Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024


De nieuwe wet op de private opsporing

Dhr. Bart De Bie (i-Force) en mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024


Zekerheden: een update
aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters en mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op vrijdag 8 november 2024

De gewijzigde definitie van de buitengewone schuldeiser in de opschorting: wat moet u weten? (Reyns Advocaten)

Auteur: Nils Verschaeren (Reyns Advocaten)

In deze onzekere economische tijden moet u er als ondernemer van bewust zijn dat de Wetgever een heuse “toolbox” aan instrumenten heeft gecreëerd die beschikbaar zijn voor ondernemingen die in financiële moeilijkheden verkeren. Het is de taak van elke ondernemer om enige mate van vertrouwdheid met dit instrumentarium te kweken.

Mogelijks belandt uw onderneming ooit in financieel moeilijk vaarwater, en kan de al verworven kennis van de bestaande juridische redmiddelen ertoe leiden dat op tijd en adequaat kan worden ingegrepen en de onderneming alsnog kan worden gered.

Ook zal een sterke onderneming vroeg of laat geconfronteerd worden met een onderneming wiens continuïteit bedreigd is en die een beroep heeft gedaan op deze wettelijke instrumenten. Het is dan van belang om de sterktes en zwaktes van de eigen juridische positie te onderkennen, om de schade die een dergelijke situatie kan veroorzaken zoveel mogelijk te beperken.

Deze toolbox bestaat al jaar en dag. Laat ons de tijdrekening starten in 2009 met de invoering van de zgn. Wet Continuïteit Ondernemingen (afgekort : “WCO”). In 2018 werden de WCO en de Faillissementswet samen ondergebracht in BOEK XX van het Wetboek van Economisch Recht, wat gepaard ging met een stevige modernisering van onze insolventieregelgeving. Afgelopen zomer 2023 werd de Europese Herstructureringsrichtlijn omgezet in het Belgisch recht, wat ertoe heeft geleid dat BOEK XX opnieuw enkele stevige aanpassingen en moderniseringen heeft ondergaan. De materie is dus constant in evolutie.

Huidige blog focust op de gewijzigde definitie van “buitengewone schuldeiser in de opschorting”. Ondanks het juridisch-technisch karakter, is het voor de ondernemer toch belangrijk om op de hoogte te zijn van het bestaan en de inhoud van dit begrip. Immers, weet bijna iedereen dat in geval van een faillissement er bepaalde schuldeisers zijn die voorrang hebben op de andere schuldeisers (b.v. de bank-hypotheekhouder, de werknemers met hun voorrechten, net als de fiscus, etc.). Wel, ook in geval van reorganisatieprocedures kennen we een “onderscheid” tussen de schuldeisers in de opschorting, nl. de gewone en de buitengewone. U raadt het al: de buitengewone schuldeisers zijn in de regel beter af dan de gewone. Als onderneming die getroffen wordt door een reorganisatie van een schuldenaar, wil u dus liefst behoren tot die laatste groep.

Het nieuwe art. I.23, 14° WER definieert “buitengewone schuldvorderingen in de opschorting” als “De schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een zakelijk zekerheidsrecht in de zin van artikel 3.3 van het Burgerlijk Wetboek en de schuldvorderingen die in dit boek als buitengewone schuldvorderingen worden gekwalificeerd”. Artikel 3.3 BW definieert de zakelijke zekerheden als “de bijzondere voorrechten, het pand, de hypotheek en het retentierecht”.

Er is lange tijd discussie geweest in de rechtspraak en de rechtsleer over of houders van een bijzonder voorrecht nu wel of niet als “buitengewone” schuldeisers gekwalificeerd werden. Met de invoering van de nieuwe wettelijke definitie vorige zomer is een einde gekomen aan deze discussie. Nog belangrijker voor u als ondernemer is uiteraard te weten of de schuldvordering van uw onderneming nu wel of niet gewaarborgd is door een “bijzonder voorrecht”. Welnu : we vinden de lijst van schuldvorderingen die op bepaalde roerende goederen bevoorrecht zijn terug in de “Hypotheekwet”. Het gaat (mits voldaan aan diverse voorwaarden) o.a. om de verhuurder en verpachter, degene die kosten heeft gemaakt voor het behoud van de zaak (b.v.. een garagehouder die een wagen heeft hersteld maar niet betaald werd voor de reparatie), de onbetaalde verkoper, en de onderaannemers. Er zijn er nog meer, maar dit zijn de meest voorkomende en belangrijkste in het economisch leven.

Wanneer uw onderneming dus geconfronteerd wordt met een wanbetaler die zijn toevlucht zoekt tot een reorganisatieprocedure, moet u zich dus steeds de vraag stellen of u mogelijk niet kwalificeert als houder van een schuldvordering die gewaarborgd is door een “bijzonder bevoorrecht”. In dit geval is de kans zeer groot dat u dan als “buitengewone schuldeiser in de opschorting” beschouwd wordt. De wanbetaler kan de rechten van buitengewone schuldeisers in het kader van de reorganisatieprocedure veel minder beknotten dat die van de gewone schuldeiser. U kan dus relatief gemakkelijk uw juridische positie versterken door als buitengewoon schuldeiser te worden gekwalificeerd. Let op : u moet meestal zelf én tijdig het nodige doen om uw status van gewoon naar buitengewoon te laten omzetten. Indien u dit niet (tijdig) doet, riskeert het spreekwoordelijke kalf verdronken te zijn en blijft u achter in het pak van de gewone schuldeiser die meestal een aanzienlijke kwijtschelding én spreiding van betaling van het saldo van uw schuldvordering gedwongen moeten ondergaan.

Bron: Reyns Advocaten

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement