>, Handels- en financieel recht, Handelsrecht>Naar een vernieuwd ondernemingsrecht vanaf 1 november 2018 (Eubelius)

Naar een vernieuwd ondernemingsrecht vanaf 1 november 2018 (Eubelius)

Auteurs: Tom Reingraber en Caroline Blondiau (Eubelius)

Publicatiedatum: 30/03/2018

De Kamer keurde op 29 maart 2018 het wetsontwerp tot hervorming van het ondernemingsrecht goed. We lichten de krachtlijnen toe van de hervorming, die behoudens uitzonderingen in werking treedt op 1 november 2018.

Een nieuw ondernemingsbegrip en het afscheid van de handelaar

Het wetsontwerp introduceert een nieuw ondernemingsbegrip ter vervanging van het begrip “handelaar”. Zullen volgens het gewijzigde artikel I.1,1° van het Wetboek Economisch Recht (WER) als onderneming worden beschouwd:

  • Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent. Dus ook zaakvoerders, bestuurders en beoefenaars van een vrij beroep worden ondernemingen (Boek XIV WER wordt opgeheven);
  • Iedere rechtspersoon. Dus ook verenigingen en stichtingen worden ondernemingen, zelfs indien zij geen economisch doel nastreven. Publiekrechtelijke rechtspersonen die geen goederen of diensten aanbieden op een markt zijn uitgesloten, net als de Staat en zijn gedecentraliseerde diensten;
  • Iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid, tenzij zij niet aan winstuitkering doet of beoogt te doen. De maatschap wordt ook een onderneming. Feitelijke verenigingen blijven buiten schot.

De nieuwe definitie dient als aanknopingspunt voor de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank (zie hierna), het ondernemingsbewijs (het huidige handelsrechtelijke bewijs), het insolventierecht (het toekomstige Boek XX WER) en de bepalingen met betrekking tot de KBO- en boekhoudkundige verplichtingen.

Het bestaande ondernemingsbegrip blijft evenwel behouden voor onder meer de Boeken IV (bescherming van de mededinging), V (mededinging en prijsevoluties) en VI (marktpraktijken en consumentenbescherming) van het WER.

De rechtbank van koophandel wordt de ondernemingsrechtbank

De rechtbank van koophandel wordt omgedoopt tot de ondernemingsrechtbank. Haar algemene bevoegdheid is gestoeld op het nieuwe ondernemingsbegrip. Voor ondernemingen-natuurlijke personen wordt een uitzondering gemaakt met betrekking tot activiteiten die “kennelijk” vreemd zijn aan de onderneming. Bij twijfel blijft de ondernemingsrechtbank bevoegd. Ook enkele bijzondere bevoegdheden worden aangescherpt.

De verdere ontmanteling van het Wetboek van Koophandel

Met deze hervorming zet de wetgever de ontmanteling van het Wetboek van Koophandel voort. Door het nieuwe ondernemingsbegrip verdwijnen de begrippen “handelaar” en “daden van koophandel”. De overige bepalingen van het Wetboek van Koophandel zullen grotendeels elders worden ondergebracht. Zo verhuizen de bepalingen over waardepapieren naar Boek VII WER. De bepalingen inzake vervoersovereenkomsten gaan naar Boek X WER.

De bewijsregels voor ondernemingen worden opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Inhoudelijk zal er evenwel weinig veranderen. Zo blijft onder meer de vrijheid van bewijs het uitgangspunt.

Van het Wetboek van Koophandel zal enkel nog Boek II betreffende de zee- en binnenvaart overblijven. Dat wetboek krijgt een nieuwe titel om de beperkte restinhoud te weerspiegelen. Het Wetboek van Koophandel als zodanig zal dus in de nabije toekomst verdwijnen.

Lees hier het originele artikel

2018-04-06T07:02:23+00:00 3 april 2018|Categories: Gerechtelijk recht - Handels- en financieel recht - Handelsrecht|Tags: |