Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Alternatieve financieringsvormen
voor ondernemingen:
een waaier aan mogelijkheden

Mr. Carl Clottens, mr. Ivan Peeters en mr. Ken Lioen

(NautaDutilh)

Webinar op dinsdag 19 mei 2026


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)

Webinar op vrijdag 12 juni 2026


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026

Faillissement en de kwalificatie van het ereloon van een vereffeningsdeskundige. Ondernemingsrechtbank Gent 14 april 2026 (Eric B.)

Auteur: Eric B.

Samenvatting gemaakt met behulp van AI

Feiten

Een vereffeningsdeskundige werd door de rechtbank aangesteld in het kader van een procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag. Er werd echter geen overdracht gerealiseerd en de procedure werd voortijdig beëindigd, waarna het faillissement volgde. De deskundige weigerde zijn aanstelling als curator en vorderde de betaling van zijn begrote ereloon (€18.508,92) als een onmiddellijk opeisbare boedelschuld in het faillissement.

De curator betwistte deze kwalificatie, wat leidde tot dit juridisch geschil.

Verweermiddelen

De eisers argumenteerden dat het ereloon een boedelschuld is conform artikel XX.58 WER, aangezien hun prestaties de continuïteit dienden. Zij stelden dat de deskundige gelijkgesteld moet worden met een medecontractant. Subsidiair beriepen zij zich op het voorrecht van de gerechtskosten (Art. 17 Hyp.W.) en de kosten tot behoud van de zaak (Art. 20, 4° Hyp.W.). De curator voerde aan dat de vordering ongegrond was en dat een mandataris niet onder de regeling van artikel XX.58 WER valt.

Principes

De rechtbank oordeelt dat artikel XX.58 WER strikt moet worden geïnterpreteerd en niet geldt voor vereffeningsdeskundigen. Een deskundige is een gerechtelijk mandataris en geen “medecontractant” die zuiver contractuele prestaties levert op basis van een overeenkomst. In tegenstelling tot kritieke leveranciers zijn mandatarissen inwisselbaar; hun identiteit is niet essentieel voor de continuïteit.  Bovendien moet de deskundige onafhankelijk kunnen beslissen over de stopzetting van een procedure, zonder beïnvloed te worden door een persoonlijk belang bij zijn ereloon. Voor het voorrecht van de gerechtskosten geldt dat er een “objectief en effectief nut” voor de schuldeisers moet zijn.

Besluit

De rechtbank wijst de kwalificatie als boedelschuld af. De debatten worden echter heropend om te onderzoeken of de vordering een bevoorrechte schuld is. Partijen moeten nu aantonen in welke mate de specifieke prestaties van de deskundige – ondanks het ontbreken van een overdracht – een aantoonbaar voordeel of nut hebben opgeleverd voor de uiteindelijke failliete boedel.

Lees hier het vonnis

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement

Boeken in de kijker: