Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille

Frauduleuze insolventie en vermogensvermenging met vennootschappen. Cass. 26 november 2025 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

De feiten en de visie van het Hof van beroep te Luik van 12 juni 2025

De beklaagde erkent dat hij in 2017 vijftigduizend euro heeft geleend van de burgerlijke partij en deze heeft het jaar daarop terugbetaling van het bedrag geëist. Aangezien deze eis zonder gevolg bleef, heeft de schuldeiser de beklaagde gedagvaard voor de burgerlijke rechtbank.

De rechtbank heeft een vonnis van akkoord gewezen met betrekking tot een afbetalingsplan van maximaal vijf jaar, maar de beklaagde bleef vanaf de eerste vervaldag in gebreke, waardoor de schuld onmiddellijk en volledig opeisbaar werd.

De schuldeiser heeft een uitvoerend beslag op roerende goederen gelegd bij de beklaagde thuis, evenals twee derdenbeslagen bij de vennootschappen die daar hun zetel hadden.

De burgerlijke rechter heeft de vermogensvermenging vastgesteld die de beklaagde had gecreëerd tussen zijn eigen vermogen en dat van de voormelde vennootschappen waarvan hij zaakvoerder en enige aandeelhouder is.

De beklaagde bleef in gebreke te betalen ondanks alle stappen van zijn schuldeiser, tot 8 oktober 2021 en tijdens de strafbare periode heeft de beklaagde gebruiksgoederen aangeschaft voor zijn dagelijks leven, die hij thuis gebruikte voor persoonlijke doeleinden, maar gekocht op naam van zijn vennootschappen terwijl die daar geen gebruik van maakten. De aldus ontstane vermogensvermenging werd gebruikt zodat één van de vennootschappen van de beklaagde aanspraak kon maken op de door zijn schuldeiser beslagen goederen.

De resterende beslagbare goederen in het vermogen van de beklaagde volstonden niet om de schuldeiser te voldoen.

De visie van het Hof van Cassatie

Door vast te stellen dat de beklaagde er opzettelijk naar heeft gestreefd zijn roerend vermogen te onttrekken aan de legitieme verhaalsrechten van zijn schuldeiser, en door te overwegen dat het misdrijf bedoeld in artikel 490bis van het Strafwetboek geen volledige insolventie vereist maar reeds aanwezig is wanneer de overblijvende goederen onvoldoende zijn om de schuld te voldoen, hebben de appelrechters geantwoord op de in het middel bedoelde conclusies, hun beslissing regelmatig gemotiveerd en juridisch naar behoren verantwoord.

Lees hier het volledige arrest

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement

Boeken in de kijker: