Kan vaccinatie Covid-19 nog (impliciet) verplicht worden? (Ardent Advocaten)

Auteur: Ardent Advocaten

Publicatiedatum: 02/12/2020

Er worden vandaag de dag aan een recordtempo vaccins tegen het coronavirus ontwikkeld, waarbij zelfs wordt geopperd dat het vaccin nog voor het einde van 2020 op de markt zou kunnen komen.

De zogenaamde groepsimmuniteit waar men naar streeft, kan echter pas gegarandeerd worden wanneer voldoende mensen (minimaal 70 à 80% van de bevolking) zich zouden laten inenten.

Op 5 mei 2020 verscheen op onze website reeds een artikel waarbij wij bevestigden dat de overheid een dergelijke vaccinatie “zou kunnen verplichten.

Ondertussen weten we echter dat de overheid dit waarschijnlijk niet zal doen, en een vaccinatie dus in principe louter op vrijwillige basis zal gebeuren.

Is deze vrijheid echter wel zo absoluut als op het eerste zicht lijkt ?

Wat met onze steden en gemeenten ? Kunnen deze alsnog lokaal een inenting verplichten ? En wat met organisatoren van festivals, horeca-uitbaters en andere spelers van de particuliere sector ? Kunnen deze de toegang voorbehouden aan mensen die een bewijs van vaccinatie voorleggen, en dus de toegang weigeren aan mensen die geen bewijs kunnen of willen voorleggen ?

1. Expliciete verplichting door lokale overheden

Wat steden of gemeenten betreft, is het duidelijk dat zij op basis van de huidige stand van de wetgeving hun bewoners niet kunnen verplichten om zich te laten vaccineren.

De wettelijke grondslag om een verplichting tot vaccinatie te kunnen opleggen, is namelijk opgenomen in artikel 1 van de Gezondheidswet van 1 september 1945. Deze bepaling voorziet dat enkel de Koning een maatregel kan opleggen om besmettelijke ziekten, welke een algemeen gevaar opleveren, te voorkomen of te bestrijden. Enkel door middel van een uitvoeringsbesluit (Koninklijk Besluit) kan dus een (nationale) verplichting tot vaccinatie worden opgelegd.

2. Impliciete verplichting door lokale overheden

Daarnaast kunnen we ons afvragen hoe het zit met zgn. indirecte of “verscholen” verplichtingen tot vaccinatie. Zou onze overheid bijvoorbeeld kunnen beslissen dat aan personen die geen bewijs van vaccinatie kunnen/willen voorleggen, de toegang tot horeca, evenementen, vliegtuigen, … moet worden geweigerd ?

In die hypothese zou de overheid een onderscheid maken op basis van iemands gezondheidstoestand.

Volgens de Belgische Antidiscriminatiewet is elk onderscheid op grond van iemands huidige of toekomstige gezondheidstoestand echter verboden, tenzij dit onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt. Daartoe is vereist dat :

  1. een legitiem doel wordt nagestreefd,
  2. de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn (proportioneel).

Dat in dit geval er wel degelijk sprake is van een legitieme doelstelling, zal wellicht niet het voorwerp van discussie uitmaken. De vooropgestelde maatregel heeft namelijk als doel de bescherming van de volksgezondheid door de verspreiding van het Coronavirus tegen te gaan, met name door de toegang tot bepaalde publiek toegankelijke plaatsen te weigeren aan zij die geen bewijs van vaccinatie willen/kunnen voorleggen.

De overheid zal echter ook moeten aantonen dat deze maatregel passend en noodzakelijk is (het zogenaamde proportionaliteitsbeginsel) om de vooropgestelde legitieme doelstelling te bereiken.

Het sluiten van de horeca, winkels, etc. (b)leken zowel tijdens de eerste, als de tweede lock-down reeds aan deze criteria te beantwoorden en het beoogde resultaat op te leveren.

Aangezien een vaccin slechts doeltreffend zal zijn indien voldoende mensen zich laten inenten, zou de overheid – indien en zolang de vaccinatiegraad onder een bepaald percentage zou blijven – bijv. een heropening kunnen koppelen aan de voorwaarde dat slechts toegang mag worden verleend aan personen die kunnen bewijzen dat zij werden ingeënt. Hierbij zou de overheid immers kunnen argumenteren dat, zolang en doordat de vaccinatiegraad te laag blijft, het corona-virus anders niet onder controle kan worden gekregen. Hoewel men zou kunnen argumenteren dat voornoemde maatregelen als passend en noodzakelijk kunnen worden beschouwd, is het evenzeer overduidelijk dat dergelijke beslissing geenszins eenvoudig en zwart/wit is, en dan ook voor heel wat (ook juridische) discussie vatbaar zou zijn.

3. Impliciete verplichting door particuliere sector

We kunnen nog een stapje verder gaan en dezelfde vraag ook stellen voor de particuliere sector. Indien de overheid geen dergelijke verplichting zou opleggen, zou bijv. een festivalorganisator, een horeca-uitbater, een vliegmaatschappij, … dan op eigen initiatief (zonder wettelijke basis) toch nog aan personen die geen bewijs van vaccinatie kunnen/willen voorleggen, de toegang kunnen weigeren ?

Het antwoord lijkt hier negatief. Immers, wanneer de overheid dergelijke maatregel niet kan of wil opleggen (omdat zij meent dat niet aan de hoger vermelde criteria wordt voldaan), lijkt het onwaarschijnlijk dat de particuliere sectoren of individuele ondernemingen er wel in zouden slagen om dergelijk onderscheid in behandeling te rechtvaardigen.

Daarenboven is er de antidiscriminatiewet, die van toepassing is op alle personen in de particuliere sector met betrekking tot “de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten die publiekelijk beschikbaar zijn” en “de toegang tot en de deelname aan, alsook elke andere uitoefening van een economische, sociale, culturele of politieke activiteit toegankelijk voor het publiek”. (art. 5, §1, 1° en 8° Antidiscriminatiewet van 10/05/2007).

Een publiek toegankelijke horecazaak of festivalweide, alsmede een vliegtuigmaatschappij vallen onmiskenbaar onder de toepassing van deze wettelijke bepalingen. (Een besloten parenclub waar alleen bepaalde leden toe hebben, mogelijks niet).

Ook een dergelijke individuele beperking opgelegd door de particuliere sector, lijkt niet toelaatbaar en afdwingbaar.

Lees hier het originele artikel