Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026


Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten

Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026

Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)

Webinar op dinsdag 24 november 2026


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Grondwettelijk hof biedt gefailleerde natuurlijke personen een tweede kans op een tweede kans (Crivits & Persyn)

Auteur: Crivits & Persyn

Publicatiedatum: 25/05/2021

Het insolventierecht ingevoerd in 2018 heeft als doel het tweedekansondernemerschap te bevorderen. Daardoor laat de wet toe dat de natuurlijke persoon gefailleerde die binnen de drie maanden na bekendmaking van het faillissementsvonnis om kwijtschelding verzoekt, nagenoeg automatisch wordt bevrijd van zijn restschulden. In de rechtspraak werd die termijn als een vervaltermijn gekwalificeerd (https://www.crivitspersyn.be/nl/nieuws/gefailleerde-dien-tijdig-een-verzoek-tot-kwijtschelding)

Het Grondwettelijk Hof heeft die vervaltermijn van drie maanden na de publicatie van het faillissementsvonnis in een recent arrest buitenspel gezet door te oordelen dat de termijn in strijd is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, in zoverre het recht op kwijtschelding onherroepelijk verloren is voor de natuurlijk persoon die daarbinnen geen verzoek indient.

De gefailleerde wiens verzoek tot kwijtschelding eerder als onontvankelijk werd afgewezen wegens laattijdige neerlegging ervan, zou aldus in principe een nieuw verzoekschrift kunnen neerleggen.

Het is nu aan de wetgever om een gepast gevolg te geven aan dit arrest. Zo zou de termijn waarbinnen het verzoek tot kwijtschelding moet worden ingediend verlengd kunnen worden, of voorzien worden in een verplichting voor de rechter om bij elk faillissement hoe dan ook uitspraak te doen over de kwijtschelding, zonder dat daartoe een verzoek moet worden neergelegd.

De link naar het arrest vindt u hier.

Lees hier het originele artikel

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement

Boeken in de kijker: