De WCO in het nieuwe insolventierecht : 4 aanpassingen toegelicht (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 15/02/2018

Met de wet van 11 augustus 2017 (B.S. 11 september 2017) voerde de wetgever boek XX toe aan het WER (Wetboek Economisch Recht). Met dit nieuwe boek XX werden de WCO en de Faillissementswet in het WER geïntegreerd. De wetgever maakte hiervan gebruik om een aantal aanpassingen, waaronder de hierna geschetste, in te lassen. De nieuwe bepalingen worden van toepassing vanaf 1 mei 2018.

LegalNews.be vroeg dhr. Guy Hermans (rechter in de rb van koophandel Antwerpen, afdeling Tongeren) nadere toelichting.

Wat is veruit de belangrijkste wijziging voor het insolventierecht in het algemeen?

Een belangrijke wijziging betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied van de insolventiewetgeving.

1. In de eerste plaats werd de insolventiewetgeving toepasselijk op de onderneming/ondernemer waarbij de nadruk meer wordt gelegd op de aard van de uitgeoefende activiteit, veeleer dan op de (rechts)persoon die actief is in het economisch leven.

2. In de tweede plaats vallen vanaf 1 mei 2018 ook de vrij beroepers onder het toepassingsgebied van de insolventiewetgeving.

Op deze manier werd het toepassingsgebied van het insolventierecht aanzienlijk uitgebreid. Voortaan valt elke natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent onder het toepassingsgebied van de WCO en het Faillissementsrecht en kunnen ook alle rechtspersonen een beroep doen op het toepassingsgebied van deze wetgeving.

Welke wijzigingen werden er onder meer specifiek voor wat de WCO betreft ingevoerd?

1. Voor wat de WCO betreft werd specifiek voorzien in een regeling voor de situatie waarin binnen een termijn van twee maanden na de neerlegging van een verzoekschrift tot het bekomen van een gerechtelijke reorganisatie een verkoopdag werd vastgesteld van inbeslaggenomen goederen. De openbare verkoop kan dan tijdens de opschortingstermijn gewoon doorgaan, behalve wanneer de rechtbank een andere beslissing zou nemen op verzoek van de (rechts)persoon die de gerechtelijke reorganisatie aanvraagt.

2. Ook voor wat betreft de gerechtelijke reorganisatie waarbij een collectief akkoord wordt nagestreefd werden aanpassingen doorgevoerd. Zo dient een reorganisatieplan rekening te houden met een minimum van 20% dat dient uitgekeerd aan de gewone schuldeisers. Hiermee wordt het thans bestaande minimum van 15% dus opgetrokken. Niet onbelangrijk voor de praktijk is ook dat de raadslieden van de schuldeisers vanaf 1 mei 2018 geen aparte schriftelijke volmacht meer nodig zullen hebben om op de vergadering te verschijnen waarop over het reorganisatieplan zal worden gestemd.

3. Verder paste de wetgever de WCO aan ingevolge de interpretatie die door de rechtspraak werd gegeven aan de WCO, zo onder meer wat betreft het lot van de fiscale en sociale schulden.

4. De overdracht onder gerechtelijk gezag werd eveneens aanvullend wetgevend geregeld, onder meer voor wat betreft de overdracht van intuitu personae overeenkomsten.

Studienamiddag ‘Ondernemingen in moeilijkheden: arbeidsrechtelijke aspecten’