Zekerheden: een update
aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters en mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op vrijdag 8 november 2024


De nieuwe wet op de private opsporing

Dhr. Bart De Bie (i-Force) en mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024


Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


Het nieuwe Boek 6:
de impact op de werkvloer

Mr. Chris Persyn (Cautius)

Webinar op donderdag 4 juli 2024

Herstructurering. Prominente rol voor de kamers voor ondernemingen in moeilijkheden (Schoups)

Auteurs: Dave Mertens, Sam Ledent, Irgen De Preter en Emilie Bogaerts (Schoups)

Deze nieuwsbrief is de eerste in onze reeks van nieuwsbrieven over de omzetting van de Europese Herstructureringsrichtlijn (de “Richtlijn”). Elke donderdag verschijnt er een nieuwe nieuwsbrief over dit thema.

Eén van de voornaamste doelstellingen van de Richtlijn is om maximaal in te zetten op continuïteit. De Richtlijn verplicht de lidstaten om het gebruik van preventieve herstructureringsstelsels aan te sporen door ondernemingen in moeilijkheden te informeren en te sensibiliseren. Elke lidstaat moet beschikken over één of meer duidelijke en transparante instrumenten om ondernemingen vroegtijdig te waarschuwen en aan te manen om actie te ondernemen.

De door de Richtlijn vooropgestelde preventie gebeurt in het Belgische insolventierecht door de kamers voor ondernemingen in moeilijkheden (de “KOIM“) van de ondernemingsrechtbanken. Deze hebben de opdracht om ondernemingen in moeilijkheden op te sporen en op te volgen. Wanneer zich bepaalde knipperlichten voordoen (vb. veroordelende verstekvonnissen of vonnissen met betrekking tot een niet-betwiste schuld) die door de KOIM als recent en alarmerend worden beschouwd, kan deze laatste een onderzoek starten, of een rechter-verslaggever aanstellen om het onderzoek te voeren (het zgn. ambtshalve onderzoek). De KOIM kan de schuldenaar oproepen en horen om inlichtingen te verkrijgen over de stand van zaken en over eventuele reorganisatiemaatregelen. Aan het einde van het onderzoek kan de KOIM (i) het onderzoek afsluiten en het dossier seponeren, (ii) bijkomende inlichtingen vragen om te kunnen oordelen, (iii) het dossier doorverwijzen naar het parket wanneer zij van oordeel is dat dat de faillissementsvoorwaarden vervuld zijn, (iv) een vordering tot gerechtelijke ontbinding aanhangig maken of (v) de onderneming in de richting van een gerechtelijke reorganisatie sturen.

Met de omzetting van de Richtlijn wordt dit preventief stelsel gewaarborgd en verfijnd. De KOIM krijgt in het Wetsontwerp een prominentere rol:

  • Onderzoek op verzoek van de schuldenaar (art. XX.29/1 WER): de schuldenaar zal voortaan, wanneer hij van oordeel is dat er sprake is van dreigende insolventie, aan de KOIM kunnen vragen dat bepaalde schuldeisers worden opgeroepen om deze – individueel of gezamenlijk – te horen. De KOIM zal bijstand verlenen bij het onderhandelen met deze schuldeisers. Doelstelling is om op informele wijze een schikking te verkrijgen met de belangrijkste schuldeisers. De inhoud van een bereikte schikking zal door de KOIM worden vastgesteld.
  • Aanstelling herstructureringsdeskundige (art. XX.29/2 WER): het Wetsontwerp bepaalt dat de KOIM voortaan op verzoek van de schuldenaar een herstructureringsdeskundige kan aanstellen. De aanstelling van een herstructureringsdeskundige, die onafhankelijk optreedt, laat toe om het herstel van de onderneming te vergemakkelijken en een schikking met de schuldeisers te faciliteren. De KOIM bepaalt de inhoud en de duur van de opdracht van de herstructureringsdeskundige. Zowel de beslissing over zijn aanstelling, als de verslagen van de herstructureringsdeskundige, zijn vertrouwelijk. Alleen met toestemming van de schuldenaar kunnen derden kennis nemen van de verslagen van de herstructureringsdeskundige.

Daarnaast voorziet het Wetsontwerp nog in een aantal bijkomende vernieuwingen/wijzigingen:

  • Instrument voor zelfbeoordeling (art. XX.21/1 WER): het nieuwe artikel XX.21/1 WER voorziet in een instrument voor zelfbeoordeling voor de schuldenaar. De schuldenaar heeft recht tot toegang tot zijn dossier en kan de gegevens die op hem betrekking hebben laten corrigeren.
  • Opsomming gegevens en inlichtingen die kunnen wijzen op dreigende insolventie (art. XX.21/1 WER): het nieuwe artikel XX.21/2 WER somt een aantal economische indicatoren op die kunnen wijzen op dreigende insolventie en op de noodzaak om onverwijld te handelen, waaronder wijzigingen in het aantal werknemers en berichten in verband met beslag.
  • Bewaartermijn en -plaats relevante gegevens en inlichtingen (art. XX.21, §2 en §3 WER): het Wetsontwerp bepaalt dat de gegevens en inlichtingen die kunnen wijzen op dreigende insolventie en op de noodzaak om onverwijld te handelen, vijf jaar bewaard worden nadat zij zijn geregistreerd in het centraal register van de knipperlichten.
  • Verlenging termijn ambtshalve onderzoek (art. XX.28 WER): de maximumduur van het ambtshalve onderzoek wordt verlengd; wanneer de KOIM een rechter-verslaggever heeft aangesteld, wordt de termijn verlengd naar acht maanden (i.p.v. vier maanden). Wanneer de KOIM het onderzoek zelf voert, mag het onderzoek voortaan maximaal achttien maanden duren (i.p.v. acht maanden).

Met de omzetting van de Richtlijn wordt nog meer ingezet op het redden van ondernemingen in moeilijkheden. De kamers van ondernemingen in moeilijkheden hebben hierbij een belangrijke rol te spelen.

Bron: Schoups

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement