Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)
Webinar op vrijdag 12 juni 2026
De Kwaliteitswet: een praktijkgerichte analyse anno 2026
Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & partners)
Webinar op vrijdag 9 oktober 2026
Deontologie van advocaten:
drie capita selecta
Mr. Frank Judo (Liedekerke / Stafhouder balie Brussel)
Webinar op dinsdag 26 mei 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Het voorontwerp van Kaderwet blijft beroeren (Dewallens & partners)
Auteur: Christophe Lemmens (Dewallens & partners)
Zorgverleners hebben massaal gereageerd op de oproep om opmerkingen te bezorgen.
Deze opmerkingen hebben o.a. betrekking op de nieuwe maatregel van de opschorting van het RIZIV-nummer.
Er zit ruis op de bedoeling van de wetgever en de tekst van de voorgestelde wet.
In art. X+52 van het voorontwerp van Kaderwet is geen beperking tot gevallen van fraude of opzet te lezen. Daarin staat enkel dat de kamers van eerste aanleg en beroep een opschorting van het RIZIV-nummer kunnen opleggen als alternatief op de administratieve geldboete.
Alleen de volgende voorwaarden worden daarbij vermeld:
1) het moet gaan om een inbreuk op artikel 73bis, 1° t.e.m. 4° ZIV-Wet
en 2) de waarde van de betwiste verstrekkingen is hoger dan 35.000 euro.
In de memorie van toelichting worden wel enkele voorbeelden gegeven (bv. aanrekenen van niet-uitgevoerde prestaties), maar het toepassingsgebied van de ontworpen wettekst is veel ruimer. Bovendien wordt in de memorie van toelichting zelf gezegd dat het slechts gaat om “voorbeelden” van situaties waarin een opschorting van het RIZIV-nummer passend is. Zelfs uit de memorie van toelichting blijkt dus dat het toepassingsgebied ruimer is.
Er kan bv. worden gekeken naar art. 77sexies, §1, lid 2 ZIV-Wet m.b.t. de schorsing van uitbetalingen door de verzekeringsinstellingen aan een zorgverlener in het kader van de derdebetalersregeling. Daarin wordt al melding gemaakt van de voorwaarde van het bestaan van “ernstige, nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen van bedrog”.
» Bekijk alle artikels: Medisch & Pharma












