Faillissement en ontbinding huwelijksstelsel: wie eerst? (aternio)

Auteur: Eveline Smet (aternio)

Publicatiedatum: 28/06/2021

Verliefd, verloofd, getrouwd en … terug gescheiden! Dat is nu, heden ten dage, meer praktijk dan theorie. De redenen van de split zijn uiteraard legio. Echter, wanneer het al moeilijk gaat in de relatie, is het niet ondenkbaar dat een misgelopen professioneel avontuur de spreekwoordelijke druppel is. Een nakend faillissement hangt als een tikkende tijdbom in de lucht en de partners beslissen uit elkaar te gaan. In wat volgt gaan we even in op de grijze zone: de periode tussen de ontbinding van het huwelijksstelsel door echtscheiding en de doorwerking van een faillissement. Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 22 januari 2021 de puntjes op de i gezet.

Huwelijksvermogensstelsel

Het kwam ook al aan bod in eerdere bijdragen, maar we zetten de verschillende huwelijksvermogensstelsels graag nog eens op een rijtje. Dit keer, specifiek met het oog op de procedure in een faillissement.

Wanneer u bij het aangaan van een huwelijk geen keuze voor een ander stelsel maakt, valt u sowieso onder het wettelijk stelsel. Dit impliceert een stelsel van scheiding van goederen, met gemeenschap van aanwinsten. Kort samengevat betekent dit dat alles wat u al had van voor het huwelijk, van u alleen zal blijven. Ook schenkingen en/of legaten die u ontvangt zijn, tenzij anders bepaald, enkel van u. Dit noemt men eigen goederen. Als u deze niet in de gemeenschap brengt, dan blijven ze te allen tijde in uw eigen vermogen zitten. Wat valt er dan wel in de gemeenschap? Dat is vrij eenvoudig: al het overige. Het gaat om inkomsten, intresten, opbrengsten en andere zaken die men tijdens het huwelijk verwerft. Denk hierbij aan uw loon, huurinkomsten van (eigen) onroerende goederen, intresten van (eigen) beleggingen, … Ook alles waarvan u het eigen karakter niet kan aantonen, zal gemeenschappelijk zijn.

Er zijn met andere woorden 3 vermogens in dit stelsel:

  • het eigen vermogen van de ene partner;
  • het eigen vermogen van de andere partner; en
  • het gemeenschappelijk vermogen.

Naast het wettelijk stelsel, is er ook het stelsel van scheiding van goederen. Daarbij is het vrij eenvoudig: er zijn enkel de twee eigen vermogens van de partners, geen gemeenschap. Het is wel mogelijk om conventioneel een gemeenschap te creëren. Dat heet dan een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen (afgekort TIGV). Aangezien dit stelsel in deze bijdrage buiten beschouwing blijft, verwijzen we u graag door naar ons eerder blogartikel, waarin u al uw vragen beantwoord zal zien.

Ontbinding van huwelijksvermogensstelsel

Wanneer het huwelijk een einde neemt, dan moet het huwelijksvermogensstelsel ontbonden en vereffend worden. Los van het feit dat “ontbinding en vereffening” altijd samen, in één adem, genoemd worden, zijn het wel degelijk onderscheiden momenten.

Van zodra de echtscheiding wordt uitgesproken, zal het huwelijksvermogensstelsel ontbonden worden. Aangezien we ons in het wettelijk stelsel bevinden, zal het gemeenschappelijk vermogen as such verdwijnen en komt er een postcommunautaire onverdeeldheid in de plaats.

Die postcommunautaire onverdeeldheid zal de vruchten van de voormalige gemeenschap nog omvatten, maar ook de verkoopopbrengst van goederen uit die onverdeeldheid. Dit kan van belang zijn, in het kader van een nakend faillissement.

Faillissement – timing is everything

Indien de rechtbank het faillissement over iemand uitspreekt, dan treft dat zowel het eigen vermogen als het gemeenschappelijk vermogen. Twee van de drie vermogens die het wettelijk stelsel kenmerken, zullen dus voedsel voor de faillissementsboedel vormen. Het is vervolgens aan de curator om bepaalde goederen te gelde te maken, om zo de schulden te kunnen voldoen.

