Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Cryptomunten en de fiscaliteit
Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)
Webinar op donderdag 28 januari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten
Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Mag een krant een Facebookbericht integraal overnemen als nieuws? (Everest)
Auteur: Joris Deene (Everest)
Ja, maar niet zonder meer. Het Hof van Justitie oordeelde op 3 september 2026 dat een kort Facebookbericht een auteursrechtelijk beschermd werk kan zijn, en dat richtlijn 2001/29 een lidstaat toelaat om de uitzondering voor nieuwsverslaggeving te beperken tot korte fragmenten. Een verbod om uit die overname enig commercieel voordeel te halen, gaat daarentegen te ver. De zaak draaide om een Roemeense lerares wier bericht van 22 regels over cadeaus bij het begin van het schooljaar woordelijk in een onlinekrant verscheen (HvJ 3 september 2026, C-598/24).
In het kort:
- Een tekst op een sociaal netwerk is een auteursrechtelijk beschermd werk zodra hij de uitdrukking is van vrije en creatieve keuzes van de auteur; de lengte, de plaats van publicatie en het genre spelen daarbij geen rol.
- Een lidstaat mag de uitzondering voor verslaggeving over actuele gebeurtenissen beperken tot korte fragmenten, behalve wanneer een tekst zo kort is dat fragmenten onmogelijk zijn.
- Een lidstaat mag de pers niet verbieden om indirect commercieel voordeel te halen uit die verslaggeving, want dan wordt de uitzondering voor elke krant onbruikbaar.
De feiten
Op 8 september 2021 plaatste een lerares op haar Facebookpagina een tekst van 22 regels met als titel “Richtsnoeren voor ouders aan het begin van het schooljaar”. Op humoristische en didactische toon liet zij de ouders van haar leerlingen weten dat zij geen cadeaus wilde ontvangen.
Zes dagen later, op 14 september 2021, publiceerde een journalist op de website van de Roemeense onlinekrant Gândul een artikel over die boodschap. Onder de kop stond de volledige tekst van de lerares. Zij had daarvoor geen toestemming gegeven. Haar naam en een hyperlink naar het oorspronkelijke bericht werden pas achteraf toegevoegd.
De lerares vorderde een vergoeding voor haar materiële en morele schade. De rechtbank van eerste aanleg te Boekarest wees de vordering op 26 april 2022 af omdat de tekst volgens haar niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kwam. Het hof van beroep te Boekarest bevestigde dat oordeel op 3 mei 2023. De Roemeense cassatierechter stelde vervolgens twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie: is zo’n tekst een werk, en mag de Roemeense wet de nieuwsuitzondering beperken tot korte fragmenten zonder commercieel voordeel?
Die tweede vraag verdient een woord uitleg. De Roemeense auteurswet laat het gebruik van korte fragmenten uit werken toe bij berichtgeving over actuele gebeurtenissen, maar enkel zonder direct of indirect commercieel of economisch voordeel. Beide beperkingen staan niet in de Europese richtlijn.
De beslissing
De auteursrechtelijke bescherming van het Facebookbericht als werk
Een werk in de zin van het Europese auteursrecht is een voorwerp dat oorspronkelijk is, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de auteur vormt, en dat de uitdrukking van die schepping is. Het Hof van Justitie herneemt die vaste tweeledige toets uit de arresten Infopaq (HvJ 16 juli 2009, C-5/08), Levola Hengelo (HvJ 13 november 2018, C-310/17) en Cofemel (HvJ 12 september 2019, C-683/17). Oorspronkelijk is een tekst wanneer hij de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt door vrije en creatieve keuzes.
Het Hof wijst er ook op dat de Berner Conventie “andere geschriften” uitdrukkelijk tot de werken van letterkunde rekent. Een tekst op een sociaal netwerk waarin iemand zijn mening geeft over ongepaste sociale praktijken, kan dus een werk zijn. De lengte van de tekst, het feit dat hij online is gepubliceerd en de vraag of hij tot een literair genre behoort, doen niet ter zake. Zij worden pas relevant wanneer regels, technische overwegingen of beperkingen de auteur geen creatieve vrijheid meer lieten.
