Aandachtspunten bij het opstellen
en analyseren van ICT-contracten

Mr. Lynn Pype en mr. Liesa Boghaert (Timelex)

Webinar op donderdag 16 mei 2024


Intellectuele eigendomsrechten in de onderneming:
wie is eigenaar van door werknemers en dienstverleners ontwikkelde creaties?

Dr. Nele Somers (ARTES) en mr. Veerle Scheys (Mploy)

Webinar op dinsdag 23 april 2024


Buitencontractuele aansprakelijkheid:
het nieuwe boek 6 is een feit

Prof. dr. Ignace Claeys en prof. dr. Thijs Tanghe (Eubelius)

Webinar op dinsdag 5 maart 2024

Prada’s driehoekpatroon (grotendeels) te weinig onderscheidend om voor merkbescherming in aanmerking te komen (Caluwaerts Uytterhoeven)

Auteur: Benny Backx en Namitaa Shah (Caluwaerts Uytterhoeven)

In een creatieve wereld zoals die van de mode ontstaan vaak geschillen over intellectuele eigendom.

Recent was het de beurt aan het iconische driehoekpatroon van Prada.

Prada diende in 2022 een aanvraag in om dit patroon in te schrijven als Uniemerk voor diverse waren en diensten, gaande van niet-medische cosmetica en toiletartikelen, meubilair en speelgoed tot – uiteraard – juwelen, (hand)tassen, kleding, schoeisel en hoofddeksels.

Het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO) weigerde initieel de inschrijving omwille van het gebrek aan “inherent onderscheidend vermogen”. Het merkenrecht vereist immers dat een merk onderscheidend is: het merk moet toelaten om de goederen en/of diensten van één partij te identificeren en te onderscheiden van die van anderen. Het EUIPO merkte op dat Prada niet het enige merk is dat een omgekeerd driehoekpatroon hanteert en verwees o.a. naar het logo van het merk Guess.

Prada tekende beroep aan tegen deze beslissing bij de kamer van beroep van het EUIPO.

Geen inherent onderscheidend vermogen

Prada argumenteerde dat het in de modesector een “gevestigde handelspraktijk” is om bepaalde patronen te gebruiken, en dat deze bij systematisch gebruik ervan een identificerende functie krijgen. Met andere woorden was Prada van mening dat consumenten, bij het zien van het “iconische” omgekeerde gelijkbenige driehoekpatroon, de waren en diensten van Prada zou kunnen onderscheiden van de waren en diensten die een ander bedrijf, zoals Guess, op de markt zou brengen.

In haar beslissing van 19 december 2023 (beslissing R 827/2023-2) bevestigde de kamer van beroep van het EUIPO echter de eerder genomen beslissing. De kamer van beroep stelt dat het driehoekige patroon in kwestie een eenvoudig en alledaags figuratief patroon is dat geen noemenswaardige variatie is op de klassieke weergave van een driehoekig patroon en hetzelfde is als de traditionele vorm van een dergelijk patroon. De kamer van beroep meent dat het driehoekpatroon bepaalde onderscheidende kenmerken mist die nodig zijn om het patroon te herkennen van andere soortgelijke patronen die vaak voorkomen in de modewereld.

Door gebruik onderscheidend vermogen

De vraag die tevens rees was of het driehoekpatroon van Prada door gebruik onderscheidend vermogen kon hebben verkregen? In bepaalde omstandigheden kunnen tekens die op zich niet onderscheidend zijn immers door frequent gebruik bij de consument een onderscheidend karakter verkrijgen, zoals Prada terecht argumenteerde. Hoewel de kamer van beroep van het EUIPO Prada hierin principieel kon bijtreden, kon de kamer van beroep zich hieromtrent niet uitspreken gezien Prada zich uitsluitend beriep op de grond van het inherent onderscheidend vermogen van het driehoekpatroon, en niet op grond van het onderscheidend vermogen door gebruik.

De modewereld brengt specifieke uitdagingen met zich mee als het gaat om het deponeren van merken voor ontwerpelementen, zoals voormeld driehoekpatroon van Prada of het Damier Azur-patroon van Louis Vuitton. In tegenstelling tot traditionele merken zoals logo’s of merknamen zijn patronen en ontwerpen vaak onderhevig aan de aard van de industrie, waar trends en stijlen snel evolueren. 

De vermelde uitspraak van het EUIPO is een illustratie van de uitdaging om ontwerpelementen die beïnvloed kunnen worden door bredere modetrends een voldoende onderscheidend vermogen te geven. Daarenboven is het evenmin eenvoudig om het verkregen onderscheidend vermogen door gebruik te bewijzen, vooral omdat het relevante grondgebied de Europese Unie is en de EU-autoriteiten het concept van een “luxeconsument” op dit moment hebben afgewezen.

Bron: Caluwaerts Uytterhoeven

» Bekijk alle artikels: IT & IP