Intellectuele eigendomsrechten in de onderneming:
wie is eigenaar van door werknemers en dienstverleners ontwikkelde creaties?

Dr. Nele Somers (ARTES) en mr. Veerle Scheys (Mploy)

Webinar op dinsdag 23 april 2024


Buitencontractuele aansprakelijkheid:
het nieuwe boek 6 is een feit

Prof. dr. Ignace Claeys en prof. dr. Thijs Tanghe (Eubelius)

Webinar op dinsdag 5 maart 2024


Aandachtspunten bij het opstellen
en analyseren van ICT-contracten

Mr. Lynn Pype en mr. Liesa Boghaert (Timelex)

Webinar op donderdag 16 mei 2024

Het Belgisch auteursrecht na omzetting van de DSM-richtlijn: een frisse senior op het net? (Crivits & Persyn)

Auteur: Yves Vandendriessche (Crivits & Persyn)

Het auteursrecht beschermt al decennia- en zelfs eeuwenlang diegene die op originele wijze tot een concreet ‘werk van letterkunde of kunst’ komt. Een registratie of depot hoeft niet, de auteur dient enkel te waken over de mogelijkheid om (het ogenblik van) zijn creatie te bewijzen. Dat kan via iDepot, passage bij de notaris, aangifte bij een beheersvereniging zoals Sabam of Sofam …

De Belgische auteurswet werd ingevoerd in 1886, grondig hervormd in 1994 en in 2015 gecodificeerd in het Wetboek Economisch Recht (art. XI.164 e.v. WER). Gaandeweg, voornamelijk sinds de jaren 90, viel daarbij steeds meer rekening te houden met de Europese regelgever. Die stuwde de nationale wetgeving aan de hand van een tiental richtlijnen telkens verder richting digitale en onlinewereld.

De DSM-richtlijn

Het laatste wapenfeit is de richtlijn 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG, ook wel de DSM (digital single market)-richtlijn genoemd.

Hoewel die richtlijn tegen medio 2021 moest worden omgezet, deed de Belgische wetgever er een jaar langer over. Het leeuwendeel van de omzettingswet van 19 juni 2022 is intussen van toepassing sinds 1 augustus 2022; voor enkele bepalingen in verband met het procedureverloop wordt nog gewacht op een koninklijk besluit.

Modernisering

De DSM-richtlijn moderniseert het auteursrecht op verschillende vlakken, rekening houdend met nieuwe technologieën en evoluerende distributiekanalen. In het bijzonder voorzien de richtlijn en de daarop geënte omzettingswet:

1. Bijkomende uitzonderingen op auteurs- en naburige rechten (zoals de privékopie en de parodie-exceptie) in de concrete context van onderzoek, onderwijs en cultureel erfgoed.

Zo wordt tekst- en datamining (geautomatiseerde analyse van data om patronen bloot te leggen) wettelijk verankerd, wordt toelating ingeschreven voor digitaal gebruik van beschermde content op online-studieplatformen en wordt een mogelijkheid voorzien voor digitalisering (tot behoud) van fysieke werken (door musea, archieven …). In essentie zijn dit stuk voor stuk aangelegenheden die in de praktijk al gebeurden, maar tot op heden nog door de mazen van het auteursrechtnet glipten.

2. De mogelijkheid voor instellingen voor cultureel erfgoed (zoals musea) om het publiek toegang te verlenen tot beschermde content die niet langer in de handel is (zogenaamde out of commerce-werken, zoals boeken waarvan de uitgave stopgezet werd). Dit kan echter slechts zolang er geen verzet komt van de rechtenhouder(s).

3. Een verbetering van de positie van rechthebbenden die geconfronteerd worden met digitaal en grensoverschrijdend gebruik van hun content.

Zo worden voortaan ook uitgevers van persberichten op bijzondere wijze beschermd. Gedurende twee jaar vanaf publicatie (d.w.z. twee jaar vanaf 1 januari volgend op het jaar van publicatie) kunnen zij aansturen op vergoeding voor (her)gebruik van hun uitgaves (op portaalsites, sociale media …). Een aandeel van die vergoeding blijft voorbehouden voor de eigenlijke auteurs van de artikels. Let wel: voor louter hyperlinks, particulier/niet-commercieel gebruik of (her)gebruik van losse woorden of fragmentaire citaten voorziet de richtlijn (en de daarop geënte wet) in een uitzondering.

4. Een verantwoordelijkheid in hoofde van onlineplatformen (zoals YouTube, SoundCloud …) om toestemming van de rechtenhouders te bekomen voor het gebruik van alle aangeboden content. De regeling omvat een recht op vergoeding in hoofde van de auteursrechthebbenden en een expliciete aansprakelijkheid voor de online-dienstverlener die een niet-toegestane mededeling aan het publiek faciliteert.

De wijziging is ingrijpend. De regelgever doelt hiermee niet enkel op de content van de aanbieder zelf, maar ook op deze die de gebruikers uploaden. Hij gaat hiermee dieper in op een kwestie die geruime tijd voor onzekerheid heeft gezorgd. Voorheen verscholen online-aanbieders zich op dit vlak immers maar al te graag achter de safe harbour-regeling uit de e-commercerichtlijn. Volgens die regeling hebben dienstverleners geen algemene verplichting ‘om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan’ (overweging 15 e-commerce-richtlijn – cf. art. XII.17 WER).

In navolging van de DSM-richtlijn hebben intussen vrijwel alle belangrijke contentplatformen uploadfilters geïmplementeerd.

5. Verschillende maatregelen om auteurs en uitvoerende kunstenaars een passende en billijke vergoeding te verzekeren voor de exploitatie van hun werken en prestaties. Dit gaat van transparantieverplichtingen in hoofde van producenten/uitgevers wat betreft opbrengsten en exploitatie, over een nieuw ingeschreven herroepingsrecht bij niet-exploitatie van exclusief gelicentieerde werken, tot de mogelijkheid om een overeengekomen auteursvergoeding te herzien in geval van onvoorziene successen.

6. Tot slot last de wetgever enkele vormen van alternatieve/buitengerechtelijke geschillenbeslechting in, waaronder een tussenkomst van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie in geval van onenigheid omtrent de overname van persberichten.

Besluit

Met de DSM-richtlijn heeft de Europese regelgever het auteursrecht aan een flinke upgrade onderworpen. Hij laat evenwel ook vraagtekens open. Zo wordt onder meer gevreesd voor misbruiken wat betreft de bescherming van persberichten (waarbij al te snel een vergoeding zou worden aangerekend), dat gebruikers te voorzichtig dreigen te worden in het uploaden van content, terwijl tot slot ook de platformen zelf (zoals Facebook, YouTube …) uit schrik voor aansprakelijkheidsclaims hun uploadfilters mogelijk te streng zullen afregelen. Dat alles zou de facto weleens censuur in de hand kunnen werken of minstens (andere) ongewenste effecten van de regelgeving met zich mee kunnen brengen.

Hebben we dan eindelijk (weer) greep op het internet, althans wat auteursrecht betreft? Uiteraard blijft ook techniek doorslaggevend en is het maar de vraag of onlinepiraten – die zich bijzonder spitsvondig verschuilen en organiseren – wakker liggen van een richtlijn meer of minder.

Hier vindt u de volledige richtlijn en de omzettingswet.

Bron: Crivits & Persyn

» Bekijk alle artikels: IT & IP