Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Gezag van gewijsde blokkeert nieuwe curatorsvordering. Ondernemingsrechtbank Gent 16 juni 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Een curator vordert na het faillissement van BV AS een schadevergoeding van € 43.761,00 van voormalige bestuurders op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Tevens eist hij onroerende voorheffing voor een bijgebouw over 2021-2024 en pro-rata voor 2024. Eerder waren deze bestuurders al veroordeeld tot een provisie van € 30.000,00 (75% van het netto passief) onder het Wetboek van Economisch Recht.
Verweermiddelen
De bestuurders betwisten de fout, de schade en het oorzakelijk verband. Zij voeren aan dat het eerdere vonnis van 10 februari 2026 gezag van gewijsde heeft; dezelfde onderliggende feiten werden daar al beoordeeld. Voor de onroerende voorheffing 2021-2024 stellen ze dat de gefailleerde als opstalhouder dit contractueel moest betalen. Voor de heffing van 2025 vragen ze schuldvergelijking met gemiste opstalvergoedingen.
Principes
Het gezag van gewijsde (art. 23 Ger.W.) belet een nieuwe vordering op basis van dezelfde feiten, ongeacht de juridische kwalificatie (zoals art. 2:56 WVV). De onroerende voorheffing is verschuldigd door de partij die op 1 januari de zakelijk gerechtigde is. Een pro-rata verrekening bij vroegtijdige beëindiging vereist een contractuele afspraak. Schuldvergelijking na faillissement kan niet voor vorderingen die bij de samenloop nog niet bestonden.
Besluit
De rechtbank verklaart de aansprakelijkheidsvordering onontvankelijk wegens het gezag van gewijsde. De vordering voor de onroerende voorheffing 2021-2024 en pro-rata 2024 wordt afgewezen bij gebrek aan contractuele afspraak. De bestuurders moeten wel de onroerende voorheffing van 2025 (€ 860,81) betalen omdat zij toen weer eigenaar waren. Zij worden ook veroordeeld tot de proceskosten (dagvaardingskosten van € 503,26 en kosten Begrotingsfonds).
» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement














