>>>Ontslag uit vrees dat een werknemer zich kandidaat zou stellen bij de sociale verkiezingen: misbruik van ontslagrecht met recht op bijkomende vergoeding? Arbeidshof Brussel 24 oktober 2017 (LegalNews.be)

Ontslag uit vrees dat een werknemer zich kandidaat zou stellen bij de sociale verkiezingen: misbruik van ontslagrecht met recht op bijkomende vergoeding? Arbeidshof Brussel 24 oktober 2017 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 21/02/2019

De feiten

Op 2 juni 2000 ondertekenden de werkgever en mevrouw F. een arbeidsovereenkomst voor bedienden van onbepaalde tijd, waardoor mevrouw F. met ingang van 16 augustus 2000 werd aangeworven als ergotherapeute.

Met verzoekschrift van 21 januari 2004 vorderde het ACV voor de arbeidsrechtbank te Brussel te zeggen voor recht dat de NV samen met een andere NV één technische bedrijfseenheid vormde waarvan de gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling minstens 50 werknemers bedroeg, en beide NV’s te veroordelen tot het organiseren van sociale verkiezingen.

De geldigheid van het verkiezings-KB stond ter discussie samen met de vraag of er voldoende sociale en economische criteria waren en of er in totaal meer dan 50 werknemers tewerkgesteld waren.

Op 18 januari 2004 ondertekende mevrouw F. (als tweede ondertekenaar) samen met een grote groep van 37 collega’s een brief over de sociale criteria; volgens de vakbondssecretaris werden daarop de ondertekenaars in het bureau van de directie geroepen, waarbij de ondertekenaars werden geïntimideerd.

Op 13 februari 2004 meldde mevrouw F. aan het ACV dat zij bij de sociale verkiezingen 2004 binnen de onderneming kandidaat-personeelsafgevaardigde wenste te zijn voor het comité voor preventie op het werk. Met vonnis van 23 februari 2004 verklaarde de arbeidsrechtbank de vordering tot het organiseren van sociale verkiezingen ontvankelijk en gegrond. Met verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 10 maart 2004, tekende de NV samen met de andere NV  beroep aan tegen dit vonnis. Ze beperkte haar grieven tot de geldigheid van het verkiezings-KB. Het toenmalige KB van 15 mei 2003 werd bij wet van 2 april 2004 bekrachtigd. Omdat hierdoor de ingeroepen grief geen voorwerp meer had, werd de zaak door het arbeidshof op 27 september 2004, 25 oktober 2004 telkens uitgesteld, laatst tot 10 januari 2005 om de NV toe te laten de verkiezingsprocedure op te starten.

Met aangetekende brieven van 12, 24, 25 en 26 november 2004 formuleerde de NV aan mevrouw F. diverse verwijten. De brief van 24 november 2004 had betrekking op het niet akkoord gaan van de NV met een tussenkomst van mevrouw F. over de eindejaarspremie en de haard en standplaatsvergoeding; in de brief van 25 november 2004 werd ze ontslagen met een opzegging van 3 maanden ingaande op 1 december 2004. 8. Met brief van 6 december 2004 beëindigde de NV de arbeidsovereenkomst van mevrouw F. met aanzegging van betaling van een opzeggingsvergoeding gelijk aan drie maanden loon. Op dezelfde dag werden nog twee andere personeelsleden ontslagen, met name mevrouw C. en mevrouw A. K.

Met aangetekende brief van 30 december 2004 vatte de NV de procedure sociale verkiezingen aan.   Met arrest van 31 januari 2005 verklaarde het arbeidshof het hoger beroep ontvankelijk doch zonder voorwerp. Met aangetekende brief van 23 juni 2005 vorderde de vakorganisatie van mevrouw F. betaling door de NV van een vergoeding wegens misbruik van ontslagrecht, een aanvullende opzeggingsvergoeding, het loon voor de feestdagen van 25 december 2004 en 1 januari 2005 en achterstallig vakantiegeld. In dezelfde brief werden gelijkaardige vergoedingen gevorderd voor mevrouw C. en mevrouw A. K.

Met aangetekende brief van 15 juli 2005 verklaarde de NV zich ‘uit sociale overwegingen’ bereid om een aanvulling bij de ontslagvergoeding te betalen, doch ze hield hierbij voor dat de drie betrokken personeelsleden werden ontslagen wegens ‘ernstige gedragstekortkomingen, het niet naleven van de interne regels en/of beroepsfouten’.

De eis van de werkneemster voor de arbeidsrechtbank

Met inleidende dagvaarding van 2 december 2005 vorderde mevrouw F. voor de Arbeidsrechtbank te Brussel betaling door de NV van:

  • € 9.493,64 bruto aanvullende opzeggingsvergoeding
  • € 195,81 bruto loon voor feestdagen en € 30,04 bruto vakantiegeld op loon voor feestdagen
  • € 239,74 bruto als saldo vakantiegeld
  • € 1,00 bruto provisioneel ten titel van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke en de gerechtelijke intrest op de bruto bedragen vanaf hun eisbaarheid, evenals de kosten van het geding.

Zij vorderde tevens de afgifte van een loonfiche en een fiscale fiche met betrekking tot de vordering, onder verbeurte van een dwangsom van € 25 per dag en per ontbrekend document (met uitzondering van de fiscale fiche 281.10) bij niet afgifte ervan binnen de maand na betekening van het uit te spreken vonnis.

Met conclusie, neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank op 27 november 2006, begrootte mevrouw F. de door haar gevorderde schadevergoeding op € 50.000,00 bruto.

Het vonnis van de arbeidsrechtbank

Met vonnis van 16 maart 2016 verklaarde de arbeidsrechtbank de vordering ontvankelijk en grotendeels gegrond; de NV werd veroordeeld tot betaling aan mevrouw F. van:

  • € 4.746,82 bruto aanvullende opzeggingsvergoeding
  • € 195,81 bruto loon voor feestdagen en € 30,04 bruto vakantiegeld op loon voor feestdagen
  • € 239,74 bruto als saldo vakantiegeld
  • € 50.000,00 euro bruto schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht

bedragen te vermeerderen met de wettelijke en de gerechtelijke intrest op de bruto bedragen.

De NV werd tevens veroordeeld tot afgifte van een loonfiche en een fiscale fiche met betrekking tot de vordering en een verbeterd formulier C4, onder verbeurte van een dwangsom van € 25 per dag en per ontbrekend document (met uitzondering van de fiscale fiche 281.10) bij niet afgifte ervan binnen de 2 maand na betekening van het vonnis en met een maximum van € 500, en tot de kosten van het geding, begroot op € 96,90 dagvaardingskosten.

Het beroep door de werkgever

Met verzoekschrift, ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 1 juli 2016, tekende de NV hoger beroep aan tegen het vonnis. Het hoger beroep was beperkt tot de veroordeling wegens misbruik van ontslagrecht, de NV vroeg dat de oorspronkelijke vordering op dit punt ongegrond zou worden verklaard, minstens het bedrag te herleiden tot € 2.500.

De visie van het Arbeidshof

1. Wat is misbruik van ontslagrecht?

Zoals van elk recht kan ook van het ontslagrecht misbruik worden gemaakt. Het misbruik van ontslagrecht kan worden ingeroepen, wanneer er een kennelijk misbruik is waarbij de regel van artikel 1.134,3de lid van het Burgerlijk Wetboek ernstig wordt geschonden; op basis van deze bepaling moeten overeenkomsten te goeder trouw worden uitgevoerd.

Rechtsmisbruik in verband met het ontslag vloeit dan ook voort uit de uitoefening van dit recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van het ontslagrecht door een voorzichtige en bedachtzame werkgever. De opzeggingsvergoeding heeft echter een forfaitair karakter en dekt de volledige schade die door het ontslag werd veroorzaakt, zowel de materiële als de morele schade. Gelet op dit forfaitair karakter kan een vergoeding wegens misbruik van ontslagrecht slechts worden toegekend voor andere schade dan deze die voortvloeit uit het verlies van de dienstbetrekking, m.a.w. voor schade die niet veroorzaakt is door het ontslag zelf, maar door met het ontslag gepaard gaande omstandigheden.

In de rechtspraak wordt als misbruik van ontslagrecht aanvaard, het ontslag door de werkgever van een werknemer als represaille tegen het feit dat de werknemer het voornemen heeft zich kandidaat te stellen bij sociale verkiezingen.

2. Is er in casu sprake van misbruik van ontslagrecht?

Naar het oordeel van het arbeidshof maken volgende feiten duidelijk dat het ontslag van mevrouw F. te vinden is in het feit dat de NV vreesde dat zij zich kandidaat zou stellen bij de sociale verkiezingen.

2.1. Op de eerste plaats dient te worden vastgesteld dat de NV slechts tegen haar zin uiteindelijk sociale verkiezingen heeft georganiseerd:

  • nadat zij reeds met vonnis van 23 februari 2004 door de arbeidsrechtbank veroordeeld was om samen met de andere NV als één technische bedrijfseenheid sociale verkiezingen te organiseren, en op 10 maart 2004 hoger beroep instelde tegen het vonnis van 23 februari 2004 op grond van het enkele motief dat het KB van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk ongeldig zou zijn,
  • deze beroepsprocedure verder te zetten niettegenstaande het feit dat een mogelijke ongeldigheid van dit KB geregeld werd door de Wet van 2 april 2004 houdende bekrachtiging van de drie KB’s van 15 mei 2003, en
  • slechts een eerste aanzet gaf tot de organisatie van de nu wel onvermijdelijk geworden sociale verkiezingen met aangetekende brief van 30 december 2004.

2.2. Op de tweede plaats is er het chronologische relaas van de feiten. Het arbeidshof weerhoudt in het bijzonder:

  • de ondertekening als tweede personeelslid van de brief van 37 personeelsleden, waarin ze de versie van de NV i.v.m. de sociale criteria gemotiveerd tegensprak
  • de daaropvolgende e-mail van de vakbondssecretaris met melding dat de ondertekenaars in het bureau van de werkgever werden opgeroepen om hen te intimideren
  • de secretaris had reeds 2 ondertekenaars in tranen aan de telefoon gehad en vreesde dat men op zoek was naar de initiatiefnemers
  • de aangetekende verwittigingsbrief van 24 november 2014 over een syndicale aangelegenheid (een circulaire over de eindejaarspremie en haard- en standplaatsvergoedingen, verspreid onder het personeel door mevrouw F.)
  • hierna volgde onmiddellijk eerst de opzegging en dan de verbreking van de arbeidsovereenkomst; enige tijd voordien was de betwisting op 25 oktober 2004 voor het arbeidshof een tweede maal uitgesteld om de verkiezingsprocedure te zien opstarten.
    Zodoende moet het voor de NV duidelijk geworden zijn dat zij niet zou kunnen ontsnappen aan het organiseren van sociale verkiezingen daar het verkiezings-KB bij wet bekrachtigd was en ze geen andere beroepsgrieven aanvoerde.

2.3. Op de derde plaats is er het feit dat niet enkel mevrouw F. werd ontslagen, doch op dezelfde dag ook twee andere personeelsleden, mevrouw C. en mevrouw A. K. , waarbij het minstens bevreemdend overkomt dat zowel mevrouw F. als mevrouw C. zich beiden bij hun organisatie hadden aangemeld als kandidaten en niet betwist wordt dat ze beiden op dezelfde dag een uitvoerige brief met verwijten van de NV ontvingen, en zeer korte tijd later op 6 december 2004 ontslagen werden wegens ‘ernstige gedragstekortkomingen, het niet naleven van de interne regels en/of beroepsfouten’, zonder dat hen de kans werd geboden om deze beweerde houding te verbeteren en bovendien één van de ingeroepen beroepsfouten betrekking had op een syndicale interventie (de circulaire over de eindejaarspremie en de haard- en standplaatsvergoedingen).

Uit deze bekende feiten leidt het arbeidshof een bewezen vermoeden af dat mevrouw F. werd ontslagen omwille van het feit dat de NV vreesde dat zij zich kandidaat zou stellen voor de sociale verkiezingen.

Het prijskaartje

Naar het oordeel van het arbeidshof kan de door mevrouw F. geleden schade ex aequo et bono bepaald worden op € 15.000. Gelet op het feit dat de NV door het ontslag het normale verkiezingsverloop heeft willen dwarsbomen, betreft dit bijkomende schade die niet gedekt wordt door de opzeggingsvergoeding.

Lees hier het volledige arrest van het Arbeidshof te Brussel van 24 oktober 2017

Op 6 juni 2019 organiseert Larcier de studienamiddag ‘Sociale verkiezingen – Overzicht van rechtspraak’ incl. het boek ‘Sociale verkiezingen 2016 – Overzicht van rechtspraak’, van de hand van Olivier Wouters en Henri-François Lenaerts (advocatenkantoor Claeys & Engels), dat als documentatie begrepen is in de prijs van de studienamiddag. De sprekers op de studienamiddag zijn de auteurs van het boek.

 

2019-02-20T13:00:46+00:00 21 februari 2019|Categories: Arbeidsrecht - Ondernemingsrecht|Tags: , |