U hebt ongetwijfeld even een rilling over uw rug voelen lopen. Want, inderdaad, het moment van echtscheiding, en dan vooral de tegenstelbaarheid ervan ten aanzien van derden, zal een cruciale rol spelen.

Tegenstelbaarheid tegenover derden

Het uitspreken van de echtscheiding is één zaak, de tegenstelbaarheid dus een andere.

Nadat de rechtbank het echtscheidingsvonnis heeft uitgesproken, kan men nog beroep aantekenen. We moeten hier rekening houden met een termijn van één maand. Als het gaat om een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) dan geldt als beroepstermijn één maand na de uitspraak van de rechtbank. Wanneer de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting (EOO) is uitgesproken, dient men eerst het vonnis te betekenen via een deurwaarder. De beroepstermijn van één maand begint pas na de betekening te lopen. Pas als deze termijn verlopen is, verkrijgt het echtscheidingsvonnis kracht van gewijsde en is het definitief.

Echter, tegenover derden is de echtscheiding pas tegenstelbaar vanaf de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand. Binnen de maand na het definitief worden van het vonnis, dient de griffier de ambtenaar van de burgerlijke stand te verzoeken om de overschrijving uit te voeren. Ook die ambtenaar beschikt dan nog eens over één maand om de overschrijving effectief in de registers bekend te maken.

First come – first serve

Indien de rechtbank het faillissement uitspreekt voor het moment van tegenstelbaarheid aan derden, dan is de toekomstige ex-echtgenoot gezien. In dat geval zal ook het gemeenschappelijk vermogen in de faillissementsboedel vallen. Hieraan kan men, jammer genoeg, niets meer veranderen

Indien de rechtbank het faillissement uitspreekt na het moment van tegenstelbaarheid aan derden, dan is het een ander verhaal. In dat geval dient men eerst de huwgemeenschap effectief te vereffenen en verdelen. De gefailleerde echtgenoot zal dan enkel met diens eigen vermogen en het deel dat uit de verdeling van de gemeenschap is verkregen, aangesproken kunnen worden. Het netto-aandeel van de gefailleerde echtgenoot zal men dan aan de curator overmaken.

Beschermingstechniek?

Kan het voorgaande opportuniteiten creëren? Wanneer het duidelijk is dat een faillissement op relatief korte termijn niet meer te vermijden is, zou een echtscheiding een bescherming tegenover de andere partner kunnen zijn. U zou dan niet scheiden omdat de relatie niet meer gezond is, maar puur uit financiële overwegingen. Op die manier zou men toch een deel van het gezamenlijk verworven vermogen, kunnen vrijwaren. Vanuit privé-perspectief is dit alleszins te begrijpen.

Anders is het wanneer de, soon to be, gefailleerde echtgenoot zichzelf opzettelijk onvermogend maakt. Zo zou deze bijvoorbeeld schenkingen vanuit het eigen vermogen aan de andere partner kunnen doen of bijzondere clausules laten invoeren in het huwelijkscontract. Hierdoor verwerft de andere partner quasi alles ingeval van ontbinding van het stelsel (ongeacht of dat door echtscheiding of door overlijden is). U bent uzelf dan, op bedrieglijke wijze, onvermogend aan het maken, wat strafrechtelijk gesanctioneerd kan worden. Ook al diegenen die meewerken aan dergelijke frauduleuze constructies zijn strafrechtelijk medeplichtig.

Conclusie

Meer dan ooit is de chronologie van de handelingen van uitermate belang. Dat werd nu ook duidelijk gesteld door het Hof van Cassatie. Dat is trouwens ook niet zo vreemd. Er is namelijk ook nog zoiets als schuldeiserbescherming, vooral bij faillissement. De schuldeisers vertrouwden erop dat hun wederpartij een vermogen ter beschikking had. Snel-snel een echtscheiding laten uitspreken om hieraan te ontsnappen, zou tevergeefs kunnen zijn.

Bovendien moet u de regels van de fair play respecteren: voorzorgsmaatregelen nemen zijn nog ergens te begrijpen, maar pas op dat u hierin toch niet te ver gaat. Hebzucht is de wortel van alle kwaad.

Lees hier het originele artikel