Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Bij verkoop onroerend goed door curator na faillissement handelt deze niet als onderneming. Hof van beroep Brussel 19 september 2025 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
De feiten
F. kocht op 23 april 2019 via de online platform Biddit een onroerend goed dat het enige actief was van de failliete SPRL GMPE en F. verklaarde te kopen voor een op te richten vennootschap, maar kon de prijs niet betalen wegens het uitblijven van een krediet.
De curator organiseerde een herverkoop, waarbij het goed werd verkocht voor een hogere prijs (€440.000) en vorderde schadevergoeding van €54.122,89 van F. wegens niet-nakoming van haar verplichtingen.
De rechtbank van eerste aanleg van Brabant veroordeelde F. tot betaling van diverse bedragen, waaronder €41.900 als contractuele boete (10% van de oorspronkelijke verkoopprijs) en de rente en kosten verbonden aan de herverkoop.
F. ging in beroep en betwistte vooral de clausule van 10% boete, die zij onredelijk en onwettig beschouwde.
Beslissing van het Hof van beroep
Het hof bevestigde dat de curator gerechtigd was om te vorderen en de curator is geen onderneming in de zin van artikel I.8, 39°, wanneer hij de activiteit van de gefailleerde niet voortzet maar zich enkel beperkt tot de vereffening van het actief.
F. werd niet beschouwd als consument, aangezien ze handelde namens een vennootschap in oprichting.
De clausule van 10% werd gedeeltelijk onredelijk bevonden, omdat andere schadeposten al afzonderlijk waren verrekend. Het hof verlaagde de boete tot €1.500, wat als redelijk werd beschouwd voor de resterende schade. De overige veroordelingen (rente, kosten) werden bevestigd.
» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement












