Digitale fraude:
bancaire en juridische aandachtspunten
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen
Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Merkaanvragen: herhaaldepot en beoordeling van kwade trouw. Cass. 7 mei 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Er is een geschil tussen een eiseres en een verweerster over de geldigheid van bepaalde merkregistraties. De appelrechters oordeelden in het bestreden arrest dat de eiseres geen objectieve omstandigheden heeft aangetoond waaruit blijkt dat de verweerster haar merken te kwader trouw heeft ingediend. Zij stelden feitelijk vast dat de verweerster de merken niet heeft geregistreerd met het loutere doel om de activiteiten van de eiseres te blokkeren of om onwettige uitsluitende rechten te verkrijgen.
Verweermiddelen
De eiseres voert in haar cassatiemiddel aan dat de loutere vaststelling dat een merkaanvrager een daadwerkelijk voordeel haalt uit een herhaaldepot, in elk geval kwalificeert als een objectieve omstandigheid die volstaat om het wettelijke vermoeden van goede trouw te weerleggen. Zij stelt dat de verweerster dit specifieke voordeel behaalde door in oppositieprocedures het bewijs van normaal gebruik van het merk te omzeilen.
Principes
Een merk kan nietig worden verklaard wanneer de aanvrager bij de indiening te kwader trouw was, wat globaal en op basis van objectieve omstandigheden beoordeeld moet worden. De goede trouw van de aanvrager wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed, waarbij de verzoeker tot nietigverklaring dit vermoeden dient te weerleggen. Een herhaaldepot van eenzelfde merk is in beginsel niet verboden en vormt op zich geen bewijs van kwade trouw, tenzij dit gepaard gaat met andere relevante elementen.
Er is pas sprake van kwade trouw indien de aanvrager op het exacte moment van de indiening het oogmerk heeft om de wettelijke gebruiksplicht na de respijttermijn van vijf jaar kunstmatig te omzeilen. Het vermoeden van goede trouw kan bijgevolg niet worden weerlegd op grond van de enkele vaststelling dat de aanvrager later daadwerkelijk een voordeel uit dit herhaaldepot heeft gehaald.
Besluit
Het Hof van Cassatie verwerpt het ingestelde cassatieberoep, aangezien het middel van de eiseres faalt naar recht en deels berust op een onjuiste lezing van het arrest.
» Bekijk alle artikels: IT & IP












