>>>CV 2.0 of BV 2.0? Uw CVBA omvormen (of toch niet)? (K law)

CV 2.0 of BV 2.0? Uw CVBA omvormen (of toch niet)? (K law)

Auteurs: Frank Cleeren, Thomas Vandersmissen en Hanne Arnols (K law)

Publicatiedatum: 09/10/2020

De CVBA was sinds de jaren tachtig een veel gebruikte rechtsvorm in België. Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (hierna: WVV), dat in werking trad op 1 mei 2019, heeft evenwel het gebruik van de CV sterk aan banden gelegd. Een korte analyse dringt zich op.

De CV als soepele organisatievorm

Historisch gezien kozen niet enkel ondernemingen met een ‘echt’ coöperatief gedachtengoed (bv. veilingen, aankoopgroeperingen, …) voor de CVBA-rechtsvorm, maar ook bij accountants, artsen, advocaten, bedrijfsrevisoren en andere beroepen was de CVBA tot voor kort erg in trek.

Dit succes was voornamelijk te danken aan de grote flexibiliteit waarmee partijen zich kunnen organiseren binnen de CVBA. Zo kunnen aandeelhouders in principe op een relatief eenvoudige wijze de vennootschap verlaten en nieuwe partijen kunnen eenvoudig toetreden. Bij verandering van de aandeelhouders gaan de aandelen niet over op de andere aandeelhouders maar worden ze vernietigd. Daarbij betaalt de vennootschap een zogenaamd scheidingsaandeel. Deze vorm van uittreding heeft dus een meerwaarde in vergelijking met een verkoop van aandelen, vermits in de CVBA het scheidingsaandeel door de vennootschap wordt betaald, daar waar bij een klassieke aandelenoverdracht de prijs normaliter door de overnemende partij betaald wordt.

De CVBA was ook om andere redenen aanlokkelijk, zoals de grote vrijheid inzake winstverdeling, de mogelijkheid van meervoudig stemrecht, vrije afspraken inzake overdrachtsbeperkingen en de vrijheid inzake bestuur.

Wat is er sedert het WVV veranderd?

Het WVV maakt een duidelijk onderscheid tussen de eigenlijke coöperatieve vennootschap (met name de vennootschap die als voornaamste doel heeft de commerciële of sociale activiteiten van haar aandeelhouders (leden) te ontwikkelen) en de vennootschap die weliswaar geen coöperatief ideaal uitdraagt, maar die de CVBA-rechtsvorm (destijds) gekozen heeft omwille van haar flexibel karakter. Het gevolg is dat een groot aantal CVBA’s (waaronder vele vrije beroepsvennootschappen) wellicht niet voldoen aan de vereisten om de rechtsvorm van de CVBA aan te houden.

En toen was er de BV

De wetgever heeft deze ‘oneigenlijke’ CVBA’s evenwel niet in de steek gelaten. De wetgever heeft immers de nieuwe BV-rechtsvorm (de voormalige BVBA) bewust van een grote juridische vrijheid en heel wat nieuwigheden voorzien. Denk bijvoorbeeld aan de soepele in- en uittreding lastens het vennootschapsvermogen, het meervoudig stemrecht, de vrije winstverdelingsafspraken, en andere. Iedere oneigenlijke CVBA kan dus (best) omgevormd worden tot een BV.

De wetgever heeft trouwens expliciet bepaald dat, bij gebreke aan een uitdrukkelijke keuze, de bestaande ‘oneigenlijke’ CVBA’s van rechtswege omgevormd worden tot een BV vanaf 1 januari 2024, tenzij ze hun statuten reeds eerder hebben aangepast. Aan de bestuurders van de CVBA wordt daarbij de verplichting opgelegd om de statuten binnen de zes maanden na de omzetting in overeenstemming te brengen met het BV-statuut.

Deze BV-rechtsvorm heeft bovendien zelfs voordelen t.o.v. de CVBA, zoals:

  • Het uittredingsrecht kan in de BV selectief aan een enkele aandeelhouder toegekend worden (in tegenstelling tot in de CV). (artikel 5:154, §1, lid 1 WVV)
  • Mits invoeging van een statutaire bepaling kan de BV aandelenoverdrachten eenvoudiger maken dan in een CV (artikel 5:63 WVV).
Welke regels zijn vandaag van toepassing op de CVBA?

Het WVV is op de bestaande CVBA’s van toepassing vanaf 1 januari 2020. Van deze vennootschappen wordt verwacht dat ze zo spoedig mogelijk hun statuten aanpassen. Als dit niet gebeurt voor 1 januari 2024, dan volgt de zogenaamde ‘omzetting van rechtswege’ naar de BV.

De CVBA die niet aan de (coöperatieve) CV-definitie uit artikel 6:1 WVV voldoet, blijft tot haar omzetting in een andere rechtsvorm aan het oude W. Venn. onderworpen. Weliswaar zullen ook reeds de meeste dwingende BV bepalingen van het WVV op 1 januari 2020 op hen van toepassing zijn.

Dit leidt op heden tot een complexe juridische situatie. Bovendien kunnen enkel CV’s die aan de definitie van artikel 6:1 WVV voldoen, zich CV noemen.

Eenvoudige procedure van omvorming

Om onduidelijkheden, tegenstrijdigheden en sancties te vermijden, heeft de oneigenlijke CV er belang bij de statuten snel aan te passen. Het goede nieuws is dat een eenvoudige statutenwijziging volstaat. Er is dus geen uitvoerige omzettingsprocedure nodig om een CV om te zetten naar een BV. Bij omzetting naar de BV-rechtsvorm zal er (al dan niet) in de authentieke akte wel best bijzondere aandacht worden besteed aan het (eventuele) behoud van de initiële afspraken en/of evenwichten tussen de aandeelhouders.

Lees hier het originele artikel

2020-10-12T12:13:26+00:00 15 oktober 2020|Categories: Vennootschapsrecht|Tags: , , , |