Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)
Webinar op vrijdag 12 juni 2026
Insolventie: voorstel van nieuwe Richtlijn goedgekeurd door het Europees Parlement op 10 maart 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Samenvatting via AI
De richtlijn brengt vooral geharmoniseerde regels over actio pauliana, pre-pack sales, bestuurdersplicht tot tijdige aangifte en schuldeiserscomités, waarmee u nationaal insolventierecht en governance‑afspraken zult moeten herbekijken.
Kernaccenten van de richtlijn
- Minimumharmonisatie, gericht op efficiëntere en voorspelbaardere insolventies, vooral in grensoverschrijdende situaties; lidstaten mogen gunstigere regels voor schuldeisers en werknemers behouden of invoeren.
- Richt zich op materiële insolventieregels: vorderingen tot nietigverklaring, activa‑opsporing, pre‑packprocedures, bestuurdersaansprakelijkheid, vereenvoudigde procedures voor micro‑ondernemingen en rol van schuldeiserscomités.
- Werknemersbescherming uit bestaande EU‑richtlijnen (collectief ontslag, overgang onderneming, EOR, insolventiebescherming) blijft onaangetast; nationale regels kunnen verder gaan.
Vorderingen tot nietigverklaring (actio pauliana)
- Lidstaten moeten voorzien dat rechtshandelingen die vóór opening van de procedure de gezamenlijke schuldeisers benadelen, nietig, vernietigbaar of niet‑tegenwerpbaar zijn; “rechtshandeling” wordt ruim opgevat (ook handelingen van derden en, naar keuze, omissies).
- Duidelijke “suspect period”: bij preferente handelingen (voldoening/zekerheidsstelling) ten minste drie maanden vóór aanvraag of bestuursbesluit tot opening, en tussen aanvraag/besluit en opening.
- Congruente dekking kan alleen worden aangetast als de schuldeiser wist dat de schuldenaar insolvent was; bij nauw verbonden partijen geldt een (weerlegbaar) vermoeden van kennis.
- Safe harbour voor gewone transacties tegen redelijke tegenprestatie in het kader van de dagelijkse bedrijfsvoering (onmiddellijke betaling goederen/diensten, lonen binnen drie maanden, “cash‑like” betalingen, zekerheden bij lening onder voorwaarden).
- Nieuwe of tussentijdse financiering in het kader van herstructurering moet in latere insolventieprocedures worden beschermd.
Activa‑opsporing en toegang tot registers
- Insolventiefunctionarissen moeten efficiënte toegang krijgen tot niet‑openbare registers om activa (ook voor pauliana‑vorderingen) op te sporen, inclusief grensoverschrijdend.
- Lidstaten moeten gerechten/autoriteiten aanwijzen met onmiddellijke, rechtstreekse toegang tot bankrekeningregisters; de curator krijgt indirecte toegang via hen, of rechtstreeks waar nationaal recht dat toelaat.
- Via het gekoppelde systeem Baris moeten die autoriteiten ook bankrekeninginformatie in andere lidstaten kunnen raadplegen; toegang is casusgebonden en onderworpen aan gegevensbeschermingsregels.
- Curatoren moeten ook toegang krijgen tot bepaalde UBO‑informatie (naam, geboortemaand/-jaar, land van verblijf, nationaliteit, aard/omvang belang) en tot relevante registers over financiële instrumenten.
Pre‑packprocedure en verkoop als going concern
- Lidstaten moeten een pre‑packkader voorzien: voorbereidingsfase (confidentieel zoeken naar koper, onder toezicht van een onafhankelijke toezichthouder) en vereffeningsfase (formele insolventieprocedure waarin de verkoop wordt goedgekeurd en opbrengst verdeeld).
- Doel: verkoop van onderneming (of deel) als going concern, met hogere waarde dan bij liquidatie in stukken, en behoud van werkgelegenheid waar mogelijk.
- De toezichthouder moet zorgen voor een concurrerend, transparant, eerlijk verkoopproces volgens marktpraktijken (fusies/overnames), alle stappen documenteren en een “beste bod” motiveren; bij biedingen van nauw verbonden partijen geldt verscherpt toezicht.
- Optie voor openbare veiling met “stalking horse”-bod, inclusief mogelijkheid tot kosten‑/break‑up fees, mits evenredig en niet afschrikkend voor andere bieders.
- Overeenkomsten die nodig zijn voor de continuïteit worden in beginsel automatisch overgedragen aan de overnemer, ook zonder toestemming van de tegenpartij, tenzij overdracht onredelijk is
(bv. concurrentie‑situaties, bepaalde IP‑licenties).
Tegenpartijen behouden contractuele beëindigingsrechten en remedies bij niet‑uitvoering. - De koper moet de onderneming in principe vrij van bestaande schulden/passiva kunnen verwerven; crediteursaanspraken worden voldaan uit de verkoopopbrengst, met uitzondering van verplichtingen die inherent aan overgedragen arbeidsovereenkomsten/doorlopende contracten kleven.