De nationale rechter moet nagaan of de auteur bij het schrijven vrije en creatieve keuzes kon maken die uit de keuze, de schikking en de combinatie van de woorden blijken. Het Hof voegt daar een opmerkelijke zin aan toe: op basis van de gegevens van de verwijzende rechter lijkt de lerares zulke keuzes wel degelijk te hebben gemaakt, en zijn die vastgelegd in een voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar voorwerp. Het laatste woord blijft aan de Roemeense rechter, maar de richting is duidelijk.
De uitzondering voor verslaggeving over actuele gebeurtenissen: korte fragmenten en commercieel voordeel
Artikel 5, lid 3, c) van de richtlijn 2001/29 laat de lidstaten toe het reproductierecht en het recht van mededeling aan het publiek te beperken voor het gebruik van werken bij de verslaggeving over actuele gebeurtenissen, voor zover dat uit een oogpunt van voorlichting gerechtvaardigd is en de bron, waaronder de naam van de auteur, wordt vermeld, tenzij dat onmogelijk blijkt. Dat is de zogenaamde nieuwsuitzondering.
Het Hof onderzoekt eerst of een lerarenbericht over cadeaus wel een actuele gebeurtenis is. Een actuele gebeurtenis is volgens het arrest Spiegel Online (HvJ 29 juli 2019, C-516/17) een gebeurtenis waarover het publiek op het moment van de verslaggeving belang heeft om te worden geïnformeerd. De werking van het schoolsysteem kan zo’n onderwerp zijn, oordeelt het Hof. De verwijzende rechter twijfelde omdat de krant haar lezers niet had uitgenodigd om te reageren. Het Hof veegt dat argument van tafel: verslag uitbrengen vereist geen diepgaande analyse en evenmin een uitnodiging tot debat.
Vervolgens herneemt het Hof de vier grenzen aan de beleidsruimte van de lidstaten uit de arresten Spiegel Online en Funke Medien (HvJ 29 juli 2019, C-469/17). De uitzondering is niet volledig geharmoniseerd, zodat de lidstaten een aanzienlijke beoordelingsmarge hebben. Zij moeten daarbij wel de voorwaarden van de richtlijn en het evenredigheidsbeginsel naleven, het nuttig effect van de uitzondering bewaren, de driestappentoets van artikel 5, lid 5 respecteren, en een juist evenwicht bewaren tussen de intellectuele eigendom van artikel 17 en de vrijheid van meningsuiting van artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De driestappentoets houdt in dat een uitzondering enkel geldt in bijzondere gevallen, de normale exploitatie van het werk niet aantast en de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk schaadt.
Over de beperking tot korte fragmenten oordeelt het Hof dat de richtlijn geen formele lengtegrens kent, maar wel eist dat het gebruik niet verder gaat dan het informatiedoel rechtvaardigt. Persvrijheid vereist niet in alle gevallen de publicatie van een volledig werk. Een volledige overname komt volgens het Hof in de plaats van de oorspronkelijke mededeling van het werk en ontneemt de lezer elke reden om nog naar het origineel te gaan. Zij tast dus de normale exploitatie aan. Een lidstaat mag de uitzondering daarom tot korte fragmenten beperken, op voorwaarde dat die beperking evenredig is en het nuttig effect van de uitzondering bewaart. Het Hof formuleert één uitzondering: een zeer korte tekst waarvan het gebruik van fragmenten onmogelijk blijkt.
Het verbod op enig direct of indirect commercieel of economisch voordeel houdt daarentegen geen stand. Het vindt geen steun in de tekst van de richtlijn, want de woorden “voor zover dit uit een oogpunt van voorlichting gerechtvaardigd is” gaan enkel over de omvang van het gebruik. Persorganen informeren het publiek, maar oefenen daarbij bijna altijd een economische activiteit uit. Wie hen elk indirect voordeel verbiedt, maakt de uitzondering in de praktijk onbruikbaar en verbreekt het evenwicht tussen de grondrechten. Artikel 5, lid 3, c) verzet zich dus tegen zo’n algemeen geformuleerd verbod.
Juridische analyse en duiding
Het bericht is zelf het nieuws: waarom dat argument toch niet volstaat
De krant had een sterk verweer. Het nieuws was niet dat een lerares iets vond, maar hoe zij het zei: de humor en de toon maakten het bericht viraal. Wie over zo’n bericht schrijft zonder het te tonen, bericht in feite over niets. In het arrest Spiegel Online aanvaardde het Hof al dat een uitzondering kan spelen wanneer de publicatie van het werk zelf de gebeurtenis is, en hier lijkt dat argument nog sterker.
Het Hof en de advocaat-generaal wegen dat verweer en verwerpen het. De uitzondering beschermt het recht om te informeren over een gebeurtenis, niet het recht om het werk zelf te verspreiden. Wanneer de lezer de volledige tekst in de krant vindt, hoeft hij niet meer naar de Facebookpagina van de auteur, en precies die verschuiving noemt het Hof een aantasting van de normale exploitatie. De advocaat-generaal voegt daar een praktisch argument aan toe: op internet kan een hyperlink naar het origineel de lezer volledige toegang geven zonder dat het werk wordt gereproduceerd, zoals het Hof sinds het arrest Svensson (HvJ 13 februari 2014, C-466/12) aanvaardt.
Dat hyperlinkargument heeft een zwakke plek die de conclusie zelf blootlegt. Op het ogenblik dat de advocaat-generaal zijn conclusie schreef, stond de tekst nog altijd op de website van Gândul en op minstens twee andere sites, terwijl de hyperlink naar het origineel niet meer werkte. Een link geeft de auteur dus de controle over zijn werk, maar geeft de lezer geen zekerheid dat het origineel er nog is. De keuze van het Hof is niettemin consequent: wie het werk integraal wil tonen, vraagt toestemming, en wie dat niet wil, citeert en linkt.
Wat het arrest betekent voor artikel XI.190 van het Wetboek van economisch recht
De Belgische nieuwsuitzondering staat in artikel XI.190, 1° van het Wetboek van economisch recht (WER). Zij laat de reproductie en de mededeling aan het publiek toe, met het oog op informatie, van korte fragmenten uit werken of van integrale werken van grafische of beeldende kunst in een verslag over actuele gebeurtenissen. Het gebruik moet uit een oogpunt van voorlichting gerechtvaardigd zijn en de bron en de naam van de auteur moeten worden vermeld, tenzij dat onmogelijk blijkt.
De Belgische wetgever heeft dus dezelfde keuze gemaakt als de Roemeense voor het eerste luik, maar niet voor het tweede. De beperking tot korte fragmenten is door dit arrest bevestigd als een geoorloofde invulling van de richtlijn. Een verbod op commercieel voordeel kent artikel XI.190, 1° WER niet, zodat Belgische redacties op dat punt niets hoeven te vrezen.
Wel moet de Belgische rechter het voorbehoud van het Hof voor zeer korte teksten in de wettekst inlezen: een tweet of een bericht van drie zinnen waarvan geen fragment mogelijk is, moet integraal kunnen worden overgenomen wanneer het informatiedoel dat vereist. De uitzondering voor integrale werken van beeldende kunst toont dat de wetgever die logica al kende. Waar de grens ligt, zegt het Hof niet. Advocaat-generaal Szpunar had in zijn conclusie van 18 december 2025 voorgesteld om zulke werken als fragment te beschouwen, maar enkel wanneer de volledige overname nodig is voor het informatiedoel. Of een tekst van 22 regels daaronder valt, laat het arrest open; het is precies de vraag waarop het Roemeense geschil nu zal draaien, en de vraag die een Belgische redactie zich bij elk viraal bericht moet stellen.
Een tweede punt blijft open. In de Roemeense zaak werden de naam van de auteur en de link naar de bron pas achteraf toegevoegd. Noch de richtlijn, noch artikel XI.190 WER zegt of een bronvermelding die pas na publicatie volgt, de voorwaarde vervult. Het Hof spreekt zich daar niet over uit. Voor een Belgische redactie is het veiliger om de bron van bij de eerste publicatie te vermelden; een latere correctie neemt de inbreuk van de eerste dagen niet weg.
Waarom het Hof zelf al zegt dat de post bescherming verdient
Twee Roemeense rechters hadden de post van de lerares vergeleken met andere, soortgelijke teksten en besloten dat hij niet bijzonder genoeg was. De verwijzingsbeslissing gaf het Hof van Justitie dus vooral redenen mee waarom de tekst geen werk zou zijn. Toch schrijft het Hof in punt 27 dat de lerares, op basis van diezelfde gegevens, vrije en creatieve keuzes lijkt te hebben gemaakt die in een voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar voorwerp zijn vastgelegd. Het voorbehoud dat de nationale rechter beslist, staat er nog wel, maar de richting van het antwoord staat er ook.
Dat is niet de gewone werkwijze van het Hof, dat de feitelijke beoordeling normaal volledig aan de nationale rechter laat. Het is wel de tweede keer in zes maanden. In het arrest Călinescu (HvJ 19 maart 2026, C-649/23) oordeelde het Hof al dat de kritische publicatie van een historisch manuscript “lijkt te voldoen aan het oorspronkelijkheidscriterium”, opnieuw onder voorbehoud van de nationale verificatie; wij bespraken dat arrest in onze blog over de kritische uitgave. Beide zaken kwamen bovendien van dezelfde Roemeense cassatierechter. Het Hof spreekt dus tweemaal op rij hetzelfde rechtscollege aan, en gaat daarbij verder dan zijn eigen advocaat-generaal, die in deze zaak uitdrukkelijk had geschreven dat de beoordeling feitelijk van aard is en aan de feitenrechter toekomt.
De inhoudelijke correctie zit in de maatstaf die de Roemeense rechters gebruikten. Wie een tekst afmeet aan wat anderen over hetzelfde onderwerp schreven, past een nieuwheids- of banaliteitstoets toe. Sinds het arrest Cofemel is dat niet de vraag: een werk moet de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen door eigen keuzes, niet afstand nemen van wat al bestaat. Dat honderden leerkrachten elk jaar iets gelijkaardigs zeggen over cadeaus, zegt iets over het onderwerp en niets over de manier waarop deze lerares het formuleerde.
De Belgische rechtspraak kent dezelfde discussie. Het Hof van Cassatie verbood op 24 maart 2023 om de teksten van een advocaat als categorie uit te sluiten en eiste een beoordeling per concreet werk. Het hof van beroep te Antwerpen maakte op 17 januari 2024 dezelfde afweging voor een natuurfoto van een hert: het verweer dat er duizenden vergelijkbare foto’s online staan, mikte op het onderwerp en niet op de concrete vormgeving, en ging daarom niet op (Antwerpen 17 januari 2024, 2023/AR/147). Hoe zwaar die bewijslast voor de auteur zelf weegt, toonden wij eerder aan de hand van een arrest over de originaliteit van foto’s.
Voor de Belgische feitenrechter is de wenk van het Hof dus bruikbaar. Bij korte teksten op sociale media ligt de vergelijking met “wat iedereen schrijft” voor de hand, en precies die vergelijking wijst het Hof af. De juiste vraag is of de woordkeuze, de opbouw en de toon van deze concrete tekst keuzes van de auteur zichtbaar maken. Is dat zo, dan is de tekst een werk, hoe kort en hoe alledaags het onderwerp ook is.
Wat betekent dit concreet?
