Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten
Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)
Webinar op vrijdag 16 april 2026
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Faillissement. Ontkenning rekening-courantschuld van bestuurder na goedgekeurde en neergelegde jaarrekening. Ondernemingsrechtbank Gent 15 september 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Achtergrond van het geschil
De betrokken vennootschap werd opgericht in februari 2021. De verweerder was vanaf de oprichting zowel enige bestuurder als enige aandeelhouder.
Nadat de onderneming in mei 2025 een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie had neergelegd, werd op 4 juni 2025 een reorganisatieprocedure geopend. De onderneming slaagde er echter niet in een reorganisatieplan te laten homologeren. De procedure werd beëindigd op 23 september 2025.
Enkele weken later werd de vennootschap failliet verklaard. De curator stelde vervolgens vast dat volgens de boekhouding een aanzienlijke vordering op de bestuurder bestond via diens rekening-courant.
Op 12 februari 2026 dagvaardde de curator de bestuurder tot terugbetaling van een bedrag van 100.847,28 euro.
Geen bijkomend uitstel
De bestuurder had geen conclusies neergelegd binnen de door de rechtbank vastgestelde termijnen. Op de zitting vroeg hij mondeling nog een bijkomend uitstel omdat hij inmiddels door een andere raadsman werd bijgestaan.
De rechtbank wees dit verzoek af.
Met verwijzing naar artikel 747, § 4 Ger.W. benadrukte zij dat de meest gerede partij op de rechtsdag een vonnis kan vragen. Het feit dat een partij van advocaat verandert, vormt op zich geen voldoende reden om de behandeling van de zaak uit te stellen.
Boekhouding als bewijs tegen de bestuurder
De kern van het geschil betrof de bewijswaarde van de boekhouding.
De curator baseerde zich op twee belangrijke documenten:
- de jaarrekening per 30 juni 2024;
- de balans die in maart 2025 werd neergelegd in het kader van de gerechtelijke reorganisatie.
Jaarrekening bindt bestuurder
In de jaarrekening per 30 juni 2024 was onder de rubriek “overige vorderingen” een bedrag van 129.723 euro opgenomen.
De rechtbank herhaalt daarbij een vaste rechtspraak: een goedgekeurde en neergelegde jaarrekening levert bewijs op tegen de bestuurders die haar hebben opgesteld en voorgelegd.
Omdat de verweerder:
- de jaarrekening had opgesteld;
- ze aan de algemene vergadering had voorgelegd;
- ze als enige aandeelhouder had goedgekeurd;
- en vervolgens had neergelegd,
kon hij zich later niet eenvoudig beroepen op de onjuistheid ervan.
Volgens de rechtbank vormt een dergelijke jaarrekening minstens een sterke buitengerechtelijke bekentenis van de bestuurder.
Balans bij gerechtelijke reorganisatie
Nog belangrijker was de balans die de vennootschap zelf had toegevoegd aan haar verzoek tot opening van de gerechtelijke reorganisatie.
Daarin stond expliciet op rekening 416000 “R/C bestuurder” een schuldvordering van precies 100.847,28 euro.
Ook dit document werd opgesteld onder verantwoordelijkheid van dezelfde bestuurder. Daardoor achtte de rechtbank ook deze boekhoudkundige gegevens volledig tegenstelbaar.
Kan de rekening-courant na faillissement nog worden aangepast?
Het vonnis bevat interessante overwegingen omtrent de mogelijkheid om een rekening-courant na faillissement nog te corrigeren.
De bestuurder voerde aan dat:
- bepaalde bestuurdersbezoldigingen niet waren geboekt;
- hij privé schulden van de vennootschap had betaald;
- de boekhouding niet volledig bijgewerkt was.
De rechtbank maakt hierbij een belangrijk onderscheid.
Na faillietverklaring kan de boekhouding wel nog worden geactualiseerd op basis van reeds bestaande stukken, zoals:
- facturen;
- bankuittreksels;
- reeds bestaande betalingsbewijzen.
Daarentegen kunnen na het faillissement geen nieuwe beslissingen meer worden genomen die de rekening-courant beïnvloeden, zoals:
- het alsnog toekennen van bestuurdersbezoldigingen;
- het achteraf ten laste nemen van kosten;
- andere nieuwe verrichtingen die niet steunen op reeds bestaande documenten.
Dit volgt volgens de rechtbank uit artikel XX.110 WER: vanaf het faillissement verliest de gefailleerde het beheer over zijn vermogen.
Bewijslast rust bij de bestuurder
De rechtbank benadrukt tevens een klassiek bewijsrechtelijk uitgangspunt.
Wanneer de curator aantoont dat volgens de boekhouding een rekening-courantschuld bestaat, rust de bewijslast van de bevrijding vervolgens op de bestuurder.
Indien een bestuurder beweert dat hij voor de vennootschap schulden heeft betaald met eigen middelen, zal hij moeten aantonen:
- dat de betaling effectief gebeurde;
- dat de schuld werkelijk bestond;
- dat de schuld ten laste van de vennootschap viel;
- dat de betaling aanleiding geeft tot vermindering van de rekening-courantschuld.
In deze zaak legde de bestuurder geen stukken voor die zijn beweringen konden staven.
Beslissing
De rechtbank achtte bewezen dat de bestuurder in maart 2025 een schuld van 100.847,28 euro had tegenover de vennootschap.
Aangezien hij niet aantoonde dat:
- de boekhouding foutief was;
- hij de schuld reeds had terugbetaald;
- of hij op een andere wijze van zijn schuld was bevrijd,
werd de vordering van de curator volledig toegewezen.
De bestuurder werd veroordeeld tot betaling van:
- 847,28 euro hoofdsom;
- wettelijke interesten vanaf 9 december 2025;
- de dagvaardingskosten van 440,74 euro;
- het rolrecht van 165 euro;
- de bijdrage van 26 euro aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement

















