Zekerheden: een update
aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters en mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op vrijdag 8 november 2024


Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024


De nieuwe wet op de private opsporing

Dhr. Bart De Bie (i-Force) en mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024

1.500.000 euro ontvangen in het kader van een WCO-procedure als lening overschrijven naar een verbonden onderneming: bestuurders zijn uiteraard fout (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

De feiten
  • TMC-State bv heeft, met gelden geleend van particulieren geparticipeerd in een bouwproject onder leiding van V. nv, dat faliekant is afgelopen;
  • TMC-State bv heeft op 15 april 2014 van V. nv, in het kader van een WCO-procedure en na homologatie, een deelbetaling ontvangen van 1.501.341,91 euro op haar vennootschapsrekening;
  • op diezelfde dag heeft TMC-State bv 1.500.000,00 euro van dit bedrag overgeschreven op de rekening van Begeleiding & Advies bv, waarbij werd vermeld dat het ging om een “storting in R/C”. Deze transactie werd geformaliseerd onder de vorm van een leningsovereenkomst met als datum 15 april 2014;
  • de beklaagden hebben tijdens het gerechtelijk onderzoek verklaard dat het geld “geparkeerd” werd op de rekening van Begeleiding & Advies bv om een voorbarig beslag op de vennootschapsrekening van TMC-State bv door een van haar voormalige aandeelhouders, tevens geldontlener, te vermijden;
  • Begeleiding & Advies bv heeft in de periode van 8 mei 2014 tot 29 augustus 2014 voor in totaal 729.000,00 euro terug overgeschreven naar de rekening van TMC-State bv, die hiermee openvallende leningsschulden heeft afgelost;
  • na deze terugbetalingen bleef nog een saldo van 771.000,00 euro uitstaan, die Begeleiding & Advies bv grotendeels boekhoudkundig heeft aangezuiverd, namelijk door de overdracht van haar schuldvorderingen op Abopro nv (405.223,65 euro) en Rotunda nv (220.000,00 euro) aan TMC-State bv. Dit zijn allemaal met de beklaagden verbonden vennootschappen;
  • deze schuldvorderingen, grotendeels veroorzaakt door de doorbetaling van “geparkeerde” gelden door Begeleiding & Advies bv aan Abopro nv en Rotunda nv in het kader van een eveneens mislukt bouwproject, bleven ondanks gerechtelijke invordering grotendeels onbetaald;
  • bij beslissing van de algemene vergadering van 28 november 2014 werd de maatschappelijke zetel van TMC-State bv met ingang van 25 februari 2015 verplaatst naar een postbusadres;
  • bij arresten van 22 december 2014 werd onder meer de eerdere homologatie van de deelbetaling van 1.501.341,91 euro teniet gedaan, zodat TMC-State bv de aanvankelijk overeengekomen bijkomende uitbetalingen van V. nv niet meer ontving, wat een directe impact had op haar terugbetalingsmogelijkheden ten aanzien van haar schuldeisers;
  • TMC-State bv werd vrijwillig in vereffening gesteld op 21 december 2016.
Het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 16 oktober 2023

Het arrest oordeelt onder meer als volgt:

  • het gebruik van de vennootschapsgoederen van TMC-State bv door de zaakvoerders bestaat erin dat zij een bedrag van 1.500.000,00 euro dat TMC-State bv op haar financiële rekening had ontvangen, hebben overgeschreven naar een rekening van Begeleiding en Advies bv en deze overschrijving vervolgens hebben geformaliseerd door de opmaak van een leningsovereenkomst, om ten slotte deze lening te laten terugbetalen deels door middel van terugstortingen en deels door middel van de overdracht van schuldvorderingen van Begeleiding en Advies bv op Abopro nv en Rotunda nv;
  • voor de beoordeling van het bestaan van het nadeel en het al dan niet betekenisvolle karakter ervan, dient de rechter zich te plaatsen op het tijdstip dat de handeling wordt gesteld. Een post factum-redenering is uit den boze. Van belang is of het objectief, redelijkerwijze te verwachten gevolg van de door de bestuurder-dader gestelde handeling of gedraging bestond in een betekenisvol nadeel en of deze bestuurder op het ogenblik van zijn gedraging effectief op de hoogte was van dit objectief, redelijkerwijze te verwachten gevolg. Of de bestuurder het nadeel heeft gewild, is niet relevant;
  • waar een post factum-redenering vermeden dient te worden om te oordelen of er sprake is van een (betekenisvol) nadeel, is het voor de beoordeling evenmin van belang welke handelingen de bestuurder-dader nadien nog stelde en welke gevolgen de handelingen later eventueel nog kunnen hebben gehad. Het misdrijf misbruik van vennootschapsgoederen is immers een aflopend misdrijf. Het loutere feit dat er nadien terugbetalingen gebeurden of dat de vennootschap een betere financiële positie, al dan niet boekhoudkundig, kon verkrijgen, volstaat derhalve niet om vast te stellen dat er geen betekenisvol nadeel aanwezig was. Latere terugbetalingen door de bestuurder kunnen desgevallend wel in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van zijn bedrieglijk opzet, indien daaruit zou blijken dat hij bij het stellen van de handelingen geen bedrieglijk opzet had;
  • bij de beoordeling of het gebruik van de goederen of het krediet van een rechtspersoon op betekenisvolle wijze in het nadeel is van de vermogensbelangen van de rechtspersoon, kan de rechter ook rekening houden met een op dat ogenblik zekere en vaststaande schuld, zelfs al is deze nog niet opeisbaar. Daarenboven is er sprake van een betekenisvol nadeel voor een schuldeiser wanneer de uitvoerbaarheid van diens vordering door het vermelde gebruik significant zou worden verhinderd, minstens op het spel zou worden gezet;
  • op het moment van de transactie van 15 april 2014 haalden de zaakvoeders liquiditeiten uit TMC-State bv en vervingen zij deze door een schuldvordering op een eveneens door hen bestuurde vennootschap, die haar schuld gedeeltelijk terugbetaalde door middel van stortingen en de overdracht van schuldvorderingen op eveneens verbonden vennootschappen;
  • de zaakvoerders zorgden op die manier ervoor dat de financiële situatie van TMC-State bv eveneens precair werd. Door het gebrek aan liquide middelen was de vennootschap voor de voldoening van haar eigen schulden afhankelijk van de goede wil van de zaakvoerders alleen om via Begeleiding en Advies bv dan wel vanaf 6 oktober 2014 via Abopro nv of Rotunda nv terugbetalingen te doen. De leningsovereenkomst met Begeleiding en Advies bv bepaalde immers geen looptijd noch periodieke terugbetalingen. TMC-State bv en bij uitbreiding haar schuldeisers waren bijgevolg volledig afhankelijk van de wil van de zaakvoerders, zowel wat betreft het tijdstip van de terugbetalingen als wat betreft de wijze van terugbetalen. Het lijdt geen twijfel dat TMC-State bv hierdoor nadeel leed;
  • ook de schuldeisers van TMC-State bv leden nadeel door de handelingen van de zaakvoeeders. Als gevolg van het overschrijven van 1.500.000,00 euro naar Begeleiding en Advies bv en het gedeeltelijk terugbetalen door middel van overdracht van schuldvorderingen verloren de schuldeisers immers reële uitvoeringsmogelijkheden. Zij konden geen bewarend noch uitvoerend beslag leggen op deze gelden en moesten desgevallend via derdenbeslag ageren dan wel zich onderwerpen aan de willekeur van de zaakvoerders in de hoop dat zij bereid zouden zijn een terugbetaling te doen van Begeleiding en Advies bv, dan wel van Abopro nv of Rotunda nv naar TMC-State bv;