- Credit bidding is toegestaan, maar beperkt tot marktwaarde bij onder‑ of gedeeltelijk gedekte vorderingen, om misbruik en verdringing van rival bidders te voorkomen.
Bestuurdersplicht tot tijdige insolventieaanvraag
- Lidstaten moeten bestuurders verplichten om binnen een maximumtermijn van drie maanden nadat zij weten of redelijkerwijs moeten weten dat de vennootschap insolvent is, een verzoek tot opening van een insolventieprocedure in te dienen.
- De plicht kan worden ingevuld door andere maatregelen die een gelijkwaardige bescherming van gezamenlijke schuldeisers bieden (bv. herstelmaatregelen door aandeelhouders, publieke kennisgeving in register om schuldeisers toe te laten zelf een procedure te vragen); lidstaten mogen voor bepaalde bestuurders (met persoonlijke, onbeperkte aansprakelijkheid) uitzonderingen voorzien.
- Civielrechtelijke aansprakelijkheid: bestuurders zijn aansprakelijk voor schade door laattijdige aanvraag of falen van alternatieve beschermingsmaatregelen; schuldeisers moeten worden geplaatst in de positie waarin zij zouden verkeren bij tijdige aanvraag.
- Lidstaten mogen strengere aansprakelijkheidsregimes invoeren of behouden, maar kunnen ook een “business judgement”-achtige defence voorzien als objectief kon worden verwacht dat alternatieve maatregelen een gelijkwaardig of beter resultaat zouden opleveren.
Vereenvoudigde procedures en schuldenkwijtschelding
- Lidstaten mogen vereenvoudigde vereffeningsprocedures voorzien voor micro‑ondernemingen, om kosten en formaliteiten te beperken.
- Natuurlijke personen die als aandeelhouder/vennoot onbeperkt aansprakelijk zijn voor de schulden van een vennootschap mogen niet worden verhinderd om zelf kwijtschelding van schulden (tweede kans) te verkrijgen enkel omdat de vennootschap geen activa heeft om een procedure te openen.
Schuldeiserscomités
- Lidstaten moeten voorzien dat na opening van een insolventieprocedure een schuldeiserscomité kan worden opgericht wanneer de algemene vergadering of schuldeisers daarom vragen; mogelijk ook al vóór opening.
- Geen comité wanneer de lasten disproportioneel zijn t.o.v. het economisch belang (kleine boedel, weinig schuldeisers, micro‑ondernemingen, kwijtingsprocedures); lidstaten mogen het gebruik beperken tot grote ondernemingen.
- Samenstelling moet een billijke afspiegeling van de verschillende schuldeisersbelangen zijn;
werknemers (of vertegenwoordigers) komen in principe in aanmerking, net als schuldeisers met grensoverschrijdende vorderingen en, facultatief, bepaalde niet‑schuldeisers (bv. publieke instellingen). - Lidstaten moeten regels voorzien over stemprocedures, quorum, belangenconflicten, vertrouwelijkheid en verslaglegging; leden kunnen fysiek of elektronisch stemmen, en hun stemmandaat delegeren.
- Rechten van het comité omvatten minstens het recht om informatie bij curator of debtor‑in‑possession op te vragen, om te worden gehoord over belangrijke beslissingen
(bv. verkoop activa buiten normale bedrijfsvoering) en om te communiceren met schuldeisers; bepaalde bevoegdheden kunnen door de algemene vergadering aan het comité gedelegeerd worden. - Kostenregeling moet voorkomen dat de boedel onevenredig wordt uitgehold; leden genieten een beperkte civielrechtelijke aansprakelijkheid voor hun functies, behalve bij opzettelijke of grove fout; lidstaten kunnen bij ruimer toevertrouwde bevoegdheden een aansprakelijkheidsregime hanteren vergelijkbaar met dat van de insolventiefunctionaris.
Praktische actiepunten voor de praktijkjurist
- Contracten en zekerheden: herzien van standaardzekerheidsdocumentatie, payment practices en intra‑groeptransacties in het licht van de nieuwe suspect periods en de vermoedens bij verbonden partijen.
- Financing & restructuring: structuren voor bridge‑ en new money zo ontwerpen dat ze binnen de beschermde categorieën vallen; interactie met preventieve herstructureringsrichtlijn doordenken.]
- Governance: statuten, bestuursreglementen en D&O‑polissen screenen op de nieuwe drie‑maandenplicht en aansprakelijkheidsrisico’s; interne early‑warning‑ en escalatieprocedures opzetten.
- Transactiepraktijk: M&A‑documentatie en SPA‑structuren aanpassen aan pre‑packmechanismen, credit bidding en automatische contractoverdracht, inclusief mededingingsrechtelijke clearance‑risico’s.
- Procespraktijk: strategie rond actio pauliana, rol in schuldeiserscomités en gebruik van nieuwe toegang tot bank‑ en UBO‑informatie integreren in litigation‑ en recovery‑beleid.
» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement












