Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


AI in de zorgsector:
hinderen de regels ons nog?
(gratis webinar)

Dr. Nele Somers en mr. Julie Petersen (Artes Advocaten)

Gratis webinar op dinsdag 10 maart 2026

E-ID-inlezing als indirect bewijs van geleverde zorgen: een belangrijke ontwikkeling voor verpleegkundigen (Eska Law)

Auteur: Eska Law

In een recente beslissing van de Kamer van Beroep binnen het RIZIV d.d. 19 juni 2025 wordt bevestigd dat het inlezen van een elektronische identiteitskaart (e-ID) tijdens de zorgverlening niet onbelangrijk is in het debat rond niet-geleverde verpleegkundige prestaties. Sinds enkele jaren zijn verpleegkundigen immers verplicht om 90% van de identiteitskaarten elektronisch in te lezen.

Deze inlezing kan voor gerede twijfel zorgen in het voordeel van de verpleegkundige. Dit is de eerste maal dat het RIZIV zich hierover, weliswaar minimaal, even uitspreekt.

In casu werd een thuisverpleegkundige door de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) vervolgd wegens het aanrekenen van niet-uitgevoerde zorgen. De inspectie baseerde zich daarbij op verklaringen van patiënten die stelden geen of minder zorg te hebben ontvangen in de periode waarin er verscheidene inlezingen werden gedaan van de identiteitskaart.

De verpleegkundige verdedigde zich dan ook door zich te baseren op de e-ID-inlezingen: telkens een patiënt verzorgd werd, werd diens identiteitskaart elektronisch geregistreerd.

De Kamer erkent dat het inlezen van een e-ID op zich nog geen sluitend bewijs vormt dat de zorg effectief werd toegediend. Toch stelt zij duidelijk dat dergelijke registraties niet te rijmen vallen met verklaringen dat er helemaal geen zorg zou zijn geweest.

De Kamer oordeelt dan ook in het voordeel van de verpleegkundige, aangezien er sprake is van gerede twijfel. In de desbetreffende gevallen werden de vermeende inbreuken niet weerhouden.

Deze uitspraak bevestigt aldus dat e-ID-inlezingen een relevante aanwijzing vormen van zorgverlening, zelfs al leveren zij geen afdoende bewijs. Wanneer de DGEC zich baseert op getuigenissen van patiënten, kunnen consistente e-ID-registraties voldoende twijfel scheppen over de verleende zorgen.

Dit heeft tot significant gevolg dat de e-ID-registraties een indirect bewijs leveren van de geleverde prestaties. Evenwel bevestigt de Kamer dat zulke inlezingen nooit als bewijs op zich kunnen dienen.

De Kamer van Beroep neemt derhalve voor het eerst een standpunt in met betrekking tot de bewijswaarde van de e-ID-inlezingen. De inlezing is geen sluitend bewijs van zorg, maar wél een sterk tegenbewijs indien er beweerd wordt dat er helemaal géén zorg werd geleverd.

In een tijdperk waarin het RIZIV steeds vaker inzet op administratieve controles, is dit een belangrijke ontwikkeling voor de zorgverlener.

BRON: rechtspraak_kvb_verpleegkundige_20250619_1.pdf

Bron: Eska Law

» Bekijk alle artikels: Medisch & Pharma

Associate Overheidsopdrachten

Boeken in de kijker: