Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)

Webinar op vrijdag 12 juni 2026


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


De impact van de Cyber Resilience Act
op contracten en processen

Dhr. Bernd Fiten en mevr. Elien Voortmans (CRANIUM)

Webinar op donderdag 11 juni 2026


Boek 7 BW en de impact voor vasteprijsovereenkomsten

Mr. Joris De Vos en mr. Valentine Vandendriessche (Dentons)

Webinar op vrijdag 12 juni 2026


Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille

Wettelijke verankering van de autonome garantie in boek 9 BW (Laurius)

Auteur: Laurius

De ‘autonome garantie’, vaak ook ‘bankgarantie’, ‘garantiebrief’ of ‘garantie op eerste verzoek genoemd’, is een persoonlijke zekerheid, waarbij de garant zich ertoe verbindt om de begunstigde op diens ‘eerste verzoek’ een bepaald bedrag te betalen.

Met de invoering van (nieuw) Boek 9, Titel 1 in het Burgerlijk Wetboek[1] (het “BW”) krijgt de autonome garantie eindelijk een wettelijke basis in België.

1. In den beginne daar was URDG 758

De autonome garantie werd als praktijkfiguur al jaren nationaal en internationaal toegepast, vaak in een bancaire context, en erkend in het princiepsarrest-Segtraco[2], maar zonder wettelijke grondslag.

Immers hoewel voor de autonome garantie de Uniform Rules for Demand Guarantees (de “URDG 758”) van Internationale Kamer van Koophandel (“ICC”) in de (inter)nationale bankpraktijk algemeen zijn erkend, hebben zij geen kracht van wet en mogen de URDG 758 niet strijdig zijn met de toepasselijke bepalingen van dwingend recht. Wat niet is geregeld in de URDG 758, wordt opgevuld met nationaal (aanvullend) recht en de wilsautonomie.

De wetgever wenste de figuur niettemin een wettelijke grondslag te geven aan de praktijk, te meer omdat de autonome garanties ook buiten bancaire context worden gebruikt. Er wordt nog wel veel vrijheid gelaten aan de wilsautonomie tussen partijen en de (evoluerende) praktijk. De wettelijke bepalingen zijn volledig van aanvullend recht. De Belgische regels kunnen desgewenst volledig uitsluiten en bijv. integraal terugvallen op de URDG 758.

De autonome garantie is, omwille van het verregaande karakter, evenwel uitgesloten voor consumenten overeenkomstig artikel 9.1.43 BW, ter bescherming van die laatsten:

Een consument kan geen andere persoonlijke zekerheid verlenen dan een borgtocht. Indien een consument een autonome garantie […] stelt, wordt deze van rechtswege omgezet in een borgtocht

2. Een zelfstandig en letterlijk karakter

De autonome garantie werd en wordt gekenmerkt door haar zelfstandig en letterlijk karakter.[3] Dit houdt in dat de draagwijdte van de verbintenis van de garant bepaald moet worden aan de hand van de tekst van de garantie en abstractie makend van de onderliggende overeenkomst die aanleiding heeft gegeven tot de uitgifte van de garantie; zonder dat (i) de begunstigde eerst een wanprestatie van zijn schuldenaar (opdrachtgever) moet aantonen, en (ii) de garant enig verweermiddel kan ontlenen aan de onderliggende relatie tussen begunstigde en schuldenaar.

Overeenkomstig (nieuw) artikel 9.1.36, lid 1 en 2 BW rusten er dan bij een geldige afroeping ook twee verbintenissen op de steller van de autonome garantie (de “garant”):

  • Ten eerste dient hij, indien de objectieve modaliteiten en voorwaarden zoals opgenomen in de garantietekst zijn vervuld en de afroeping tijdig is gebeurd, zonder verder onderzoek over te gaan tot betaling van het gegarandeerde bedrag.
  • Ten tweede moet hij de opdrachtgever onverwijld in kennis stellen van de afroeping, met vermelding of deze conform de garantievoorwaarden is verlopen.
3. De rechten van de garant

Uit het zelfstandig karakter van de autonome garantie, volgt overeenkomstig (nieuw) artikel 9.1.36, lid 3 en 4 BW  dan ook dat de garant enkel excepties die hun oorsprong vinden in de eigen verhouding tussen garant en begunstigde kan opwerpen; excepties die voortvloeien uit de onderliggende gewaarborgde verbintenis of uit de verhouding met de opdrachtgever van de autonome garantie worden uitgesloten.

De garant beschikt over overeenkomstig (nieuw) artikel 9.1.36, lid 5 BW een termijn van maximaal zeven dagen om tot betaling over te gaan of om de begunstigde te informeren over de weigering tot betaling, met opgave van de reden. Bij niet-naleving van deze verplichtingen is de garant aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade.

Artikel 9.1.37 BW voorziet verder dat de garant een verzoek tot betaling mag weigeren indien dit manifest abusief of bedrieglijk is. “Het misbruik of het bedrog moet echter manifest of “zonneklaar” zijn, zodat hierover geen redelijke discussie mogelijk is”, aldus de parlementaire voorbereiding[4]. De beoordeling gebeurt door in beginsel de garant zelf. Daarbij moet het gaan om een prima facie vaststaand bedrog, zonder nood aan bijkomend bewijs of onderzoek. Een typevoorbeeld is een afroeping voor een verbintenis die niet door de garantie wordt gedekt. In dergelijke gevallen kan ook de opdrachtgever tussenkomen om de betaling te beletten. In de praktijk wordt dit vaak via een procedure in kort geding beslecht.[5]

Indien de garant in strijd met de voorwaarden van de garantie tot betaling overgaat, verliest hij zijn recht van verhaal op de opdrachtgever overeenkomstig (nieuw) artikel 9.1.38 BW. Daarentegen behoudt de garant het recht om van de begunstigde terugbetaling te vorderen indien het verzoek niet voldeed aan de voorwaarden van de garantie.

(Nieuw) artikel 9.1.41 BW bepaalt tot slot dat de garant, na correcte betaling aan de begunstigde, gerechtigd is om van de opdrachtgever alle betaalde sommen terug te vorderen. Binnen de grenzen van het betaalde bedrag treedt hij in de rechten van de schuldeiser tegenover de schuldenaar (subrogatie). Indien hij echter in strijd met de garantievoorwaarden heeft betaald, vervalt dit recht.

4. Termijn en overdracht

Conform artikel 9.1.39 BW dient de afroeping te gebeuren binnen de in de garantie opgenomen termijn, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks (bijvoorbeeld gekoppeld aan de voltooiing van een project). Indien geen termijn is bepaald, is de garantie opzegbaar mits naleving van een redelijke opzegtermijn, overeenkomstig het gemeen verbintenissenrecht.

Artikel 9.1.40 BW bevestigt dat de autonome garantie niet accessoir is. Zij gaat niet mee over bij overdracht van de gewaarborgde verbintenis. Door haar intuitu personae-karakter kan zij niet worden overgedragen aan een andere begunstigde. Wel kan, na afroeping, de schuldvordering tot betaling worden overgedragen of verpand. De overdracht betreft dan niet de garantie zelf, maar de vordering tot betaling van een geldsom.

5. Slotbeschouwing

Met de invoering van Boek 9 BW wordt de autonome garantie verankerd in het Belgische recht. De regeling biedt rechtszekerheid en sluit aan bij internationale praktijk, terwijl zij tegelijk ruimte laat voor wilsautonomie. De komende jaren zal blijken, hoe deze regeling verder in de praktijk zal worden vormgegeven en of het nieuwe wetgevend kader hiervoor volstaat.

Bron: Laurius

[1] Gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 11 juli 2025.

[2] Brussel 18 december 1981, Bank Fin. 1982, 99.

[3] Antwerpen 1 juni 2017, TBH 2018/4, 381; STEENNOT R., ‘Het letterlijk karakter van de bankgarantie’, TBH 2018/4, 383-385; STEENNOT R., ‘Bankgarantie’, NjW 2010/8, 328; BORMS C., ‘Hoe autonoom is de garantieverbintenis?’, T.Fin.R. 2007/2, 75-109. Zie (nieuw) artikel 9.1.2 (“Definities”), 3° BW: ““autonome persoonlijke zekerheid” of “autonome garantie”: persoonlijke zekerheid die krachtens de termen ervan niet afhankelijk is van de geldigheid, de modaliteiten, de omvang en het voortbestaan van de gewaarborgde verbintenis” en artikel 9.1.35 (“Toepassingsgebied”) BW: “De geldigheid, de nadere regels, de omvang en het voortbestaan van de autonome garantie zijn niet afhankelijk van de geldigheid, de nadere regels, de omvang en het voortbestaan van de gewaarborgde verbintenis. De autonome aard van een zekerheid komt niet in het gedrang door een louter algemene verwijzing naar een gewaarborgde verbintenis, daaronder begrepen een persoonlijke zekerheid.”

[4] Wetsvoorstel houdende titel 1 “Persoonlijke zekerheden” van boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek, KAMER, 2024-2025, 24 september 2024, nr. 56-0261/001, 36.

[5] Bijvoorbeeld: Kort Ged. Rb. Verviers 8 februari 1996, TBH 1997, 781, noot; Kort Ged. Rb. Verviers 8 februari 1996, T.B.H. 1997, 781, noot; Kort Ged. Kh. Kortrijk 21 oktober 1996, RW 1996-97, 1447.

Boeken in de kijker: