Wijzigingen aan boek XX WER: wetgever zet (nog meer) in op continuïteit (Schoups)

Auteurs: Dave Mertens, Sam Ledent en Emilie Bogaerts (Schoups)

Publicatiedatum: 22/03/2021

Sinds 1 februari 2021 is er geen moratorium op faillissementen meer van kracht. De federale regering oordeelde dat het niet opportuun was om die crisismaatregel (waarvoor u hier en hier meer leest) te verlengen. Wel kondigde minister van justitie Vincent Van Quickenborne nieuwe maatregelen aan ter bescherming van ondernemingen in moeilijkheden teneinde hun continuïteit te proberen vrijwaren en faillissementen te vermijden.

Met het Wetsvoorstel van 4 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht, dat recent is gestemd in de Kamer, wordt hier nu werk van gemaakt. We bespreken hieronder de voornaamste nieuwigheden:

  • Wanneer een onderneming kampt met financiële problemen, kan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden een handelsonderzoek opstarten. Doelstelling hiervan is om zo spoedig mogelijk te kunnen ingrijpen wanneer het dreigt mis te lopen. Het Wetsvoorstel verlengt de duur van het handelsonderzoek van vier naar acht maanden (en met mogelijkheid tot verlenging tot tien maanden) wanneer er een rechter-verslaggever werd aangesteld, en van acht naar achttien maanden wanneer het onderzoek door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden zelf wordt gevoerd.
  • Nieuw is het zgn. “voorbereidend akkoord” (nieuw art.XX.39/1 WER), waarvoor de wetgever de mosterd heeft gehaald in de Angelsaksische landen. Een onderneming die aantoont dat haar continuïteit in het gedrang komt, kan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank verzoeken om een gerechtsmandataris aan te stellen. De gerechtsmandataris zal de onderneming bijstaan om af te toetsen of er een minnelijk akkoord met bepaalde schuldeisers of een collectief akkoord met alle schuldeisers zou kunnen worden bereikt. Bedoeling is om in de luwte nuttig voorbereidend werk te leveren met het oog op een gerechtelijke reorganisatieprocedure, die hierdoor efficiënter zou moeten kunnen worden afgehandeld. De aanstelling van een gerechtsmandataris leidt, anders dan de opening van een gerechtelijke reorganisatieprocedure, niet tot een opschorting van de middelen van tenuitvoerlegging van de schuldeisers. Evenwel kan de gerechtsmandataris de voorzitter met een verzoekschrift op tegenspraak verzoeken om bepaalde voorwaarden en/of termijnen toe te staan voor alle of een deel van de in het verzoekschrift vermelde schulden met een maximumduur van vier maanden. Schuldeisers kunnen op deze manier alsnog hun verhaalsmogelijkheden tijdelijk opgeschort zien zonder dat er een gerechtelijke reorganisatieprocedure is opgestart.
  • Ten derde worden de formaliteiten voor opening van een gerechtelijke reorganisatie versoepeld. Momenteel moeten de wettelijk vereiste stukken nog steeds “op straffe van nietigheid” worden gevoegd bij een verzoekschrift tot opening van een gerechtelijke reorganisatie. Dit verandert. Ondernemingen zullen de kans krijgen om, indien ze bepaalde documenten niet bij hun verzoekschrift kunnen voegen, deze uiterlijk twee dagen voor de zitting neer te leggen dan wel in een nota uit te leggen waarom ze deze stukken niet kunnen neerleggen. De toegang tot de gerechtelijke reorganisatie wordt hiermee vergemakkelijkt.

Deze maatregelen treden in werking bij de publicatie van de Wet in het Belgisch Staatsblad. Ze hebben een tijdelijk karakter. Momenteel is voorzien dat ze buiten werking zullen treden op 30 juni 2021, maar de Koning (lees: de federale regering) heeft de mogelijkheid om ze te verlengen.

Lees hier het originele artikel