Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Wetsontwerp van 8 oktober 2026 houdende diverse bepalingen inzake consumentenbescherming (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Lees hier de volledige fiche van het wetsontwerp
Hierna volgt een selectie uit de Memorie van toelichting
1. Opzet en krachtlijnen
Het wetsontwerp beoogt de consumentenbescherming te versterken door gerichte wijzigingen van het Oud Burgerlijk Wetboek, verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht en sectorale wetgeving inzake energie, financiële diensten en tweedehandsvoertuigen.
De memorie bestaat hoofdzakelijk uit een artikelsgewijze toelichting.
De maatregelen sluiten aan bij drie centrale bekommernissen: de consument daadwerkelijk in staat stellen zijn rechten uit te oefenen, contractuele en financiële informatie transparanter maken en de toezichthouders doeltreffender laten optreden tegen onrechtmatige praktijken. Daarbij wordt ook het belang van eerlijke concurrentie tussen ondernemingen benadrukt.
Het ontwerp combineert daarom inhoudelijke bescherming — zoals strengere regels over onrechtmatige bedingen en kortere verjaringstermijnen — met procedurele waarborgen en nieuwe handhavingsinstrumenten. Bij verschillende maatregelen licht de memorie toe hoe de tekst na het advies van de Raad van State werd verduidelijkt of afgebakend.
2. Koop van dieren en verjaring van schuldvorderingen voor nutsdiensten
Vrije keuze van dierenarts
De consument die een dier koopt dat een conformiteitsgebrek vertoont, moet volgens het in de memorie beschreven bestaande systeem het dier in beginsel ter beschikking stellen van de verkoper voor genezing of vervanging. Een dierenarts naar eigen keuze inschakelen is slechts gewaarborgd wanneer een onmiddellijke tussenkomst redelijkerwijs noodzakelijk is voor de gezondheid van het dier; de consument moet die noodzaak bewijzen.
De regering acht dit problematisch wegens de emotionele band tussen de koper en het dier, de mogelijke terughoudendheid om een ziek dier opnieuw aan de verkoper toe te vertrouwen en het risico dat malafide verkopers via hun eigen dierenarts aan aansprakelijkheid ontkomen. Het ontwerp verankert daarom de vrije keuze van dierenarts, zonder de wettelijke beperkingen op het kosteloze herstel op te heffen. Een overeenkomstige aanpassing van artikel 7.2.56 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek moet de beide regelingen op elkaar afstemmen.
Kortere en gedifferentieerde verjaringstermijnen
De verkorting van de verjaring voor nutsdiensten moet voorkomen dat oude schulden zich langdurig opstapelen en dat consumenten nog moeten betalen of verweer voeren wanneer bewijsstukken en verbruiksgegevens moeilijk te reconstrueren zijn. De memorie verwijst hiervoor onder meer naar eerdere adviezen van de Hoge Raad voor Justitie en het Koninklijk Verbond van de Vrede- en Politierechters.
Na de bijkomende toelichting naar aanleiding van het advies van de Raad van State wordt een onderscheid gemaakt:
- Voor gas en elektriciteit geldt een termijn van twee jaar vanaf de vervaldatum van de factuur, ook voor voorschotfacturen.
- Voor warmte en elektronische communicatiediensten geldt een termijn van drie jaar vanaf de levering.
- Voor bepaalde correctiefacturen wegens geschatte of onjuiste meetgegevens waarvan de oorzaak niet bij de leverancier ligt, wordt de aanvang van de verjaring gekoppeld aan de vervaldatum van de correctiefactuur.
De verschillen worden verantwoord door de organisatie van de sectoren. Bij gas en elektriciteit bestaan gereguleerde procedures voor opname, validatie en rechtzetting van meetgegevens; leveranciers zijn daarbij afhankelijk van de distributienetbeheerders. Het ontwerp wil vermijden dat een vordering al verjaard is voordat de leverancier de correcte gegevens ontvangt. Tegelijk mag de kortere verjaring niet leiden tot kortere afbetalingsplannen of overhaaste gerechtelijke invordering. De uitbreiding van artikel 2248 Oud BW moet schuldeisers toelaten betalingsfaciliteiten te blijven aanbieden zonder een te snel verjaringsrisico.
3. Uitbreiding van de zwarte lijst van onrechtmatige bedingen
De wijzigingen van artikel VI.83 WER verduidelijken bestaande verboden en voegen nieuwe categorieën toe die in consumentenovereenkomsten in elk geval onrechtmatig zijn.
Leverings- en uitvoeringstermijnen
Bedingen die een overeengekomen leverings- of uitvoeringstermijn als louter indicatief voorstellen, worden uitdrukkelijk verboden. Volgens de memorie komen dergelijke bedingen neer op een eenzijdig recht om de termijn te wijzigen. Een termijn met een minimum en maximum, bijvoorbeeld zes tot acht weken, of een uiterste leveringstermijn blijft wel mogelijk. De toelichting preciseert bovendien dat niet iedere termijnoverschrijding noodzakelijk aansprakelijkheid meebrengt, onder meer wanneer overmacht of een onvoorzienbare verandering van omstandigheden aan de orde is.
Exoneratiebedingen
Het verbod op uitsluiting van aansprakelijkheid voor opzettelijke of zware fouten wordt uitdrukkelijk uitgebreid tot zelfstandige uitvoeringsagenten waarop de onderneming een beroep doet. Daarnaast worden algemeen geformuleerde exoneratiebedingen aangepakt die niet duidelijk maken dat de uitsluiting slechts lichte fouten betreft. De consument mag niet de indruk krijgen dat de onderneming ook voor fouten waarvoor zij wettelijk aansprakelijk blijft, geen verantwoordelijkheid draagt. De memorie nuanceert dat de inhoudelijke omschrijving van het beding moet worden meegewogen: wanneer daaruit duidelijk blijkt dat alleen lichte fouten worden bedoeld, zou het disproportioneel zijn het volledige beding onrechtmatig te verklaren.
Arbitragebedingen
Een consument mag niet vóór het ontstaan van een geschil verplicht worden dat geschil aan arbitrage te onderwerpen. Na het ontstaan ervan blijft een vrijwillige keuze voor arbitrage mogelijk. De maatregel beschermt dus de daadwerkelijke keuzevrijheid van de consument en berust niet op de gedachte dat arbitrage op zichzelf iedere mogelijkheid van verhaal uitsluit. De memorie benadrukt uitdrukkelijk dat hieruit geen gevolgtrekkingen mogen worden afgeleid voor de beoordeling van arbitragebedingen tussen ondernemingen.
Waardebonnen en meerbeurtenkaarten
Om waardeverlies door te korte gebruikstermijnen te voorkomen, worden minimale geldigheidstermijnen ingevoerd:
- Waardebonnen: twee jaar vanaf de uitgifte.
- Meerbeurtenkaarten: één jaar vanaf het ogenblik waarop de kaart voor het eerst kan worden gebruikt.
De regeling betreft tegen betaling uitgegeven titels en vereist niet dat de uitgever dezelfde onderneming is als die waarbij de titel wordt ingewisseld. Een langere of onbeperkte geldigheid blijft mogelijk. Voor bonnen of kaarten die uitsluitend voor een eenmalig of beperkt seizoensevenement bestemd zijn, geldt volgens de toelichting geen verplichte minimumduur, mits de beperkte gebruikscontext voor de consument duidelijk is. Bij regelmatig terugkerende vergelijkbare evenementen gelden de minima wel. Ook een vzw kan onder de regeling vallen wanneer zij duurzaam een economisch doel nastreeft.
Verbrekings- en opzegvergoedingen
De zwarte lijst wordt aangevuld met een verbod op bedingen die bij beëindiging van een overeenkomst van bepaalde duur een vergoeding opleggen die kennelijk niet evenredig is aan het nadeel dat de onderneming kan lijden. De maatregel moet de ongelijke behandeling van schadebedingen en opzegbedingen verminderen. Redelijke vergoedingen blijven mogelijk, waaronder de vergoeding waarop een aannemer krachtens artikel 1794 Oud BW aanspraak kan maken. Daarnaast blijft rechtsmisbruik een afzonderlijk correctiemechanisme wanneer een op zichzelf rechtmatig beding kennelijk onredelijk wordt toegepast.
4. Basisbankdienst, kredietinvordering en vertegenwoordiging van consumenten
Toegang tot de basisbankdienst
De memorie motiveert de aanpassing van de basisbankdienst vanuit de Europese betaalrekeningenrichtlijn, de PAD-richtlijn. De Europese Commissie acht de Belgische uitsluiting van consumenten met meer dan 10.000 euro gemiddeld gecumuleerd creditsaldo te restrictief. De basisbankdienst is niet uitsluitend bedoeld voor financieel kwetsbare personen, maar ook voor andere consumenten die ondanks voldoende financiële middelen moeilijk toegang krijgen tot een gewone betaalrekening.