  • toen de zaakvoerders op 15 april 2014 besloten het geld over te schrijven naar de rekening van Begeleiding en Advies bv, wisten zij reeds dat er geen zekerheid bestond over de vraag of de reorganisatieplannen zouden kunnen worden nageleefd. Het was dan ook absoluut noodzakelijk het onderpand van hun eigen schuldeisers te vrijwaren, wat zij niet deden doordat zij de gelden doorstortten naar een andere aan hen verbonden vennootschap;
  • er waren wel degelijk andere middelen om beslag door de ex-aandeelhouder te vermijden. Ook op het ogenblik waarop de zaakvoerders een deel van de lening aan Begeleiding en Advies bv terugbetaalden via de overdracht van schuldvorderingen in oktober 2014, wisten zij eveneens dat er een gevaar bestond dat de reorganisatieplannen zouden worden afgewezen. De onmogelijkheid tot terugbetaling van de schuldeisers was dan ook een objectief en redelijk te verwachten gevolg van de daden van de zaakvoerders waarvan zij wel degelijk kennis hadden, zodat het van het grootste belang was de liquiditeiten in TMC-State bv te behouden. Of het bouwproject van Abopro nv en Rotunda nv succesvol zou zijn, wat betwijfelbaar is, is niet relevant. De vaststelling blijft immers dat de schuldeisers onderworpen bleven aan de willekeur van de zaakvoerders om te oordelen over het al dan niet terugbetalen van de gelden;
  • het staat vast dat de zaakvoerders daarbij wel degelijk ook persoonlijke doeleinden voor ogen hadden. Niet alleen zorgden zij ervoor dat zijzelf de controle over de gelden en de uiteindelijke bestemming van de gelden behielden, tevens zorgden zij ervoor dat een andere door hen geleide vennootschap beschikking kreeg over liquiditeiten waarover zij anders niet kon beschikken. Dat dit de bedoeling was van de zaakvoerders blijkt trouwens ook uit het feit dat zij nalieten het integrale bedrag terug te storten nadat het gevaar op bewarend beslag door de ex-aandeelhouder was verdwenen. De zaakvoerders tonen evenmin aan dat andere schuldeisers dreigden met beslag. Zij besloten evenwel de gelden verder te gebruiken voor betalingen voor het bouwproject van Abopro nv en Rotunda nv. Dit bevestigt de vaststelling dat zij reeds van bij het stellen van de geviseerde handelingen enkel de bedoeling hadden de gelden die aan TMC-State bv toekwamen en als onderpand moesten dienen voor de terugbetaling van de particulieren die geld hadden geleend voor het bouwproject van TMC State bv, aan te wenden voor hun andere activiteiten waar zij nood hadden aan bijkomende liquiditeiten. Ook het bedrieglijk opzet is bijgevolg aanwezig bij de zaakvoerders;
  • het hof van beroep stelt evenwel vast dat de handeling van 15 april 2014, met name het overschrijven van 1.500.000,00 euro naar Begeleiding & Advies bv, het ogenblik is waarop het misdrijf misbruik van vennootschapsgoederen zich heeft veruitwendigd. De gedeeltelijke terugbetaling via de overdracht van schuldvordering op Abopro nv en Rotunda nv toont daarbij eens te meer aan dat de zaakvoerders van meet af aan niet de bedoeling hadden om de contante gelden terug te betalen, maar de eigen vennootschapen te bevoordelen.
Het Cassatieberoep werd verworpen

Een bestuurder maakt gebruik van de goederen van de rechtspersoon op een wijze die betekenisvol in het nadeel is van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en zijn schuldeisers, onder meer wanneer hij weet dat het objectieve, redelijk te verwachten gevolg van zijn gedraging erin bestaat dat de solvabiliteit van de rechtspersoon en de executiemogelijkheden van de schuldeisers op de activa van de rechtspersoon ernstig worden aangetast of dreigen te worden aangetast.

Een bestuurder die, zonder zich te kunnen beroepen op een economische noodwendigheid, een naar verhouding belangrijke geldsom onttrekt aan het vermogen van de rechtspersoon, waarvan de solvabiliteit op dat moment reeds precair is, wordt geacht te weten dat hij op betekenisvolle wijze handelt in het nadeel van de schuldeisers van de rechtspersoon.

De rechter oordeelt onaantastbaar over de voor het misdrijf misbruik van vennootschapsgoederen vereiste kennis van de bestuurder van een rechtspersoon.

Cassatie-arrest van 7 mei 2024

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement