De overdracht van auteursrechten door werknemers of zelfstandigen
Een analyse na de
wet van 19 juni 2022

Webinar op 25 oktober 2022

 

Ontslagmotivering:
een praktijkgericht overzicht

Webinar op 17 november 2022

 

 

In conflict met de RSZ

Webinar op 21 oktober 2022

Car policies:
15 aandachtspunten
onder de loep

Webinar op 6 oktober 2022

 

Grensoverschrijdend gedrag: what’s in a name?

Webinar on demand

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Overgang van onderneming en CAO32bis : wat als het echt ingewikkeld wordt en het Arbeidshof Gent dan maar een prejudiciële vraag stelt? (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 08/08/2018

De toepassing van CAO32bis: duidelijk in dit geval

Er is sprake van een overgang van een afdeling van een onderneming in de zin van art. 6 CAO nr. 32bis wanneer een autonome groep van schoonmakers in dienst van een onderneming aan wie een overheidsopdracht was vergund, ingevolge het vergunnen van de opdracht aan een andere onderneming, in dienst treedt van deze onderneming en er zijn identiteit behoudt. De rechten en verplichtingen van alle werknemers die deel uitmaken van de overgenomen afdeling, gaan van rechtswege op de overnemer over.

Maar wat met deze ingewikkelde concrete situatie?

In deze situatie gingen verschillende groepen van schoonmakers naar verschillende overnemers over, maar rees de vraag wat het lot is van de arbeidsovereenkomst van een werkneemster die tot elk van de overgedragen afdelingen behoort:

  1. Gaan de rechten en verplichtingen die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien telkens voor een gedeelte over, met gevolg dat de werkneemster twee werkgevers krijgt en door twee arbeidsovereenkomsten van deeltijdse arbeid verbonden wordt?
  2. Of gaan alle rechten en verplichtingen over op de verkrijger van de afdeling waarin de werkneemster hoofdzakelijk werd tewerk gesteld?
  3. Of blijft de werkneemster, ondanks de overgang van alle afdelingen van de onderneming waarin zij werd tewerkgesteld, verder in dienst van de oorspronkelijke onderneming en is dit ook het geval wanneer weliswaar één van de twee interpretaties (onder 1 en 2) de voorkeur geniet, maar niet kan uitgemaakt worden welke de omvang van de tewerkstelling van de betrokkene in de verschillende overgedragen afdelingen was?

Over de uitlegging van artikel 3.1 van de Richtlijn 2001/23/EG van 12 maart 2001 van de Raad werd daarom een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie gesteld door het Arbeidshof te Gent (arrest van 14 mei 2018).

Lees hier het arrest