Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024


Dagelijks bestuur in de vennootschap:
een analyse aan de hand van 18 praktijkvragen

Mr. Vanessa Ramon en mr. Julie Hoflack (Crivits & Persyn)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024


Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024

De faillissementspauliana (Intersentia)

Auteur: Intersentia

Deze bijdrage is een onderdeel uit de publicatie Vermogensrechten en faillissement (Uitgave Intersentia, juni 2023), in het bijzonder wat de problematiek van de faillissementspauliana betreft.

Niet-tegenwerpelijkheid van rechtshandelingen

De faillissementspauliana maakt het voor de curator mogelijk om een rechtshandeling die de schuldenaar vóór de opening van een faillissementsprocedure heeft gesteld aan te vechten (art. XX.114 WER).  Op deze manier kan de curator de niet-tegenwerpelijkheid van deze rechtshandeling verkrijgen ten voordele van de gezamenlijke schuldeisers. De wederpartij (individuele titularis van een vermogensrecht) kan zich niet langer beroepen op de tegenwerpelijkheid van zijn vermogensrecht en de curator kan het goed waarop het vermogensrecht rust onbezwaard ten gelde maken.

De faillissementspauliana is uitgerust met zakelijke werking, wat aangetoond wordt door het feit dat zij tegenwerpelijk is aan de gezamenlijke schuldeisers van de wederpartij.

Toepassingsvoorwaarden

De belangrijkste toepassingsvoorwaarden van de faillissementspauliana zijn de benadeling en het bedrieglijk opzet. De benadeling betekent dat de verhaalsrechten van de gezamenlijke schuldeisers erop achteruit zijn gegaan doordat de schuldenaar zichzelf verarmd heeft, de rangorde van schuldeisers heeft gewijzigd of de verhaalsrechten van de gezamenlijke schuldeisers feitelijk heeft verhinderd.  De invulling van het bedrieglijk opzet is afhankelijk van het ‘normale’ of ‘abnormale’ karakter van de bestreden rechtshandeling.  In essentie dient de curator te bewijzen dat de schuldenaar op het ogenblik van de bestreden rechtshandeling wist of behoorde te weten dat deze de verhaalsrechten van zijn schuldeisers inkortte. In geval van een rechtshandeling onder bezwarende titel wordt de wederpartij (individuele titularis van een vermogensrecht) beschermd tegen de gevolgen van de faillissementspauliana indien hij te goeder trouw is. De curator kan de goede trouw van de wederpartij weerleggen door te bewijzen dat zij wist of behoorde te weten dat de gezamenlijke schuldeisers werden benadeeld door de bestreden rechtshandeling.

Verdachte periode

Voor bepaalde rechtshandelingen worden de toepassingsvoorwaarden van de faillissementspauliana versoepeld (vereenvoudigde faillissementspauliana’s).  De curator dient het bewijs van het bedrieglijke opzet niet te leveren en de benadeling wordt weerlegbaar vermoed.  Deze rechtshandelingen moeten dateren van na de staking van betaling van de schuldenaar. De staking van betaling valt in beginsel samen met de opening van een faillissementsprocedure. De rechtbank kan de staking van betaling evenwel vervroegen, tot het ogen-blik van staking van betaling, dat maximaal zes maanden vóór de faillietverklaring ligt (art. XX.105, zesde lid WER).

Artikel XX.111 WER heeft betrekking op handelingen om niet of handelingen onder bezwarende titel die de gefailleerde kennelijk hebben benadeeld, betalingen voor niet-vervallen schulden of abnormale betalingsmethoden en de vestiging van zakelijke zekerheden wegens voordien aangegane schulden.  Indien de curator de niet-tegenwerpelijkheid van deze rechtshandelingen vordert, kan de rechtbank alleen nagaan of de toepassingsvoorwaarden zijn vervuld. De rechtbank heeft geen appreciatiemarge en moet de handelingen desgevallend niet-tegenwerpelijk verklaren.

Artikel XX.112 WER bepaalt dat alle rechtshandelingen onder bezwarende titel, die niet reeds onder het toepassingsgebied van artikel XX.111 WER vallen, niet-tegenwerpelijk kunnen worden verklaard indien de wederpartij (individuele titularis van een vermogensrecht) op de hoogte was van de staking van betaling.  De rechtbank heeft bij de toepassing van artikel XX.112 WER een zekere appreciatiemarge.  Een handeling zal enkel niet-tegenwerpelijk verklaard worden als de wederpartij een voordeel heeft ontvangen dat tot nadeel strekt van de failliete boedel.

Artikel XX.113 WER, ten slotte, houdt in dat de curator de niet-tegenwerpelijkheid kan vorderen van een hypotheek, voorrecht of roerende zekerheid die ingeschreven of geregistreerd is na de staking van betaling, wanneer meer dan vijftien dagen verlopen zijn tussen de datum van de vestiging en de datum van de inschrijving of registratie.  Artikel XX.113 WER betreft, net als artikel XX.112 WER, een facultatieve grond van niet-tegenwerpelijkheid. De rechtbank beschikt over een ruime appreciatiemarge en moet hiertoe wederom rekening houden met het aan de failliete boedel berokkende nadeel.

Vergelijking met het eenzijdige beëindigingsrecht

De faillissementspauliana kan inderdaad vergeleken worden met het eenzijdige beëindigingsrecht. Beide bevoegdheden van de curator kunnen in één adem worden genoemd.  Zij breiden de verhaalsrechten van de gezamenlijke schuldeisers uit, wanneer de imperatieven van het faillissementsrecht dit vereisen. Dit verklaart eveneens waarom het Belgische recht het eenzijdige beëindigingsrecht van de curator koppelt aan restrictieve toepassingsvoorwaarden.

De wetgever kan de curator enkel meer rechten toekennen dan de gefailleerde vóór de opening van een faillissementsprocedure “when the purposes of bankruptcy require it”.

Webinar

Webinar on demand Tegenwerpelijkheid en afdwingbaarheid van vermogensrechten aan de failliete boedel: 12 topics onder de loep door dr. Sander Baeyens, advocaat Freshfields Bruckhaus.

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement