Aansprakelijkheid van medische beroepsbeoefenaars en zorginstellingen anno 2027

Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & partners)

Webinar op vrijdag 15 oktober 2027


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026

Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)

Webinar op dinsdag 24 november 2026


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026

Faillissement en aansprakelijkheid vennootschapsbestuurders. Cassatie-arrest van 14 februari 2025 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

Samengevat: een vennootschapsbestuurder is aansprakelijk voor het voortzetten van een kennelijk verloren deficitaire onderneming indien deze fout voortduurde na de inwerkingtreding van artikel XX.227 WER. De omstandigheid dat de fout een aanvang nam voor de inwerkingtreding van deze bepaling, doet daaraan niet af.

De motivatie van het Hof van Cassatie

Op grond van artikel XX.227, § 1, WER kunnen, indien bij faillissement van een onderneming, de schulden de baten overtreffen, de huidige of gewezen bestuurders, zaakvoerders, dagelijks bestuurders, leden van een directieraad of van een raad van toezicht, alsmede alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de onderneming werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad, persoonlijk en al dan niet hoofdelijk aansprakelijk worden verklaard voor het geheel of een deel van de schulden van de onderneming ten belope van het tekort jegens de boedel, indien:

  • op een gegeven ogenblik voorafgaand aan het faillissement, de betrokken persoon wist of behoorde te weten dat er kennelijk geen redelijk vooruitzicht was om de onderneming of haar activiteiten te behouden en een faillissement te vermijden;
  • de betrokken persoon op dat ogenblik één van de hierboven vermelde hoedanigheden had; en
  • de betrokken persoon vanaf het ogenblik bedoeld in a) niet heeft gehandeld zoals een normaal voorzichtig en zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld.

Krachtens artikel 76, eerste lid, van de Wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van Boek XX “Insolventie van ondernemingen” in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, zijn de bepalingen van Boek XX WER in werking getreden op 1 mei 2018.

Krachtens artikel 72, eerste lid, van voormelde wet zijn de bepalingen van die wet toepasselijk op insolventieprocedures geopend vanaf de inwerkingtreding van deze wet.

Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat een vennootschapsbestuurder aansprakelijk is voor het voortzetten van een kennelijk verloren deficitaire onderneming indien deze fout voortduurde na de inwerkingtreding van artikel XX.227 WER. De omstandigheid dat de fout een aanvang nam voor de inwerkingtreding van deze bepaling, doet daaraan niet af.

Het hof van beroep te Gent van 19 december 2022 stelt vast en oordeelt dat:

  • de eiser aansprakelijk werd gesteld voor het in artikel XX.227 WER bedoelde foutief verderzetten van een verlieslatende onderneming terwijl hij wist of behoorde te weten dat die onderneming reddeloos verloren was, met name door het onrechtmatig blijven weigeren de huur van bv Natuurrust te betalen, zonder een reserve aan te leggen of andere maatregelen te nemen, waardoor deze zich fictief krediet verschafte en de schuld zo hoog opliep dat dit tot de teloorgang van de onderneming leidde;
  • die fout voortduurde op 1 augustus 2018;
  • bv Natuurrust op 10 september 2018 failliet werd verklaard.

De appelrechter die aldus oordeelt dat de aan de eiser verweten fout heeft voortgeduurd tot na 1 mei 2018, datum van inwerkingtreding van artikel XX.227 WER, verleent aan deze wetsbepaling geen terugwerkende kracht en past deze niet toe op feiten die dateren van voor de inwerkingtreding ervan.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

De door de eiser voorgestelde prejudiciële vraag, die ten onrechte ervan uitgaat dat de feiten die aan de eiser worden verweten, volledig dateren van voor de inwerkingtreding van artikel XX.227 WER, wordt niet gesteld.

Lees hier het Cassatie-arrest

Juriste (FR)

Directeur Legal

Junior Legal Counsel

scale

Associate Real Estate Law

Boeken in de kijker: