>>>Rechtspraak – staking en uitzendkrachten (Mploy)

Rechtspraak – staking en uitzendkrachten (Mploy)

Auteur: Ludo Vermeulen (Mploy)

Publicatiedatum: november 2019

Hof van beroep Antwerpen 3 mei 2018, RABG – Rechtspraakoverzicht sociaal strafrecht, Larcier, 2019, 110.

Het hof spreekt Telenet vrij nadat die door het openbaar ministerie was vervolgd omdat zij uitzendkrachten had tewerkgesteld tijdens een nationale staking.

1. De wetgever laat het over aan de Nationale Arbeidsraad om bij cao “de na te leven procedure en de duur van de tijdelijke arbeid” te regelen “bij staking of lock-out bij de gebruiker”. (zie artikel 1, § 5 Uitzendarbeidwet). Artikel 19 Cao nr. 108 bepaalt: “Een uitzendbureau mag geen uitzendkrachten bij een gebruiker tewerkstellen of aan het werk houden in geval van staking of lock-out.” Een kommaneuker zou hier kunnen opwerpen dat de NAR daarmee niet “de na te leven procedure en de duur” van de uitzendarbeid regelt, maar de uitzendarbeid verbiedt zodat hij verder gaat dan de wet hem toelaat. Van het begrip ‘staking’ wordt ook geen definitie gegeven. Is de deelname van één werknemer aan een nationale staking voldoende voor een verbod op de tewerkstelling van uitzendkrachten in de ganse onderneming? In het hier besproken arrest geeft het hof van beroep er dan maar een eigen definitie aan, zij het dat die inspiratie vond in bepaalde rechtsleer.

Op de website van de FOD WASO leest men: “Dit verbod geldt evenwel slechts per vestiging en per personeelscategorie.” Dat staat dan weer niet in de cao…

De bedoeling van het verbod is uiteraard te verhinderen dat een staking wordt gebroken door de inzet van uitzendkrachten.

Naar aanleiding van de oktoberstakingen van het ABVV tegen het generatiepact verbood de voorzitter van de arbeidsrechtbank te Brussel (op eenzijdig verzoek van de vakbond!) een werkgever om uitzendkrachten te werk te stellen op 7 oktober 2005, zijnde de dag van het vonnis. Het ging om een algemeen verbod dat geen rekening hield met vestigingen of personeelscategorieën.

2. Op 15 december 2014 organiseerden de vakbonden over het ganse land stakingen en andere acties tegen de besparingsmaatregelen van de regering. De vakbondsafvaardiging bij Telenet bekloeg zich bij de sociale inspectie over het feit dat bij Telenet op die stakingsdag 40 uitzendkrachten aan het werk waren. Hoewel het hof dat niet expliciet vermeldt, zullen ook Telenet-werknemers gestaakt hebben op die dag, anders zou er geen probleem geweest zijn rond de inzet van de uitzendkrachten.

3.  De arbeidsauditeur dagvaardde Telenet, drie van haar directeurs en het uitzendkantoor voor de correctionele rechtbank wegens inbreuk op de Uitzendarbeidwet en de cao nr. 108 van de Nationale Arbeidsraad. Die inbreuk wordt strafbaar gesteld door artikel 176, § 2, 1° en § 3, 1° Sociaal Strafwetboek met sancties van niveau 2, zijnde een strafrechtelijke boete van 400 tot 4.000 euro (te vermenigvuldigen met het aantal betrokken uitzendkrachten).

De rechtbank wees de vordering van de auditeur af waarop het beroep volgde. Het hof sprak in het arrest van 3 mei 2018 alle beklaagden vrij.

4. Uit de beslissing van het hof kunnen we een aantal belangrijke lessen leren.

(i) Het uitzendkantoor en zijn lasthebbers en aangestelden zijn strafbaar wanneer zij uitzendkrachten ter beschikking stellen of aan het werk houden in geval van staking of lock-out. De gebruiker, zijn lasthebbers en aangestelden zijn strafbaar wanneer zij in dat geval uitzendkrachten doen werken. Dat oordeel is niet echt verrassend.

(ii) Volgens het hof is “staken” te definiëren als “het opzettelijk tijdelijk niet-verrichten van de bedongen arbeid door een aanmerkelijke groep van personen in een dienstbetrekking, als dwangmiddel ter bereiking van een bepaald doel in het kader van sociaaleconomische belangen”. Het onderzoek van de inspectie was zeer summier. Zij stelde niet vast of de nationale actiedag gevolgen had voor de activiteit binnen de onderneming (van Telenet) en er (binnen die onderneming) sprake was van een staking in die zin.

Verder bestaat de ratio legis van het tewerkstellingsverbod erin dat men wil voorkomen dat bij de gebruiker stakingsacties van vaste werknemers zouden worden gebroken door hen te vervangen door uitzendkrachten, zodat het productieverlies als gevolg van de staking zou worden opgevangen door uitzendkrachten.

De inspectie had niet onderzocht tot welke beroepscategorieën de stakers en de uitzendkrachten behoorden en in welke afdelingen zij werden tewerkgesteld. De aard van het werk in de betrokken afdelingen was evenmin onderzocht.

Het hof kwam dan tot de conclusie dat niet was bewezen dat de inzet van de uitzendkrachten de bedoeling had om een staking in het bedrijf te “breken”.

5. Het hof zegt daar niets over maar men kan zich afvragen door wie en in welke mate de belangen van de uitzendkrachten bewaakt worden. Volgens de letter van de cao (en in de visie van de inspectie, van het arbeidsauditoraat in de Telenet-zaak en de voorzitter van de arbeidsrechtbank te Brussel) is het de werkgever verboden om ook maar één uitzendkracht te werk te stellen wanneer ook maar één vaste werknemer staakt, ook al is dat in het kader van acties tegen regeringsmaat­regelen, waar de werkgever totaal buiten staat. Dat betekent dan wel dat al die uitzendkrachten die dag(en) zonder werk zitten en zonder loon. Zij hebben enkel recht op een werkloosheidsuitkering indien het beheerscomité van de RVA van oordeel is dat de uitzendkracht geen belang heeft bij de staking (zie artikel 73 Werkloosheidsbesluit). En zowel bij de oktoberstakingen van 2005 als bij de nationale stakingen van december 2014 hadden de uitzendkrachten belang bij het “succes” van de staking. Bovendien zetelen ook de vakbonden in dat beheerscomité… In de regel geen werkloos­heids­uitkeringen dus.

De uitzendkracht heeft dus geen werk en geen loon noch enige andere vergoeding.

6. Eigenlijk is het een schande dat de “strafwet” niet duidelijker is.

Lees hier het originele artikel

2019-12-04T19:53:33+00:00 4 december 2019|Categories: Arbeidsrecht|Tags: , , |