Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Verval van het recht op terugvordering voor eigenaars van goederen in het bezit van de gefailleerde. Grondwettelijk Hof 15 mei 2025 (Recht op zaterdag)
Onderwerp van de prejudiciële vraag
Bij arrest van 20 september 2024 heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel XX.194, tweede lid, WER artikel 16 Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, in zoverre de eigenaar van goederen die in het bezit van de gefailleerde zijn, vervallen is van zijn recht op terugvordering van deze goederen wanneer hij dat recht uitoefent na de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen ? ».
Het standpunt van het Grondwettelijk Hof
‘Het is niet onredelijk dat de in het geding zijnde bepaling in een vervaltermijn voorziet waarbinnen terugvorderingen kunnen plaatsvinden. Zonder vervaltermijn kunnen terugvorderingen immers op ieder moment de faillissementsprocedure doorkruisen en voor vertraging en bijkomende kosten zorgen. Het feit dat alleen goederen die in het bezit zijn van de gefailleerde kunnen worden teruggevorderd en de curator een retentierecht heeft indien de kosten voor de bewaring en teruggave niet worden betaald, doet daaraan geen afbreuk.
Opdat de vervaltermijn geen onevenredige gevolgen heeft, moet de termijn evenwel voldoende lang zijn rekening houdende met de kenbaarheid die eraan wordt gegeven. Krachtens de in het geding zijnde bepaling treedt het verval in bij de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen. Gelet daarop beschikt de eigenaar in beginsel over een termijn variërend van 35 tot 60 dagen vanaf het vonnis van faillietverklaring, dat binnen vijf dagen te rekenen van zijn dagtekening bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Een dergelijke gecentraliseerde bekendmaking biedt elke persoon de mogelijkheid om te allen tijde kennis te nemen van het faillissement.
Het is niet onredelijk van een persoon die eigenaar is van een goed dat zich in het bezit van een onderneming bevindt, bijvoorbeeld in het kader van een bewaargeving, te verwachten dat hij zich op regelmatige basis informeert over de rechtspositie van die onderneming, door na te gaan of er berichten met betrekking tot die onderneming zijn verschenen in het Belgisch Staatsblad.
Artikel XX.194, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht is bijgevolg bestaanbaar met artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol.
Artikel XX.194, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht schendt niet artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens’.
» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement












