhouder zal dan op zijn beurt moeten bewijzen dat niet voldaan is aan de voorwaarden van de vergoeding door bvb. aan te tonen dat er binnen de vennootschap economische redenen zijn die verantwoorden waarom niet meer werd uitgekeerd.

De vraag zal dan zijn wat de inkomsten zijn die het gemeenschappelijk vermogen ‘redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet werd uitgeoefend in een vennootschap’.

In de praktijk zal deze nieuwe regelgeving wellicht aanleiding geven tot heel wat discussies.

Lees hier het originele artikel

2019-01-30T15:45:40+00:00 1 februari 2019|Categories: Personen- & Familierecht - Vennootschapsrecht|Tags: , , |