Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)

Webinar op vrijdag 12 juni 2026


Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden

Mr. Carl Clottens, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen

(NautaDutilh)

Webinar op dinsdag 19 mei 2026

Gefailleerde natuurlijke persoon en kwijtschelding van schulden. Grondwettelijk Hof 23 april 2026 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

De feiten

De verzoekende partij in het bodemgeschil werd op 27 december 2023 in staat van faillissement verklaard. Op 6 januari 2025 verzocht zij dat de Rechtbank haar de volledige kwijtschelding zou toekennen met toepassing van artikel XX.173, § 1, van het Wetboek van economisch recht. Na de zitting voerde zij bijkomend aan dat het ontbreken van een mogelijkheid om die kwijtschelding te verzoeken, ongrondwettig is. Daarop stelt het verwijzende rechtscollege bij vonnis van 7 april 2025 prejudiciële vragen.

Bij vonnis van 7 april 2025 heeft de Ondernemingsrechtbank te Gent, afdeling Brugge, prejudiciële vragen gesteld.

Het standpunt van het Grondwettelijk Hof
  1. Artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht, zoals vervangen bij artikel 233 van de wet van 7 juni 2023 « tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 en houdende diverse bepalingen inzake insolvabiliteit », schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het niet toestaat dat de gefailleerde natuurlijke persoon de rechtbank verzoekt om uitspraak te doen over de kwijtschelding vooraleer de periode van drie jaar zoals vermeld in artikel XX.173, § 3, van datzelfde Wetboek is verlopen.
  2. Artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht, zoals vervangen bij artikel 233 van de voormelde wet van 7 juni 2023, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het niet toestaat dat de gefailleerde natuurlijke persoon de rechtbank verzoekt om zich na afloop van de in artikel XX.173, § 3, van hetzelfde Wetboek vermelde periode waarin de weigering kan worden gevorderd door de curator, maar vóór de sluiting van het faillissement, uit te spreken over de kwijtschelding.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement

Boeken in de kijker: