Zekerheden: een update
aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters en mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op vrijdag 8 november 2024


De nieuwe wet op de private opsporing

Dhr. Bart De Bie (i-Force) en mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024


Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024

Schuldvergelijking na faillissement en de bijzondere situatie van vorderingen ten aanzien van het COIV (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Op 6 juni 2024 boog het Hof van Cassatie zich over de vraag of schuldvergelijking ook geldt tussen de fiscale schulden van een gefailleerde vennootschap die vóór het faillissement zijn ontstaan en de vordering ten aanzien van het COIV wegens de bijzondere verbeurdverklaring met toewijzing, die is ontstaan na het faillissement van de vennootschap, maar voortvloeit uit de uitoefening van de vordering tot schadevergoeding die vóór het faillissement is ontstaan.

Het hof van beroep te Brussel van 19 september 2022 oordeelde dat:

  • de veroordeelde zaakvoerders van de vennootschap hun bestuursmandaat hebben misbruikt om via de vennootschap btw-fraude te plegen waarbij zij de door de fiscus ten onrechte uitgekeerde btw-tegoeden hebben onttrokken aan het vermogen van de vennootschap om zich persoonlijk te verrijken
  • door hun strafbare handelingen zij de vennootschap hebben opgezadeld met een belangrijke schuld ten aanzien van de fiscus die de ten onrechte aan de vennootschap uitbetaalde bedragen inzake btw tracht te recupereren, en zij bijgevolg schade hebben toegebracht aan de vennootschap
  • de burgerlijke vordering tot herstel van de schade van de vennootschap ingevolge de misdrijven die de veroordeelde zaakvoerders hebben gepleegd, ontstaat op het tijdstip waarop de inbreuken op de strafwet zijn gepleegd
  • de vordering tot schadevergoeding die de vennootschap buiten faillissement zelf kon uitoefenen, gelet op de buitenbezitstelling na faillissement wordt uitgeoefend door de curator
  • herstel van de schade ook mogelijk is door een verbeurdverklaring met toewijzing aan de burgerlijke partij
  • de toewijzing aan de burgerlijke partij maar kan gebeuren in zoverre vaststaat dat de burgerlijke vordering van die partij minstens gegrond is ten belope van het toegewezen bedrag
  • als de curator van het faillissement de burgerlijke vordering tot schadevergoeding uitoefent en een deel van de schade wordt geremedieerd door de verbeurdverklaring met toewijzing, is dat wegens het gemengde karakter van de verbeurdverklaring met toewijzing, ook tot vergoeding van de schade die de gefailleerde vennootschap leed
  • het vorderingsrecht van de curator van het faillissement ten aanzien van de Belgische Staat wegens de bijzondere verbeurdverklaring met toewijzing dan ook volledig is geënt op de vordering tot schadevergoeding die toebehoorde aan de vennootschap vóór het faillissement en die na het faillissement door de curator van het faillissement wordt uitgeoefend voor rekening van de boedel
  • het bijgevolg niet gaat om een schuldvordering van de boedel, maar om een schuldvordering in de boedel, zodat schuldvergelijking op basis van artikel 32, § 2, COIV-wet mogelijk is.

De appelrechters die zodoende oordelen dat schuldvergelijking mogelijk is tussen de fiscale schulden van de gefailleerde vennootschap die vóór het faillissement zijn ontstaan en de vordering van de curator van het faillissement ten aanzien van het COIV wegens de bijzondere verbeurdverklaring met toewijzing, die ontstaan is na het faillissement van de vennootschap, maar voortvloeit uit de uitoefening van de vordering tot schadevergoeding die vóór het faillissement is ontstaan, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Artikel 32, § 2, eerste lid, COIV-wet, voorheen artikel 16bis, § 2, eerste lid, COIV-wet, bepaalt dat het Centraal Orgaan elke som die moet worden teruggegeven of betaald, zonder formaliteit kan aanwenden ter betaling van bedragen, die door de begunstigde van deze teruggave of betaling verschuldigd zijn ten bate van de met invordering belaste ambtenaren, ten bate van de inningsinstellingen van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde socialezekerheidsbijdragen en ten bate van de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde buitenlandse schulden.

Krachtens het tweede lid blijft het eerste lid van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of insolvabiliteitsprocedure.

De in voormelde bepaling bedoelde schuldvergelijking, die in de regel enkel mogelijk is voor schulden en schuldvorderingen die vóór een faillissement zijn ontstaan, geldt ook tussen de fiscale schulden van een gefailleerde vennootschap die vóór het faillissement zijn ontstaan en de vordering ten aanzien van het COIV wegens de bijzondere verbeurdverklaring met toewijzing, die is ontstaan na het faillissement van de vennootschap, maar voortvloeit uit de uitoefening van de vordering tot schadevergoeding die vóór het faillissement is ontstaan. De vordering ten aanzien van het COIV maakt immers deel uit van de boedel op dezelfde wijze als de vordering tot schadevergoeding die vóór het faillissement is ontstaan.

Lees hier het Cassatie-arrest van 6 juni 2024

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement