Wet Consumentenverkoop: wat als mijn klant een terugbetaling eist? (De Groote – De Man)

Auteur: Laura Buffel (De Groote – De Man)

Publicatiedatum: 13/08/2021

Wanneer een consument een product aankoopt bij een professionele verkoper kan het gebeuren dat dit product niet helemaal overeenstemt met wat de consument (al dan niet terecht) had verwacht. In het geval van een conformiteitsgebrek is de verkoper aansprakelijk. De consument heeft dan het recht om aan de verkoper te vragen dit gebrek te verhelpen.

Er bestaan een aantal remedies die de consument kan inroepen om het gebrek recht te zetten. Deze remedies zijn kosteloos herstel, kosteloze vervanging, passende prijsvermindering of ontbinding van de verkoopovereenkomst. In de praktijk stuurt de consument vaak onmiddellijk aan op de ontbinding van de verkoopovereenkomst, maar dat is ten onrechte want de consument heeft dit niet zomaar te kiezen. Er moet juridisch gezien steeds een welbepaalde volgorde worden gerespecteerd.

De verschillende remedies

In eerste instantie kan de consument kiezen uit kosteloos herstel of kosteloze vervanging van het goed. Pas daarna kan de consument een passende prijsvermindering of ontbinding van de verkoopovereenkomst vragen. De consument kan dus niet zomaar eisen dat de verkoper een passende prijsvermindering geeft of de koopovereenkomst ontbindt.

Wanneer kies je nu voor welke remedie?

Kosteloos herstel of kosteloze vervanging

De consument kan in de eerste plaats enkel een herstelling of vervanging vragen. Het is pas wanneer de verkoper het product onmogelijk kan herstellen of vervangen, of de kosten buitenproportioneel zouden zijn, dat de consument een passende prijsvermindering of ontbinding kan inroepen. Een voorbeeld waarbij het onmogelijk is om het product te vervangen is de aankoop van een exclusieve oldtimer die een gebrek vertoont. De kans is groot dat de verkoper geen twee van deze exemplaren ter beschikking heeft.

Er is sprake van ‘buitenproportionele herstelkosten’ wanneer de herstelkosten veel hoger liggen dan de kosten om het product te vervangen. Bij kosteloos herstel of kosteloze vervanging betekent het begrip ‘kosteloos’ dat zowel de verzendings- als de loon- en materiaalkosten ten laste van de verkoper zijn.

Daarnaast moet elk herstel of elke vervanging worden uitgevoerd binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument. Als verkoper is het dus belangrijk om deze herstelling of vervanging tijdig uit te voeren als je de verkoopovereenkomst niet ontbonden wilt zien of geen prijsvermindering wilt geven.

Passende prijsvermindering of ontbinding

Pas als herstel of vervanging onmogelijk of buitenproportioneel is, of die niet binnen een redelijke termijn of zonder overlast kan worden uitgevoerd, kan de consument een passende prijsvermindering of ontbinding van de verkoopovereenkomst aanvragen.

Indien het gaat om een ernstig gebrek, heeft de consument de keuze tussen een prijsvermindering of een ontbinding. Om te bepalen of het gebrek ernstig is, wordt rekening gehouden met o.a. de waarde van het product, het resterende gebruik en de hinder die de consument bij het gebruik ervan zal ondervinden. Bij wijze van voorbeeld: de levering van een salon met vierkante poten in plaats van de bestelde ronde poten werd in de rechtspraak niet aanzien als ernstig genoeg. De consument kan in dat geval niet zomaar de ontbinding van de verkoopovereenkomst verlangen.

Naast het recht op een van de remedies kan de consument ook een aanvullende schadevergoeding eisen.

Tot slot kan de verkoper zelf een remedie voorstellen, zonder dat die verplicht is om de vaste volgorde te respecteren. De consument kan dan zelf beslissen om op het voorstel in te gaan.

Nieuwe Richtlijn Consumentenkoop 2019

Op 20 mei 2019 werd de nieuwe Richtlijn Consumentenkoop 2019 goedgekeurd. Deze richtlijn bepaalt dat deze uiterlijk tegen 1 juli 2021 moet worden omgezet in nationaal recht.

De richtlijn zorgt voor maximumharmonisatie. Daardoor zal het niet meer mogelijk zijn om af te wijken van de voorwaarden voor de bestaande remedies of om bijkomende remedies toe te kennen. Dit zal zorgen voor meer eenheid op vlak van consumentenbescherming.

De nieuwe Richtlijn voorziet dezelfde vier remedies als de oude Richtlijn Consumentenkoop van 1999. Nieuw is wel het opschortingsrecht voor de consument. Op basis daarvan kan de consument de betaling van een openstaand saldo, of een deel ervan, uitstellen zolang de verkoper niet aan zijn verplichtingen voldoet.

Hoe de Belgische wetgever de nieuwe Richtlijn zal omzetten, valt nog af te wachten. Wij volgen dit uiteraard op de voet voor u op.

Lees hier het originele artikel