>>>Een onderzoek door de sociale inspectie: niet tegenwerken, maar ook meewerken? (MPloy)

Een onderzoek door de sociale inspectie: niet tegenwerken, maar ook meewerken? (MPloy)

Auteur: Steven Renette (MPloy)

Publicatiedatum: september 2019

De mate waarin een werkgever verplicht kan worden om mee te werken aan een onderzoek door de sociale inspectie voert, blijft een heikele kwestie.

Twee beginselen komen hier met mekaar in conflict. Aan de ene kant is er het zgn. nemo tenetur beginsel dat, kort samengevat, inhoudt dat de overheid niemand kan dwingen om mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Het betreft hier een grondrecht dat verankerd ligt in een aantal mensenrechtelijke verdragen, o.a. het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politiek Rechten (IVBP).  Aan de andere kant is er artikel 209 van het Sociaal Strafwetboek (SSW) dat het belemmeren van het toezicht door een sociaal inspecteur strafbaar stelt. Inbreuken op dit artikel worden bestraft met een sanctie van niveau 4, dit is de zwaarste sanctie in het sociaal strafrecht (gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van € 4.800 tot 48.000).  Overtredingen op artikel 209 SSW kennen ook de hoogste vervolgingsprioriteit.

Interpretatieproblemen stellen zich niet bij de duidelijke gevallen. Bijvoorbeeld: de werkgever die de weg versperde voor een sociaal inspecteur of, de urban legend die in Limburg de ronde doet, de werkgever die tijdens de controle nog snel een deel van het zwarte kasboek deed verdwijnen door het op te eten…

Minder anekdotisch wordt het wanneer de sociaal inspecteur de werkgever vraagt om hem bepaalde documenten voor te leggen (vb. loonbrieven, individuele rekeningen, facturen,…). Indien deze documenten belastende informatie bevatten die de basis kunnen vormen voor een strafrechtelijke veroordeling, rijst de vraag of de werkgever – in het licht van het nemo tenetur beginsel – verplicht kan worden om deze documenten mee delen en of hij, door hier niet op in te gaan, dan het toezicht belemmert (en bijgevolg artikel 209 SSW overtreedt).

In een arrest van 21 april 2015 oordeelde het Hof van Cassatie dat het bewust niet bezorgen van loondocumenten aan een sociaal inspecteur die hierom had verzocht, een inbreuk kan uitmaken op artikel 209 SSW. Recent toonde het Hof zich in een vergelijkbare zaak opvallend milder: volgens een arrest van 6 november 2018 kan uit het loutere niet opsturen van loonbrieven waarnaar door de sociaal inspecteur werd gevraagd, geen inbreuk op artikel 209 SSW worden afgeleid.

Beide arresten lijken moeilijk met mekaar te rijmen:  in de twee gevallen betrof het een (buitenlandse) werkgever aan wie de inspectie sociale documenten had opgevraagd en in de twee gevallen werd hieraan geen gevolg gegeven. Nochtans is de uitkomst anders. Wat intrigeert, is dat er in randnummer 6 van het arrest van 2018 gesteld wordt dat het “louter weigeren” (sic) om sociale documenten te bezorgen aan de sociaal inspecteurs, géén belemmering van toezicht vormt als bedoeld door artikel 209 SSW. Zo geformuleerd laat dit veronderstellen dat er voor het Hof verschillende “gradaties” van weigeren bestaan die bepalend zijn om tot de schuldigverklaring aan artikel 209 SSW te kunnen besluiten. Wij kenden tot voor dit arrest maar één vorm van weigeren: ofwel weigerde men om iets te doen ofwel niet.

Dat de werkgever de sociaal inspecteur niet mag tegenwerken is één zaak maar of dit ook inhoudt dat hij aan het onderzoek moet meewerken, is een andere kwestie. Het is hier dat het nemo tenetur beginsel voor wrijving zorgt.

De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) maakt in dit verband een onderscheid tussen zogenaamd wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk bewijsmateriaal. Het nemo tenetur beginsel kan enkel worden ingeroepen voor bewijsmateriaal dat bestaat afhankelijk van de wil van de verdachte.  Een typevoorbeeld hiervan is de bekentenis: of een bekentenis al dan niet wordt afgelegd, is uitsluitend afhankelijk van de wil van de verdachte. Het nemo auditur beginsel verbiedt dat een verdachte kan worden gedwongen – bijvoorbeeld: onder de dreiging van strafsancties die zouden worden opgelegd indien hij niet meewerkt – om een bekentenis af te leggen.  Afgedwongen verklaringen kunnen geen dienst doen om een strafrechtelijke veroordeling op te funderen.

Anders ligt het met de vraag van een sociaal inspecteur om stukken (bv. loonbrieven) over te maken. Het bestaan van deze stukken hangt niet af van de uitsluitende wil van de  werkgever. Ze bestaan onafhankelijk van zijn wil. De sociaal inspecteur kan deze stukken dan ook opvragen bij de werkgever zonder het nemo tenetur beginsel te schenden. De werkgever die weigert om de stukken te bezorgen, riskeert artikel 209 SSW te overtreden.

In een volgende bijdrage zullen we deze principes toepassen op de vraag van een sociaal inspecteur aan de werkgever om het wachtwoord tot een computerbestand mee te delen.

Spoiler alert: de rechtspraak is het hier (nog) niet over eens.

Lees hier het originele artikel

2019-09-14T12:05:06+00:00 16 september 2019|Categories: Ondernemingsrecht - Sociaal recht|Tags: , |