Het saldo wordt daarom geschrapt als weigerings- en opzeggingsgrond. Daartegenover wordt een gedifferentieerd prijsplafond mogelijk: naast het bestaande jaarlijkse basisplafond van 12 euro kan voor consumenten met een jaarlijks gemiddeld creditsaldo van ten minste 10.000 euro een hoger, indexeerbaar plafond gelden, maximaal het dubbele van het basisplafond. Het gaat om een maximum en niet om een verplicht tarief. Wettelijk geregelde huurwaarborgen voor woningen en door krediet gedekte geldmiddelen worden niet als eigen tegoeden meegerekend.
Verder verduidelijkt het ontwerp dat ook automatisch aangerekende bankkosten geen debetstand mogen veroorzaken. Een weigering moet schriftelijk en kosteloos worden meegedeeld, en de informatie over klachten en buitengerechtelijke beroepsmogelijkheden moet voldoende concreet zijn. De sanctionering van inbreuken op de toegang tot betaalrekeningen en de basisbankdienst wordt aangepast zodat optreden niet afhankelijk blijft van het bewijs van kwade trouw.
Verzet tegen burgerrechtelijke overdracht tot zekerheid
De memorie signaleert dat kredietgevers en kredietovernemers via algemene overdrachtsbedingen onder meer belastingtegoeden rechtstreeks kunnen laten uitbetalen ter delging van kredietschulden. Daardoor dreigen rechterlijke toetsing, schuldbemiddeling en beschermingsregels van de boeken VI, VII en XIX WER te worden omzeild. Anders dan voor loon en uitkeringen bestaat voor andere bedragen geen vergelijkbare verzetsprocedure.
Het ontwerp machtigt de Koning daarom om voor consumentenkrediet en hypothecair krediet een specifieke procedure met waarborgen uit te werken. Deze kan betere communicatie en een mogelijkheid van verzet omvatten, met zo beperkt mogelijke bijkomende administratie.
Ondersteuning in adviesorganen
Een coördinerend contactpunt moet de effectieve deelname van groepen die de helft van de leden van een bijzondere raadgevende commissie vertegenwoordigen ondersteunen. De maatregel beoogt vooral de consumentenvertegenwoordiging in de BRC Verbruik te versterken. Taken kunnen bestaan uit het coördineren van bijdragen, het verstrekken van expertise en het uitvoeren van onderzoek. Na het advies van de Raad van State wordt de ruimere mogelijkheid om ook voor andere groepen contactpunten aan te wijzen geschrapt.
5. Versterking van toezicht en handhaving
Medewerkingsplicht en administratieve dwangsommen
Ondernemingen moeten de medewerking verlenen die de Economische Inspectie redelijkerwijs nodig heeft. De memorie legt de nadruk op proportionaliteit: alleen noodzakelijke informatie mag worden gevraagd, termijnen moeten rekening houden met de omstandigheden en een gemotiveerd verzoek om verlenging blijft mogelijk.
Een administratieve dwangsom kan worden opgelegd wanneer een onderneming niet meewerkt of opgelegde herstelmaatregelen niet tijdig uitvoert. De beslissing wordt genomen door andere ambtenaren dan degenen die de controle verrichten. De memorie presenteert de dwangsom als een uitzonderlijke laatste toevlucht bij aanhoudende kennelijke tekortkomingen, niet als een automatische reactie op iedere vertraging. Zij wordt vastgesteld per tijdseenheid, met een totaalplafond van 400.000 euro, en moet evenredig zijn aan het doel en de omvang van de onderneming. Opheffing, tijdelijke schorsing of vermindering kan worden gevraagd; een verbeurde dwangsom verjaart na één jaar.
De toelichting bespreekt uitvoerig het nemo-teneturbeginsel. Zij onderscheidt bestaand, wilsonafhankelijk materiaal van wilsafhankelijke verklaringen en waarschuwt voor het bestraffend gebruik van onder dwang verkregen verklaringen en voor ruime informatieverzoeken die feitelijk op zelfbeschuldiging neerkomen. Verder worden voorafgaand verweer, motivering en beroep bij de Raad van State voorzien. Bij een latere strafrechtelijke geldboete voor dezelfde dienstbelemmering wordt de daadwerkelijk geïnde dwangsom afgetrokken; ook bij administratieve beboeting moet hiermee rekening worden gehouden.
