>>>Bestuurder van een vennootschap: wat verandert er voor u als gevolg van het WVV? (Deminor)

Bestuurder van een vennootschap: wat verandert er voor u als gevolg van het WVV? (Deminor)

Auteur: Amélie Boes (Deminor)

Publicatiedatum: 30/09/2020

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (hierna: WVV) zorgt voor tal van wijzigingen op het vlak van bestuur, en in het bijzonder op het vlak van het statuut van de bestuurders.

Wanneer we kijken naar de veranderingen die hebben plaatsgevonden, dan zien we dat de wetgever geprobeerd heeft om duidelijkere regels te geven voor de uitoefening van de functie van bestuurder.

Begrip “personeel”. Onder het vorige regime gaf de wetgever geen definitie van dit begrip. Bestuurders werden soms opgenomen onder de term “personeel”, vanwege een brede interpretatie, en soms uitgesloten, vanwege een striktere opvatting.

Om een einde te maken aan deze onzekerheid wordt het begrip “personeel” nu uitdrukkelijk gedefinieerd in artikel 1:27 van het WVV. Dit omvat binnen de onderneming of haar dochteronderneming(en):

  • Elke natuurlijke persoon die is aangesteld op basis van een arbeidsovereenkomst, een managementovereenkomst of een gelijkaardige overeenkomst;
  • Elke rechtspersoon die onder een managementovereenkomst of gelijkaardige overeenkomst valt, vertegenwoordigd door één enkele natuurlijke persoon die ook zijn controlerende vennoot of aandeelhouder is;
  • Elk lid van het bestuursorgaan (natuurlijke personen en rechtspersonen) waarvan de vaste vertegenwoordiger ook de controlerende vennoot of aandeelhouder is.

Verwijzingen naar het begrip “personeel” zijn talrijk in het WVV en veel artikelen hebben dan ook hun inhoud verduidelijkt. We denken daarbij met name aan de artikelen met betrekking tot de inkoop van eigen aandelen, afwijkingen van het voorkeursrecht van aandeelhouders bij uitgifte van nieuwe aandelen in ruil voor een inbreng in geld, en de grootte van vennootschappen. Deze verduidelijking was dan ook onontbeerlijk.

Vaste vertegenwoordiger. Het WVV specificeert in verschillende opzichten het statuut van de vaste vertegenwoordiger die een bestuursfunctie uitoefent.

De vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon hoeft niet meer te worden gekozen uit zijn aandeelhouders, bestuurders, leden van de raad van bestuur of medewerkers. De enige verplichting is dat hij of zij een natuurlijk persoon moet zijn (wat een einde maakt aan het gebruik van vertegenwoordigingscascades). Een derde partij kan dus in deze hoedanigheid rechtsgeldig worden aangesteld.

Naast de vaste hoofdvertegenwoordiger kan nu ook een plaatsvervanger worden benoemd. Deze plaatsvervangend vaste vertegenwoordiger mag alleen optreden wanneer de vaste hoofdvertegenwoordiger verhinderd is en er binnen de beheerde rechtspersoon geen andere bestuurder is.

Bovendien is het verbod op cumulatie door de vaste vertegenwoordiger nu vastgelegd in het WVV. Het is niet langer mogelijk om zowel als natuurlijke persoon-bestuurder en als vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon-bestuurder lid van het bestuursorgaan te zijn. Ook kan een natuurlijk persoon niet langer worden aangesteld als vaste vertegenwoordiger van meerdere rechtspersonen die bestuurder zijn van dezelfde onderneming.

Ten slotte gelden de belangenconflictregels zowel voor de rechtspersoon als bestuurder, als voor zijn vaste vertegenwoordiger, ongeacht of de rechtspersoon zelf in een belangenconflictsituatie verkeert.

Belangenvermenging. Naast de uitbreiding van de regels inzake belangenconflicten tot de vaste vertegenwoordigers, heeft het WVV nog een andere belangrijke wijziging aangebracht in de procedure inzake belangenconflicten.

De wetgever legt een onthoudingsverplichting vast voor bestuurders in een belangenconflictsituatie. Voortaan mogen zij niet meer deelnemen aan de beraadslaging of de stemming over een beslissing waarover zij zelf in een belangenconflict verkeren. Dit is een terugkeer naar het oude regime, wat zou kunnen leiden tot situaties van blokkering of gebrek aan representativiteit van de bestuurders (in dergelijke gevallen voorziet de wetgever dat het besluit wordt doorverwezen naar de algemene vergadering).

Herroepbaarheid ad nutum. De ad nutum herroepbaarheid (op elk moment, zonder aanleiding, opzegging of schadeloosstelling) van bestuurders was, onder het oude regime, een beginsel van openbare orde waarvan niet kon worden afgeweken.

Onder het WVV wordt dit principe een vervangende regel: herroepbaarheid ad nutum blijft de regel, maar het is mogelijk om er wettelijk of contractueel van af te wijken, bijvoorbeeld door te voorzien in een opzegtermijn of een ontslagvergoeding.

Deze versoepeling wordt echter gecompenseerd door de mogelijkheid die aan de algemene vergadering wordt geboden om het mandaat van een bestuurder zonder opzegging of vergoeding, omwille van “gegronde redenen” te beëindigen.

De marge die aan de algemene vergadering wordt overgelaten is dus meer of minder breed, afhankelijk van de omstandigheden.

Onafhankelijke status. Het WVV bevestigt het onafhankelijke karakter van de status van de bestuurder. Bijgevolg zal elke bestuurder, al dan niet bezoldigd, onderworpen zijn aan het sociaal statuut van een zelfstandige en mag hij voor de uitoefening van zijn mandaat niet gebonden zijn aan een arbeidsovereenkomst.

Het WVV laat een bestuurder echter toe om functies uit te oefenen die complementair zijn aan zijn mandaat binnen de onderneming. In dat geval, en voor zover deze functies betrekking hebben op een activiteit die totaal verschillend is van de activiteit die wordt uitgeoefend in het kader van zijn mandaat als bestuurder, kan hij door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap verbonden zijn.

Met andere woorden, een bestuurder moet in alle gevallen primair of aanvullend onderworpen zijn aan het sociaal statuut van zelfstandigen.

Lees hier het originele artikel

2020-10-14T16:27:28+00:00 23 oktober 2020|Categories: Vennootschapsrecht|Tags: , , |