De Kwaliteitswet: een praktijkgerichte analyse anno 2026
Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & partners)
Webinar op vrijdag 9 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)
Webinar op vrijdag 12 juni 2026
Begrenzing van ereloonsupplementen van niet-geconventioneerde zorgverstrekkers: de wetgever kleurt (voorlopig) binnen de lijnen (Everest)
Auteur: Anthony Poppe (Everest)
In twee recente arresten heeft het Grondwettelijk Hof zich opnieuw uitgesproken over beperkingen die de wetgever heeft opgelegd aan de vrijheid van de niet-geconventioneerde zorgverstrekker om zijn ereloon te bepalen.
De geconventioneerde zorgverstrekkers, die zich aangesloten hebben bij het tariefakkoord artsen-ziekenfondsen, moeten de opgelegde tarieven respecteren in ruil voor sociale en andere voordelen. De niet-geconventioneerde zorgverstrekkers moeten de betrokken tarieven niet respecteren en maken daardoor eveneens geen aanspraak op de sociale en andere voordelen, tenzij de wet een uitzondering voorziet. De meest bekende wettelijke beperking is misschien de verplichting voor alle ziekenhuisartsen om voor patiënten opgenomen in een meerpersoonskamer de ZIV-tarieven te hanteren.[1]
Uit de twee arresten hieronder, blijkt opnieuw dat het Grondwettelijk Hof een ruime beoordelingsvrijheid toekent aan de wetgever om deze principiële vrijheid van niet-geconventioneerde zorgverstrekkers toch te begrenzen.
Arrest nr. 20/2025 van 06 februari 2025: zware medische beeldvorming van niet-gehospitaliseerde patiënten
Inhoud van de norm
Art. 11 van de wet van 13 november 2023 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid voegt een artikel 152/1 aan de Ziekenhuiswet van 10 juli 2008 toe. Specifiek heeft de bepaling betrekking op radiologen in het kader van het aanrekenen van supplementen[2] aan patiënten die niet gehospitaliseerd zijn. Supplementen mogen enkel nog worden aangerekend voor medische verstrekkingen verleend op uitdrukkelijk verzoek[3] van de patiënten tussen 18 uur en 8 uur of op een zaterdag, zondag of een feestdag, zonder dat er sprake moet zijn van een dringende medische noodzaak.
Opdat de ziekenhuisarts zich hierop kan beroepen, moet hij de patiënt inlichten over de financiële gevolgen en de schriftelijk voorafgaande toestemming verkrijgen van de patiënt. Het uitdrukkelijk verzoek en de voorafgaande toestemming van de betrokken patiënt moeten worden geformaliseerd.
De betrokken bepaling voert ook een verplichting in voor de beheerder en de medische raad om alle noodzakelijke maatregelen te nemen met het oog op het waarborgen van de verstrekkingen zonder dat er supplementen worden aangerekend binnen de wetenschappelijke gangbare tijdsperiode afhankelijk van de pathologie. Deze twee organen moeten voorzien in voldoende capaciteit om de betrokken verstrekkingen te realiseren aan een conventietarief.
De wet viseert medische verstrekkingen met zware medische apparatuur dus met CT, SPECT-CT, PET, PET-CT, PET-NMR, NMR.[4]
Doel van de norm
Het doel van de nieuwe wet bestaat erin om de toegankelijkheid van de zorg met betrekking tot essentiële medisch diagnostische verstrekkingen te vrijwaren. Om aan te tonen dat dit doel in het gedrang komt bij zware medische beeldvorming, verwijst de wetgever naar het nationaal akkoord artsen en ziekenfondsen van 2022-2023 waarin de NCAZ[5] opmerkte dat in sommige ziekenhuizen bepaalde radiologische onderzoeken niet meer tegen conventietarieven worden aangeboden. De NCAZ is van oordeel dat het principe waarbij zorg voor opgenomen patiënten verplichtend moet kunnen worden aangeboden tegen conventietarieven in de ziekenhuizen, ook moet gelden voor de ambulante onderzoeken die enkel in het ziekenhuis kunnen worden verricht.
De wetgever schuift de volgende redenen naar voor als rechtvaardiging van de plafonnering van de erelonen:
- een beperkte keuzevrijheid van de patiënt die deze onderzoeken moet laten uitvoeren in een ziekenhuizen;
- essentiële diagnostiek: de patiënt kan niet onderzocht worden met minder verregaande middelen;
- financiering door de overheid van de zware apparatuur.
Beoordeling Grondwettelijk Hof
Het Grondwettelijk Hof oordeelde als volgt:
- De bepaling leidt tot een verbetering van de financiële toegankelijkheid van medische verstrekkingen met zware medische beeldvorming voor niet-gehospitaliseerde patiënten;
- De bestreden bepaling biedt bijkomende bescherming aan patiënten doordat ze voorafgaand ingelicht moeten worden over de financiële gevolgen en dat ze daartoe hun schriftelijke toestemming verlenen.
- Ze leidt eveneens niet tot een aanzienlijke beperking van het recht op arbeid van niet-geconventioneerde radiologen. De bepaling verhindert hen immers niet om zich als radioloog te vestigen of om het beroep van radioloog te blijven uitoefenen, noch om de honoraria te ontvangen die krachtens de tariefakkoorden van toepassing zijn op alle geconventioneerde radiologen en op de niet-geconventioneerde radiologen die geen supplementen aanrekenen.
- De betrokken bepaling zorgt voor een gelijke behandeling tussen geconventioneerde en niet-geconventioneerde radiologen die redelijk verantwoord is. Ze leidt immers niet tot een absoluut verbod om supplementen aan te rekenen voor ambulante verstrekkingen. De niet-geconventioneerde ziekenhuisartsen blijven hun keuzevrijheid behouden om al dan niet tot het tariefakkoord toe te treden.
- De wetgever kon redelijkerwijze oordelen dat de bestreden maatregel nodig is omdat in verscheidene ziekenhuizen bepaalde van de geviseerde verstrekkingen niet meer tegen conventietarieven werden aangeboden, terwijl die verstrekkingen niet buiten ziekenhuizen mogen worden aangeboden. Het feit dat de bestreden maatregel mogelijk investeringen in nieuwe technologieën zou afremmen, doet aan die vaststelling ook geen afbreuk.
Arrest nr. 44/2025 van 13 maart 2025: verstrekkingen klinische biologie
Inhoud van de norm
Artikel 23 van de wet van 6 november 2023 houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg vult artikel 4bis aan van het KB nr. 143 van 30 december 1982 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de laboratoria moeten voldoen voor de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor verstrekkingen van klinische biologie.
De wetgever had opgemerkt dat er op het terrein wordt vastgesteld dat de factuur voor bloedonderzoeken en andere verstrekkingen van klinische biologie voor de patiënt kan oplopen door administratieve toeslagen of door niet-terugbetaalde verstrekkingen.
Het wetsontwerp voert daarom een verbod in voor de klinische laboratoria om administratieve toeslagen of andere toeslagen aan de patiënt aan te rekenen, met uitzondering van de door de wet toegelaten ereloonsupplementen.
Daarnaast bepaalt het bestreden artikel dat voor verstrekkingen die het voorwerp uitmaken van een ZIV-tegemoetkoming en die worden aangevraagd en verricht buiten de voor terugbetaling vastgestelde modaliteiten, een bedrag ten laste wordt gelegd van de rechthebbende. Dit bedrag kan enkel ten laste gelegd worden op voorwaarde dat dit het honorarium dat door de verplichte verzekering voorzien is voor de betrokken verstrekking niet overschrijdt. Het gaat bijvoorbeeld om gevallen waarin het maximumaantal verstrekkingen werd overschreden of waarin een diagnostische voorwaarde niet is vervuld.[6]
Beoordeling Grondwettelijk Hof
Over de gevolgen die deze bepalingen hebben op de niet-geconventioneerde zorgverleners, gespecialiseerd in de klinische biologie, oordeelt het Grondwettelijk Hof als volgt:
- De kritiek van de verzoekende partijen dat het moeilijk is om op basis van de nomenclatuur exact te bepalen welk bedrag mag worden aangerekend voor een bepaalde verstrekking, is geen kritiek die betrekking heeft op de bestreden bepaling;
- Niet-geconventioneerde zorgverleners konden niet wettig verwachten dat hun honorariavrijheid ongewijzigd zou blijven, aangezien de wet reeds voorzag in mogelijke beperkingen. Hun mogelijkheid om supplementen aan te rekenen blijft bestaan binnen de wettelijke grenzen;
- De bepaling verbetert de financiële toegankelijkheid van de zorg en veroorzaakt geen aanzienlijke achteruitgang van het recht op bescherming van de gezondheid of het recht op arbeid;
- Hoewel de bestreden maatregel het minder interessant maakt voor niet-geconventioneerde zorgverleners om niet toe te treden tot de tariefakkoorden, ontneemt hij hen ook niet de keuze om al dan niet toe te treden tot die akkoorden.
Ook het beroep in deze zaak werd verworpen.
***
De besproken arresten tonen aan dat het statuut van niet-geconventioneerd zorgverstrekker en de vrijheid die eraan verbonden is vrij verregaand beperkt kunnen worden. Gelet op de toenemende druk op de financiering van de gezondheidszorg, zal de wetgever in de nabije toekomst ongetwijfeld nog ingrijpen op deze vrijheid.
Daardoor zal de kloof tussen de vergoedingen van niet-geconventioneerde zorgverstrekkers en hun geconventioneerde collega’s verder verkleinen, zonder dat de eerste categorie dezelfde voordelen geniet als de tweede.
Voorlopig doorstaan deze beknottingen van de vrijheid van de niet-geconventioneerden de toets van het Grondwettelijk Hof. Vraag is waar het Grondwettelijk Hof in de toekomst de lijn zal trekken.
Bron: Everest
[1] Artikel 152, § 2, Gecoördineerde wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen; GwH 17 juli 2014, nr. 107/2014.
[2] Art 152/1, §2, eerste lid gecoördineerde wet 10 juli 2008: ‘de tarieven die afwijken van de verbintenistarieven bedoeld in artikel 50 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 of de tarieven die afwijken van de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming indien geen akkoord van kracht is’
[3] Het uitdrukkelijk verzoek kan de vorm aannemen van een wens om sneller dan medisch noodzakelijk beroep te doen op de medische verstrekking.
[4] KB van 25 april 2014 houdende de lijst van zware medische apparatuur in de zin van artikel 52 van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen.
[5] Nationale Commissie Artsen Ziekenfondsen.
[6] Parl. St., Kamer, 2023- 2024, DOC 55-3564/002, p. 8.
» Bekijk alle artikels: Medisch & Pharma










