Vennootschapsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Joris De Vos en mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op donderdag 21 november 2024


De invoering van Boek 6
en de impact voor de medische sector

Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & Partners)

Webinar op vrijdag 4 oktober 2024


De nieuwe wet op de private opsporing

Dhr. Bart De Bie (i-Force) en mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024

Niet-artsen voortaan welkom in een doktersvennootschap! (Van Havermaet)

Auteur: Natalie Vanderstappen (Van Havermaet)

Artsen oefenen hun beroepsactiviteit vaak uit via een vennootschap. Dat dit tal van voordelen oplevert, hoeft geen betoog. Evenwel zijn er ook bepaalde deontologische regels die u moet naleven. Zo mogen niet-artsen geen, of slechts onder strikte voorwaarden, aandeelhouder zijn van een artsenvennootschap. De Orde der Artsen heeft eind 2022 haar visie versoepeld. Wat betekent dit concreet voor u als arts en uw vennootschap? Een overzicht.

HOE WAS HET VROEGER?

De Orde der artsen stelde zich conservatief op over wie een doktersvennootschap mocht oprichten. De aandelen mochten enkel in het bezit zijn van één of meerdere aandeelhouders die het beroep van arts uitoefenden. De geneesheer moest de aandelen bovendien in volle eigendom bezitten. Niet-artsen, zoals de kinderen of de echtgeno(o)t(e), waren in principe niet toegelaten in een artsenvennootschap.

Destijds werd wel een gedoogbeleid toegestaan in het kader van familiale planning. De Orde liet onder strikte voorwaarden toe dat de aandelen van een artsenvennootschap werden gesplitst in blote eigendom en vruchtgebruik, met de nodige garanties in de statuten.

Concreet moest de arts, aan de hand van de statuten, aantonen dat aan volgende voorwaarden cumulatief werd voldaan:

  • de vruchtgebruiker is steeds een arts;
  • de blote eigenaar is een natuurlijke persoon;
  • elke inmenging van niet-artsen in de uitoefening van de geneeskunde en het artsenberoep is verboden;
  • de lidmaatschapsrechten komen uitsluitend toe aan de vruchtgebruiker;
  • de blote eigenaar wordt nominatief aangeduid in de statuten;
  • indien vruchtgebruiker en blote eigenaar een einde willen maken aan de splitsing, kan dit enkel in de richting van de arts-vruchtgebruiker;
  • indien bij overlijden van de vruchtgebruiker de blote eigenaar de volle eigendom verkrijgt, moet hij de aandelen onmiddellijk overlaten aan een arts of het doel van de vennootschap wijzigen.

De Orde besliste vervolgens geval per geval of u de overdracht mocht uitvoeren. De voorwaarden maakten successieplanning met een doktersvennootschap complex(er).

Ook de inbreng van aandelen van een artsenvennootschap in een (toegevoegd intern) gemeenschappelijk huwelijksvermogen werd toegestaan. Opnieuw moesten de statuten de nodige garanties bevatten.

GEWIJZIGDE HOUDING

Met het verschijnen van een nieuwe deontologische code in 2018 én met een advies van eind 2022 geldt niet langer dat de aandeelhouders van een artsenvennootschap uitsluitend artsen mogen zijn.

Deontologisch is het aldus toegestaan dat bijvoorbeeld uw echtgeno(o)t(e) of kinderen medeaandeelhouder worden van uw doktersvennootschap. Ook geneesheren met uiteenlopende specialisaties kunnen nu samenwerken via één vennootschap.

Aandachtspunt hierbij is dat het voorwerp en de vorm van samenwerking steeds in overeenstemming moet zijn met de deontologische regels. De participatie van een niet-arts in een artsenvennootschap (bijvoorbeeld i.h.k.v. een successieplanning) mag geen invloed hebben op de goede uitoefening en de waardigheid van het artsenberoep, noch inmenging in het beroep van de arts mogelijk maken. Respect voor de medische deontologie, in het bijzonder de professionele onafhankelijkheid van de arts, moet gewaarborgd blijven.

EEN NIEUWE WERELD GAAT OPEN

De gewijzigde houding van de Orde opent perspectieven op verschillende vlakken. Zo zijn multidisciplinaire samenwerkingen voortaan mogelijk. Ook kan er nagedacht worden om een beroep te doen op externe investeerders voor de oprichting van een artsenvennootschap, bijvoorbeeld in het kader van de financiering van een medisch centrum. Tevens kan dit de successieplanning van een arts aanzienlijk vereenvoudigen.

Het is niet geheel duidelijk of er bepaalde beperkingen zijn aan de participatie van niet-artsen in een artsenvennootschap. Mag de niet-arts quasi alle aandelen in volle eigendom bezitten? Of moet de dokter steeds de meerderheid van de aandelen behouden? Volstaat het dat de arts de meerderheid van de stemmen bezit op de Algemene Vergadering? Of is het enkel noodzakelijk dat de arts bestuurder is van de vennootschap? Vragen die nog verder verduidelijkt kunnen worden.

Alleszins is het aangewezen om oude successieplanningen te herbekijken en waar nodig te vereenvoudigen of bij te sturen. Het is vandaag de ideale gelegenheid om de statuten van de artsenvennootschap, die vaak expliciet melding maken van bovenvermelde cumulatieve voorwaarden (nominatieve aanduiding van de blote eigenaars), onder de loep te nemen. De statuten moeten overigens in veel gevallen nog geüpdatet worden vóór 1 januari 2024 naar aanleiding van de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

CONCLUSIE

Niet-artsen kunnen voortaan ook (volle) eigenaar worden van aandelen van een artsenvennootschap. Dit opent perspectieven in het kader van successieplanning of wanneer men extern kapitaal wil aantrekken. Vanzelfsprekend moet hierbij de medische deontologie, en in het bijzonder de professionele onafhankelijkheid van de arts, steeds gewaarborgd blijven!

Bron: Van Havermaet