>>>Het nieuwe aansprakelijkheidsregime voor bestuurders: een zeer relatieve beperking (Deminor)

Het nieuwe aansprakelijkheidsregime voor bestuurders: een zeer relatieve beperking (Deminor)

Auteur: Thibaut Claes (Deminor)

Publicatiedatum: 09/01/2020

De aansprakelijkheidsregeling voor bestuurders ontsnapt niet aan de recente hervorming van het vennootschapsrecht, integendeel.

Onder het oude regime waren bestuurders aansprakelijk voor hun fouten ten opzichte van de vennootschap en derden, en dit zonder beperking.

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV“) verandert het systeem fundamenteel, met het risico dat het complexer en minder toegankelijk wordt.

Een van de essentiële vernieuwingen is met name de invoering van een beperking van de financiële aansprakelijkheid van bestuurders (door middel van plafonds), de uitbreiding van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor bestuursfouten en de codificatie van de rechterlijke marginale controle.

Alvorens nader in te gaan op de belangrijkste wijziging (d.w.z. de bovengrens), lijkt het ons gepast om enkele van de aanpassingen te noemen die het WVV aan de algemene aansprakelijkheidsregeling aanbrengt. Deze probeert met wisselend succes de materie te moderniseren door middel van duidelijke en consistente wettelijke regels.

Unieke tekst

Voortaan wordt het algemene regime – dat verdeeld was tussen de artikelen 527 en 528 van het vroegere Wetboek van Vennootschappen – in één enkele tekst geregeld (artikel 2:56 van het WVV), die van toepassing is op alle rechtspersonen die onder het WVV (inclusief (I)VZW’s en stichtingen) vallen.

Uitbreiding tot de facto bestuurders

Naast de leden van het bestuursorgaan en de gedelegeerd bestuurder, is de algemene regeling nu ook van toepassing op de feitelijke bestuurders – d.w.z. degenen “die de bevoegdheid hebben of hebben gehad om de rechtspersoon effectief te besturen” – waarvan de aansprakelijkheid dus niet langer beperkt is tot bepaalde gevallen in het kader van vennootschappen in moeilijkheden.

Marginale toetsing door de rechter

Voortaan zal de rechter om zich te kunnen uitspreken over de (al dan niet) onrechtmatige aard van de beslissing, handeling of gedraging die aan de bestuurder kan worden toegerekend, moeten beoordelen of die beslissing, die handeling of die gedraging de marge kennelijk overschrijdt waarbinnen normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurders, geplaatst in dezelfde omstandigheden, redelijkerwijze van mening kunnen verschillen.

Indien de bestuurder zijn discretionaire bevoegdheid wenst uit te oefenen, is het bijgevolg aan de rechter om vooraf te bepalen welke beslissingen, handelingen en gedragingen mogelijk zijn die duidelijk verder gaan dan die welke normaal gesproken door voorzichtige en zorgvuldige bestuurders in dezelfde omstandigheden zouden zijn genomen.

Er zij ook op gewezen dat het WVV alleen verwijst naar de beslissingen, handelingen en gedragingen van een bestuurder waarvan geen discussie bestaat over de schadelijkheid ervan. Dus wat gebeurt er in geval van verzuim, nalatigheid of het niet-handelen van een bestuurder? Is de marginale controle waarin het WVV voorziet in deze gevallen ook van toepassing?

Uitbreiding van de aansprakelijkheid

Een andere belangrijke vernieuwing in het WVV is de uitbreiding van de hoofdelijke aansprakelijkheid. Dit geldt nu voor alle bestuursfouten (d.w.z. fouten die bij de uitvoering van de opdracht zijn gemaakt), terwijl dit onder de oude regeling alleen gold voor herhaaldelijk bestuursfouten of in solidum waren in het geval van samenlopende fouten.

Meldingsplicht

Onder het oude regime moest de bestuurder die aansprakelijkheid wilde vermijden, aantonen dat hij geen schuld had en de inbreuk tijdens de eerste algemene vergadering melden.

Het WVV handhaaft alleen de verplichting tot melding, die nu moet worden voorgelegd aan de Raad van Bestuur en niet langer aan de Algemene Vergadering. Het is daarom niet langer noodzakelijk om aan te tonen dat er geen sprake is van schuld of oorzakelijk verband om aan de aansprakelijkheid te ontkomen.

Opgemerkt moet worden dat de tekst van het WVV enkele vragen openlaat die in de praktijk onvermijdelijk onderwerp van veel discussies zullen zijn: binnen welk tijdsbestek moet de inbreuk aan de raad van bestuur worden gemeld? Betekent dit dat de melding kan plaatsvinden wanneer de bestreden en gemelde beslissing reeds lang ten uitvoer is gelegd? Hoe moet het bestuur reageren in geval van een melding?

Beperking van de aansprakelijkheid (bedragsmatige plafonds) – Bepaling van openbare orde

De door het WVV voorgestelde belangrijkste wijziging met betrekking tot de aansprakelijkheid van bestuurders is ongetwijfeld de invoering van financiële limieten voor hun aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon en derden.

Er zijn vijf van dergelijke limieten, variërend van 125.000 euro voor de kleinste bedrijven tot 12.000.000 euro voor de grootste. Zij worden bepaald op basis van de gemiddelde inkomsten over de laatste drie boekjaren en het gemiddelde balanstotaal over dezelfde periode.

Deze wettelijke beperking is daarom alleen van belang in gevallen waarin de fout van de bestuurder schade voor een bedrag boven het plafond zal veroorzaken. Het is dus de facto mogelijk dat het slachtoffer van een fout van een bestuurder niet volledig schadeloos wordt gesteld voor de geleden schade indien deze het bedrag van het betrokken plafond overschrijdt. Bovendien, wat gebeurt er als de limiet is uitgeput en er andere slachtoffers zijn?

Om dit beginsel te matigen, bepaalt het WVV dat beperking van de aansprakelijkheid in de volgende gevallen is uitgesloten:

  • in geval van herhaalde lichte fout, zware fout en fouten met bedrieglijk opzet of met oogmerk om te schaden;
  • in geval van toepassing van de garantieverplichtingen opgelegd door de artikelen 5:138 en 7:205 van het WVV (ongeldige storting van aandelen);
  • in geval van hoofdelijke aansprakelijkheid zoals bedoeld in de artikelen 442quater (roerende voorheffing) en 458 (veroordeling wegens belastingfraude) van het WIB 92, de artikelen 73sexies (strafrechtelijke veroordelingen) en 93undeciesC (BTW) van het Wetboek BTW en artikel XX.226 van het WER (RSZ).

In deze gevallen is de aansprakelijkheid van de bestuurders bij de oorzaak van de fout of de hoofdelijke aansprakelijkheid onbeperkt.

Er zij op gewezen dat de uitsluiting van de zware fout en de herhaalde lichte fout de gevolgen van het aansprakelijkheidsplafond, die de kern van dit onderdeel van de hervorming zou moeten vormen, aanzienlijk beperkt. Bestuurders lijken dus waarschijnlijker onbeperkt aansprakelijk te worden gesteld, aangezien dit gemakkelijker te bewijzen is (in ieder geval voor zware fouten of de herhaalde lichte fout).

Bovendien, als de bestuurder een verzekeringsdekking heeft, wat is dan de reactie van de verzekeraar in geval van herhaalde lichte fout, waarvoor de bestuurder aansprakelijk is voor een bedrag dat onder het door het WVV vastgestelde plafond ligt? Zal hij ermee instemmen om de eventueel te betalen compensatie te dekken? Deze situatie zal zeker leiden tot belangrijke discussies tussen bestuurders en verzekeraars.

Tot slot, aangezien deze plafonds van openbare orde zijn, kan er niet van worden afgeweken. Bijgevolg zal de onderneming niet in staat zijn een flexibelere beperking toe te passen dan die waarin het WVV voorziet.

Het aansprakelijkheidsregime voor bestuurders heeft belangrijke wijzigingen ondergaan die, op papier, verwarrend zijn wat betreft hun werkelijke effectiviteit/noodzaak in vergelijking met het oude stelsel.

Het gebrek aan precisie van de nieuwe regeling op bepaalde punten en de complexiteit van de lezing ervan illustreren de moeilijke zoektocht naar een evenwicht tussen het besturen van een onderneming op een manier dat de ontwikkeling ervan bevordert en de verantwoordelijkheid van de functie van de bestuurder. Dit evenwicht is dus nog lang niet bereikt, gezien de zeer beperkte ruimte voor de beperking van de aansprakelijkheid van bestuurders en het grote aantal vragen dat zij open laat.

Wij vragen ons dan ook af of deze veranderingen echt nodig en noodzakelijk zijn in vergelijking met wat het oude systeem voorzag. Is de tekst van het WVV werkelijk een omzetting van de wil van de wetgever? Dit zijn allemaal vragen die de praktijk zal proberen te beantwoorden, vooral door de marginale controle die het WVV de rechter oplegt, die dus verantwoordelijk zal zijn voor het vaststellen van de grenzen voor het nieuwe regime.

Lees hier het originele artikel

2020-01-13T18:36:24+00:00 15 januari 2020|Categories: Vennootschapsrecht|Tags: , , |