Herstelmaatregelen bij misleidende producten
Louter beslag, waarschuwingen of boetes lossen misleidende etikettering en onjuiste productclaims niet altijd snel op. Het ontwerp creëert daarom een kader voor corrigerende informatie, aanpassing van etiketten, beperkingen of verboden op verhandeling, terugroeping of verwijdering van goederen en, in passende gevallen, tijdelijke stopzetting van activiteiten. De maatregelen zijn gericht op economische misleiding en oneerlijke concurrentie, onderscheiden van de voedsel- en productveiligheidsregelingen.
Een onafhankelijke analyse moet voldoende zekerheid over de tekortkoming bieden. De verantwoordelijke onderneming krijgt gelegenheid tot verweer en tegenanalyse. De maatregel moet passend en evenredig zijn: een probleem dat uitsluitend de commerciële presentatie betreft, rechtvaardigt niet zonder meer een terugroeping of activiteitenverbod. Daarnaast verduidelijkt het ontwerp welke Europese product- en etiketteringsverplichtingen strafbaar zijn; aanpassing van die lijst door de Koning vereist tijdige wettelijke bekrachtiging.
6. Energiecontracten en facturatie
Het ontwerp regelt laattijdige facturatie, foutieve leverancierswissels en problemen bij verhuizingen. Voor bepaalde facturen wordt een maximale facturatietermijn van twaalf maanden ingevoerd; voor slotfacturen wordt een termijn van zes weken vermeld. Kortere Europese of gewestelijke termijnen blijven voorrang hebben. De memorie verdedigt deze regeling als federale bescherming van de contractuele verhouding tussen leverancier en afnemer, tegenover de bevoegdheidsrechtelijke bezwaren van de Raad van State die het zwaartepunt bij de gewestelijke energiedistributie legt.
Een “mystery switch” is een onterechte overname van een toegangspunt door een toevallige fout, bijvoorbeeld een verkeerde EAN-code. Wordt de situatie binnen negentig dagen rechtgezet, dan wordt de oorspronkelijke levering retroactief hersteld en factureert de oorspronkelijke leverancier volgens het oorspronkelijke contract. Bij niet-tijdige regularisatie kan de gekaapte periode door geen van beide leveranciers worden gefactureerd en blijft het verbruik voor rekening van de kapende leverancier. Het recht op sociaal tarief moet behouden blijven.
Bij verhuizing wordt de klant een termijn van eenentwintig kalenderdagen gegeven om de leverancier te informeren. Het energieovernamedocument blijft belangrijk, maar het ontbreken ervan of van een medeondertekening mag niet automatisch tot ongeldigheid van de verhuismelding leiden. Andere relevante objectieve bewijsstukken moeten kunnen worden gebruikt om verhuisdatum en meterstanden aan te tonen.
7. Financiële informatie, online fraude en Car-Pass
De FSMA krijgt een uitdrukkelijker grondslag om onafhankelijke vergelijkingsinstrumenten en simulatoren te ontwikkelen en de noodzakelijke gegevens bij financiële marktpartijen op te vragen. Zo moet de consument producten, kosten en rendementen beter kunnen vergelijken.
Daarnaast krijgt de FSMA nieuwe mogelijkheden om tegen illegale online aanbiedingen van financiële producten, diensten en cryptoactiva op te treden. Zij kan onder voorwaarden inhoud laten verwijderen, toegang laten beperken, waarschuwingen laten tonen of domeinnamen laten schrappen. De memorie kwalificeert deze instrumenten als preventieve maatregelen van bestuurlijke politie, niet als bestraffende sancties. Een identificeerbare onderneming krijgt in beginsel vierentwintig uur om te regulariseren; bevestiging door het openbaar ministerie moet binnen achtenveertig uur volgen.
Voor tweedehandsvoertuigen wordt de conditie van de tractiebatterij aan de Car-Passgegevens toegevoegd. Dit moet onzekerheid over resterende capaciteit, levensduur en waarde van elektrische voertuigen verminderen. Een gestandaardiseerde meetmethode moet later met de betrokken sector worden uitgewerkt. Erkende recyclagecentra kunnen bovendien de kilometerhistoriek van vernietigde voertuigen opvragen en bij de verkoop van onderdelen meedelen, ter bevordering van transparantie en circulair hergebruik.
8. Inwerkingtreding
De memorie voorziet als algemene regel inwerkingtreding zes maanden na bekendmaking. Bepalingen over de inhoud van overeenkomsten zouden enkel gelden voor overeenkomsten die vanaf die datum worden gesloten of hernieuwd. Voor de artikelen 8–10 over de basisbankdienst geldt het uitstel niet.
» Bekijk alle artikels: Handel & Consument















