Fiscale controle: het voordeel van de innovatieaftrek in vraag gesteld (Monard Law)

Auteurs: Pieter Van Den Berghe en Luk Cassimon (Monard Law)

De innovatieaftrek is een aantrekkelijk fiscaal regime voor ondernemingen met octrooien, software of bepaalde andere intellectuele eigendomsrechten. Met de innovatieaftrek kunnen 85% van de netto inkomsten uit octrooien, software of bepaalde andere intellectuele eigendomsrechten afgetrokken worden van de belastbare basis. Slechts 15% is belastbaar. Dit zorgt voor een effectieve belastingdruk van maximum 3,75%.

Er komt heel wat kijken bij een optimale toepassing van de innovatieaftrek. Een octrooi moet aangevraagd worden. Voor software is het aangewezen om een attest van BELSPO te bekomen. Voor de berekening van de innovatieaftrek moeten de relevante inkomsten en kosten in kaart worden gebracht. Dit vereist een berekening op maat op basis van berekeningsmodellen die werden gevalideerd in de rulingpraktijk (vb. inkomsten- of kostengebaseerde methodes). Ondernemingen moeten bovendien bepaalde bewijsstukken ter beschikking houden van de fiscus.

Uit het stijgend aantal rulingaanvragen (43 in 2017 naar 129 in 2020) blijkt dat meer en meer ondernemingen de innovatieaftrek toepassen. De fiscus voert echter ook gerichte controles uit. De vraag is dan ook wat we uit deze controles kunnen leren. We zetten de vier belangrijkste aandachtspunten voor u op een rij.

Aandachtspunt 1 – Intangibles als value driver: Het aanvagen van een octrooi is noodzakelijk, maar op zich niet voldoende voor de toepassing van de innovatieaftrek. De onderneming zal bij controle moeten kunnen aantonen dat het octrooi een belangrijke value driver is die de inkomsten genereert waarop de aftrek wordt toegepast. Hetzelfde geldt voor software, waar een attest van BELSPO noodzakelijk maar niet voldoende is voor een succesvolle toepassing van de innovatieaftrek.

De fiscus zal correcties doorvoeren indien de belastingplichtige teveel inkomsten heeft gelinkt aan het octrooi of de software.

Aandachtspunt 2 – Berekening: In geval van controle moet de onderneming elk element van de berekening kunnen verklaren. De bewijslast rust immers bij de belastingplichtige. Bovendien zal de fiscus nagaan of de berekening jaar na jaar consequent is toegepast.

Indien tijdens een fiscale controle zou blijken dat de gebruikte cijfers of allocatiesleutels niet juist of onvolledig zijn, zal de fiscus overgaan tot rechtzettingen.

Aandachtspunt 3 – Transfer pricing: De belastingplichtige moet het marktconform karakter van de innovatie-inkomsten kunnen onderbouwen. Een up-to-date transfer pricing dossier is een must.

Tenzij de onderneming een ruling heeft verkregen, kunnen er tijdens een fiscale controle discussies ontstaan omtrent de berekeningsmethode en het marktconform karakter van de innovatie-inkomsten.

Aandachtspunt 4 – Documentatieverplichting: Zoals reeds aangehaald, verplicht de fiscale wet de belastingplichtige om bepaalde bewijsstukken ter beschikking te houden van de fiscus. Deze verplichting wordt meer dan eens over het hoofd gezien door de belastingplichtige.

Indien de vereiste stukken niet kunnen worden voorgelegd, kan de fiscus de toepassing van de innovatieaftrek weigeren.

Bron: Monard Law