Voor redacties en nieuwssites. Een bericht op sociale media dat viraal gaat, is nieuws, maar de tekst blijft eigendom van wie hem schreef. Citeer de passages die het verhaal dragen, vat de rest samen en link naar het origineel. Neem een bericht enkel integraal over wanneer het zo kort is dat een fragment niets meer zegt, of wanneer de auteur toestemming geeft; een bericht van 22 regels haalt die drempel waarschijnlijk niet. Vermeld de naam van de auteur en de bron meteen, niet na een klacht. Twijfelt u of een gepland artikel binnen de grenzen van artikel XI.190 WER blijft, dan is die afweging het eerste wat wij voor u nagaan.
Voor wie op sociale media publiceert. Uw tekst is beschermd zodra hij uw eigen keuzes weerspiegelt in woordkeuze, opbouw en toon. Dat geldt voor een column, maar ook voor een goed geschreven bericht van enkele alinea’s. Wordt uw tekst integraal overgenomen zonder toestemming, dan kunt u de verwijdering en een schadevergoeding vorderen, ook wanneer de overnemer zich op de nieuwsuitzondering beroept. Bewaar een schermafdruk met datum en tijdstip van uw oorspronkelijke publicatie en van de overname. Wie een dergelijk geschil wil aanpakken, laat zich best bijstaan door een advocaat gespecialiseerd in auteursrecht, want de bewijslast van de originaliteit ligt bij u.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Is een bericht op Facebook auteursrechtelijk beschermd?
Ja, wanneer het bericht de uitdrukking is van vrije en creatieve keuzes van de auteur. Het Hof van Justitie bevestigde op 3 september 2026 dat de lengte van de tekst, de publicatie op een sociaal netwerk en het genre geen rol spelen. Een louter feitelijke mededeling zoals een adres of een openingsuur is niet beschermd; een bericht met een eigen opbouw, toon en woordkeuze wel. De rechter beoordeelt dat per concreet bericht.
In België mag een journalist korte fragmenten uit een tekst overnemen in een verslag over een actuele gebeurtenis, op voorwaarde dat het gebruik uit een oogpunt van voorlichting gerechtvaardigd is en de bron en de auteur worden vermeld. Dat staat in artikel XI.190, 1° van het Wetboek van economisch recht. Een integrale overname valt daar niet onder, tenzij de tekst zo kort is dat een fragment onmogelijk is.
Volstaat een hyperlink naar het originele bericht als bronvermelding?
Een hyperlink naar het oorspronkelijke bericht, met vermelding van de naam van de auteur, is een goede manier om de bron te vermelden. Hij vervangt echter niet de vereiste dat enkel korte fragmenten worden overgenomen: ook met een link blijft een integrale overname een reproductie van het volledige werk. De link moet bovendien van bij de publicatie aanwezig zijn, niet pas na een klacht.
Mijn tekst werd integraal overgenomen door een nieuwssite, wat kan ik doen?
Verzamel eerst het bewijs: een schermafdruk van uw oorspronkelijke bericht met datum, en van de overname. Stel de uitgever in gebreke met het verzoek de tekst te verwijderen of tot een fragment met bronvermelding te herleiden. Volgt geen reactie, dan kunt u een stakingsvordering en een schadevergoeding instellen op grond van het auteursrecht. U moet wel kunnen aantonen welke creatieve keuzes uw tekst tot een werk maken.
Conclusie
Een Facebookbericht van 22 regels kan een auteursrechtelijk beschermd werk zijn, en een krant die het integraal overneemt, kan zich in de regel niet op de nieuwsuitzondering beroepen wanneer de nationale wet die uitzondering tot korte fragmenten beperkt. Het Hof van Justitie bevestigt daarmee de keuze die ook de Belgische wetgever in artikel XI.190, 1° WER maakte, en verwerpt tegelijk elk algemeen verbod voor de pers om uit haar berichtgeving commercieel voordeel te halen. In België blijft de regel dus: citeren en linken mag, kopiëren niet.
Bron: Everest
» Bekijk alle artikels: IT & IP













