Dagelijks bestuur in de vennootschap:
een analyse aan de hand van 18 praktijkvragen

Mr. Vanessa Ramon en mr. Julie Hoflack (Crivits & Persyn)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024

Faillissement. Betaling door de bestuurder van een zelfs opeisbare schuldvordering en misbruik van vennootschapsgoederen. Cassatie-arrest van 9 januari 2024 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

De betaling van een zelfs opeisbare schuldvordering op een rechtspersoon kan voor de bestuurder van die rechtspersoon het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen opleveren, wanneer die betaling is gedaan met het in artikel 492bis Strafwetboek bepaalde bedrieglijk opzet en zij een betekenisvol nadeel berokkent aan de vermogensbelangen van de rechtspersoon en die van zijn schuldeisers of vennoten. Dat laatste kan het geval zijn wanneer ingevolge die betaling en de daarvoor vereiste verkoop van bepaalde activa van de rechtspersoon, diens actief dat strekt tot onderpand voor de betaling van de andere schuldeisers vermindert en er te zijnen laste een bijkomende, bedrijfsmatig onverantwoorde schuld wordt gecreëerd, terwijl hij in financiële moeilijkheden verkeert. Dat de betaling van de schuldvordering het boekhoudkundig vermogen van de rechtspersoon niet aantast omdat daardoor het passief in gelijke mate daalt met het actief en de rechtspersoon dus formeel niet verarmt, is daarbij niet bepalend.

Schade in de zin van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek bestaat in de aantasting van een belang of het verlies van een rechtmatig voordeel. Het veronderstelt dat het slachtoffer van de onrechtmatige daad zich in een minder gunstige situatie bevindt dan wanneer de fout niet was gepleegd. Of de schade van het slachtoffer rechtstreeks of onrechtstreeks is, speelt geen rol.

De schuldeiser van een rechtspersoon kan schade lijden ingevolge de fout van de bestuurder van die rechtspersoon, die het actief van deze laatste bedrieglijk vermindert, met als gevolg dat de schuldeiser zijn onbetaalde schuldvordering op de rechtspersoon niet of slechts in mindere mate kan invorderen. De algemene opdracht van de curator, zoals die voortvloeit uit artikel XX.98 WER, bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen. Wanneer de curator namens de boedel optreedt, oefent hij de gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers uit. Hiertoe behoren ook de rechten die voortvloeien uit de schade aan de boedel ingevolge de fout van wie ook, waardoor het passief van het faillissement wordt vermeerderd, het actief wordt verminderd of het actief dat ter beschikking moest staan van de schuldeisers niet effectief voorhanden is in de boedel. Hieruit volgt dat de curator beschikt over een zelfstandig vorderingsrecht ten aanzien van de voormalige bestuurder van de rechtspersoon, door wiens fout het actief bedrieglijk is verminderd.

Lees het Cassatie-arrest

Webinars on demand

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement